Vrijdag 24 juni 2016 Studiedag Apeldoorn: Just Peace / Just War?

Vrijdag 24 juni 2016 wordt op de Theologische Universiteit in Apeldoorn de studiedag “Just Peace / Just War?” georganiseerd in samenwerking met de Theologische Universiteit Kampen.
Vanzelfsprekend is ook onze PGV deze dag vertegenwoordigd.
Hoewel dit een academische conferentie betreft, kunnen alle christenmilitairen die over het vraagstuk van oorlog & vrede willen nadenken veel aan deze dag hebben.
De voertaal van deze conferentie is Engels.

Plaats: TUA – Wilhelminapark 4 – 7316 BT Apeldoorn
Aanvangstijd: onbekend
Kosten: Euro 49,90
Aanmelding: registration@tua.nl , Vermeld a.u.b. in de onderwerpsregel “24 juni“.

Meer informatie: Informatie studiedag 2016


100 jaar GVJust Peace / Just War?
Studiedag onderzoeksgroep Reformed Tradition in Secular Europe

West-Europese christenen hebben al meer dan 50 jaar geen oorlogen meegemaakt. Via de media komen conflicten elders in de wereld weliswaar dagelijks dichtbij, maar toch ervaren West-Europese christenen oorlog vaak niet als één van de urgentste ethische problemen waarvoor zij staan. Het is hard nodig dat dit verandert. Al vanaf het begin van de kerkgeschiedenis vormden de vragen rond oorlog en vrede juist een van de krachtigste morele uitdagingen voor de kerk. In een globaliserende wereld kunnen wij ons niet afmaken van het feit dat dit voor talloze medechristenen in andere landen nog altijd zo is. Bovendien lijkt oorlog langzamerhand ook weer dichterbij Europa te komen. De opleving van religieuze conflicten en terreur doet zich ook in Europa voor. Europese (ook Nederlandse) soldaten worden uitgezonden. Onder hen zijn ook christenen. Over de vraag of de betreffende oorlogen legitiem zijn (bijvoorbeeld de oorlogen in Irak of Afghanistan), wordt zowel in de politiek als in de ethiek gedebatteerd.

Niet alleen christenen die politieke verantwoordelijkheid dragen staan voor de vraag of zij bepaalde oorlogen kunnen steunen, ook van christen-officieren en –militairen geldt dat zij een eigen verantwoordelijkheid dragen en niet vanzelfsprekend de politieke besluitvorming kunnen volgen. Ze zijn ook lid van een christelijke gemeente. Het kan niet anders of voorgangers en kerkenraden krijgen met hen te maken. Hun ervaringen kunnen zo maar leiden tot indringende vragen bij de praktijk van hedendaagse oorlogvoering. De kerk heeft niet alleen een pastorale verantwoordelijkheid voor de militairen en hun gezinnen, maar ze heeft ook de roeping ontwikkelingen in de samenleving kritisch te toetsen in het  licht van het evangelie. Zo alleen kan ze gemeenteleden helpen de dagelijkse stroom informatie over actuele oorlogen van dit moment op een goede, christelijke wijze te verwerken, in gebed en in opinievorming. Daarnaast kunnen ze politici aanspreken op hun verantwoordelijkheid.

Vanouds hebben de meeste kerken (ook uit de gereformeerde traditie) zich in de bezinning op oorlog en vrede laten leiden door de ‘leer van de rechtvaardige oorlog’. Hoewel dit ook in het verleden al geen garantie vormde voor moreel verantwoorde oorlogvoering, stellen de vragen die hedendaagse oorlogen met zich meebrengen deze klassieke traditie voor grote uitdagingen. Zo lijken de criteria van de ‘rechtvaardige oorlog’ de militaire bestrijding van (zelfmoord-) terroristen en lokale ‘warlords’, of van terreurgroepen die zich verstoppen tussen de burgerbevolking niet toe te staan. Tegelijk is het risico niet denkbeeldig dat met deze leer oorlogen worden gerechtvaardigd die eigenlijk gevoerd worden vanuit nationaal eigenbelang of andere moreel discutabele motieven of dat in zulke oorlogen praktijken plaatsvinden die afgewezen moeten worden. Opvallend is dat vandaag de steun voor een pacifistische benadering toeneemt, zelfs onder gereformeerde christenen.

Voor vrijdag 24 juni staat een studiedag in Apeldoorn in de planning over deze urgente thematiek.

Dr. Ted van Baarda (Executive Director of the International Society for Military Ethics in Europe – EuroISME) zal op basis van zijn militaire en geopolitieke deskundigheid ons confronteren met de vragen waarvoor de huidige situatie ons stelt. Daarna zal Prof. Dr. Nigel Biggar (Oxford University) spreken. Hij heeft in 2013 een boek met de sprekende titel In Defence of War gepubliceerd, dat in de angelsaksische wereld heftig bediscussieerd wordt. Als laatste hoofdspreker komt Prof. Dr. Marco Hofheinz (Universität Hannover) aan het woord. Hij heeft een grote studie geschreven over de ethische vragen rond oorlog en vrede, waarbij hij diep is ingegaan op Karl Barth en de Amerikaanse anabaptist John H. Yoder, en ook nog een boek heeft gepubliceerd, waarin hij het denken van Calvijn over oorlog en vrede in kaart brengt en beoordeelt.

Het belooft een dag te worden, waarop de vragen van vandaag aan orde komen en de theologie uitgedaagd wordt een antwoord te geven dat perspectief biedt en een weg wijst.  De vragen die ons vandaag bezighou­den, zullen aan de orde komen. Behalve voor vaktheologen, ethici, mensen uit de kring van politiek, leger en internationaal recht zal de dag vooral interessant zijn voor militairen die de realiteit van de nieuwe oorlogen soms al aan den lijve ondervinden en predikanten die voor de vraag staan hoe uitgezonden militairen en hun gezinnen te begeleiden en ook de gemeente te helpen de vragen die hier spelen moedig en gelovig onder ogen te zien. Ook christenen die zich uitgedaagd weten door de vragen rond oorlog en vrede en daarover willen meedenken kunnen iets aan deze dag hebben.

„Met louter militaire inzet komt er geen vrede”

Bij een militaire vredesmissie is een integrale aanpak nodig, betoogde generaal Arie Vermeij voor christenmilitairen in Schaarsbergen.

HHK houdt contactdag voor christenmilitairen en oorlogsveteranenHHK WM 31mrt2015 André Dorst

Militaire slagkracht is soms noodzakelijk, maar met louter militaire middelen worden wereldconflicten nooit opgelost. Bij een militaire vredesmissie is een integrale aanpak noodzakelijk, zo stelde Arie T. Vermeij, generaal buiten dienst, zaterdag in Schaarsbergen.

De werkgroep militairen van de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) organiseert jaarlijks een contactdag voor christenmilitairen, oorlogsveteranen en veteranen van de naoorlogse missies en betrokkenen. De bijeenkomst, zaterdag in Schaarsbergen, had als thema ”Bewapend met en gewapend tegen…”.

Voor ruim dertig belangstellenden vertelde Vermeij over zijn militaire loopbaan en de vele missies in het buitenland. Behalve de militaire aspecten wilde de generaal vooral de geloofsaspecten bij internationale missies voor het voetlicht halen.

Kameraad Vermeij ging als militair voor het eerst op missie als deelnemer van de interim-vredesmacht in Libanon. „Die missie van 1976 tot 1985 onder de vlag van de Verenigde Naties was een typische militaire operatie waarbij nauwelijks of geen aandacht was voor wederopbouw. De geestelijke verzorging was minimaal. In dergelijke situaties besef je als militair wel dat de Heere uiteindelijk je enige kameraad is die nog overblijft”, aldus Vermeij, terugkijkend op die missie.

Toen Nederland daarna in Bosnië opnieuw een militaire missie vervulde, was er ook een plan van wederopbouw met aandacht voor verzoening tussen burgers. Bij de missie in Afghanistan was Vermeij plaatsvervangend commandant en in die functie persoonlijk betrokken bij militair geweld tegen de taliban.

Niet doden Vermeij vertelde hoe hij destijds worstelde met het gebod „Gij zult niet doden”. De woorden uit Romeinen 13:4, „de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs”, gaven echter rust. Het Nederlandse leger handelde immers als verlengstuk van de wettige –Afghaanse– overheid.

Hoewel de taliban soms met wapens bestreden moeten worden, weet de generaal dat die uiteindelijk het best worden bestreden met de wederopbouw van het land. Vermeij, lid van een hervormde gemeente, bekende dat hij op buitenlandse missies geneigd was een scherpe dogmatische belijning te laten varen, alsmede opvattingen over kerkelijke structuren.

Op de veldpost in Afghanistan werden in de ”Chapel Fraise” negen kerkdiensten per zondag gehouden. Ondanks de uiteenlopende denominaties beleefde de generaal daar eenheid vanwege de focus op het hart van het christelijk geloof.

Vaak onbegrepen De contactdag werd geopend door ds. J. den Boer uit Nieuwleusen met een meditatie naar aanleiding van Psalm 22. De predikant, voorzitter van de HHK-werkgroep militairen en voormalig legerpredikant, wees op de weinig gewaardeerde en vaak onbegrepen positie van militairen in de christelijke gemeente.

De predikant benadrukte het verlangen van de werkgroep om zo breed en interkerkelijk mogelijk te opereren onder de militairen.

„In het leger vallen de kerkmuren gelukkig weg en telt alleen de uitstraling van een oprecht geloof. Enerzijds is het niet gemakkelijk om christen te zijn in het leger, anderzijds gaat het getuigenis vanzelf omdat de christelijke levenswandel opvalt en collega’s vaak uitleg vragen”, aldus ds. Den Boer, die in 2006 als legerpredikant met het Nederlandse leger meeging op missie naar Afghanistan.

© Reformatorisch Dagblad | Pagina 8 | 30 maart 2015 | Beelden: André Dorst en Riekelt Pasterkamp

Aantal legerpredikanten blijft op peil

Op het aantal geestelijke verzorgers binnen de krijgsmacht hoeft niet verder te worden bezuinigd. Dat blijkt uit een brief die minister Hennis van Defensie dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister stelt in die brief de omvang van de geestelijke verzorging voor 2016 vast op 132 personen. De verdeling tussen de verschillende denominaties is dan als volgt: 45 protestantse, 43 rooms-katholieke en 38 humanistische geestelijke verzorgers. De bewindsvrouw moet nog een besluit nemen over het aantal joodse, Hindoestaanse en islamitische medewerkers. Nu werken er twee verzorgers voor elk van deze drie denominaties.

Irak,As Samawah, Camp Smitty, 16 november 2003. ©Jens Grijpstra, Koninklijke Marine Op zondag 16 november 09.00 uur vond er op Kamp Smitty een bijzondere kerkdienst plaats. Bijzonder omdat dit de laatste dienst van Pater Peelen van SFIR I en de eerste di

In 2011 waren er nog 150 geestelijke verzorgers in dienst. De dienst geestelijke verzorging hield echter al enkele jaren rekening met bezuinigingen, waardoor het aantal medewerkers is gedaald tot 125.

Het aantal geestelijke verzorgers moet naar beneden, vanwege de krimp van het aantal militairen. Het aantal soldaten nam vanwege bezuinigingen sinds 2011 af met circa 15 procent tot 43.216 in 2014. De prognose voor 2016 is dat dit verder terugloopt naar 41.194. Voor de geestelijke verzorging zou dit een verlies van 23 arbeidsplaatsen betekenen. De Tweede Kamer nam in 2012 echter een motie aan die werd ingediend door CU-Kamerlid Segers. Daarin stelde hij dat „geestelijke verzorging zo veel mogelijk moet worden ontzien bij bezuinigingen op Defensie.” De minister houdt zich aan die wens.

De bewindsvrouw baseert haar besluit op een advies uit 2014 van een stuurgroep onder leiding van dr. Ton Bernts van het onderzoekscentrum Kaski. De stuurgroep raadde aan om de primaire functie van de geestelijke verzorging, het beschikbaar zijn op de werkvloer, onverkort in stand te houden. En om het aantal geestelijke verzorgers gelijke tred te laten houden met de omvang van de krijgsmacht. De minister neemt dit advies over.

Hoofdkrijgsmachtpredikant Klaas-Henk Ubels, verantwoordelijk voor de protestantse geestelijke verzorging bij de krijgsmacht, kan zich vinden in het rapport van de commissie. „Er is op een zorgvuldige wijze gekeken in hoeverre de bezuinigingen binnen Defensie kunnen worden doorgevoerd naar de geestelijke verzorging. Door vacature­management is ons personeels­bestand de achterliggende jaren al drastisch afgenomen, zodat wij gelukkig geen mensen hoeven te ontslaan.”

Momenteel zijn er 42 protestantse geestelijke verzorgers in dienst, van wie er één dit jaar met pensioen hoopt te gaan. De minister heeft het aantal krijgsmachtpredikanten voor 2016 vastgesteld op 45. Ubels is daarom nog op zoek naar vier legerpredikanten. „De afgelopen tijd zijn wij een grote wervingscampagne gestart. We ontvingen wel 64 sollicitaties. Binnenkort hopen we een aantal benoemingen te kunnen melden.”

De deskundigen inventariseerden voor het eerst sinds 1991 de geestelijke behoeften en voorkeuren van de militairen. Bijna 60 procent van de militairen op de werkvloer heeft het afgelopen jaar weleens contact gehad met een geestelijk verzorger. Een kwart van hen voerden intensievere gesprekken.

Twee derde van de militairen vindt de geestelijke verzorging voldoende tot goed bereikbaar; een heel kleine groep vindt haar slecht bereikbaar.

Religie van militairen

Het onderzoek bracht voor het eerst de religieuze achtergrond van militairen in kaart. Bijna de helft zegt dat hij of zij zich niet verbonden voelt met een religie of levensbeschouwing. Het aandeel rooms-katholieken en protestanten is gelijk, beide 19 procent. Negen procent noemt zich humanistisch en 1 procent joods, islamitisch of Hindoestaans.

De helft (48 procent) van de soldaten zegt voorkeur te hebben voor een geestelijke verzorger van een bepaalde denominatie. Deze 48 procent is als volgt verdeeld: 16 procent voor een protestantse geestelijk verzorger, 15 procent voor een rooms-katholieke geestelijk verzorger, 13 procent voor een humanistische raadsman/-vrouw, 3 procent anders, en minder dan 1 procent voor een geestelijk verzorger uit een van de kleine denominaties; 52 procent geeft aan geen voorkeur te hebben.

Volgens de deskundigen geeft deze uitslag „aanleiding tot een bezinning op de vanzelfsprekende denominatieve nadruk in de organisatie van de geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht.”

Bron: Reformatorisch Dagblad, 25 februari 2015

Beeld: NIMH

Toespraak CDS jubileumcongres Diensten Geestelijke Verzorging

100 jaar DGV 20141127Majesteit,  excellenties,  beste geestelijk verzorgers van de Nederlandse krijgsmacht, dames en heren,

Allereerst wil ik u allen van harte feliciteren met honderd jaar geestelijke verzorging.

100 jaar geleden, in 1914, was het Koningin Wilhelmina die bij Koninklijk Besluit de geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht instelde. De Eerste Wereldoorlog was net uitgebroken en zogenaamde zielzorgers moesten zich ontfermen over gewonde en stervende militairen.

De 4 Nederlandse legerdivisies kregen elk 1 aalmoezenier en 2 veldpredikers. Een bescheiden begin van een indrukwekkend groeitraject. Veel veranderde in die 100 jaar, maar één ding bleef ongewijzigd;  de zorg voor de individuele militair stond en staat centraal.

Wat wel veranderde was de invulling van die zorg.

Voor de hele toespraak klik hier.

Bron tekst en fotografie: www.defensie.nl

ECHOS Homes, Thuis op YouTube?

ECHOS Homes zijn laagdrempelige, toegankelijke en herkenbare ontmoetingscentra met een regionale inloop- en huiskamerfunctie voor militairen, veteranen en hun thuisfront. Daarnaast zijn ECHOS Homes vanuit hun aard en ligging ideale meeting points voor militairen en burgers, de krijgsmacht en de samenleving.

De ECHOS Homes vervullen een taak in de bijzondere personeelszorg van Defensie met de functies: huiskamer, ontmoeting, vorming en ontwikkeling, geleide vrijetijdsbesteding en sociale zorg.

ECHOS Homes, Thuis op YouTube.

Ook de thuisfrontafdelingen maken tijdens de uitzendperiode gebruik van het ECHOS Home in hun regio voor hun vergaderingen, sociale bijeenkomsten en thuisfrontdagen.

ECHOS Homes bieden, doorgaans buiten de poort van de kazerne:

  • Een huiskamer zonder consumptieplicht met gelegenheden voor diverse vormen van zinvolle vrijetijdsbesteding;
  • Faciliteiten tbv de geestelijke vorming en verzorging;
  • Een restauratieve functie, een gelegenheid voor lunch, diner en consumpties;
  • Een locatie voor vergaderingen en evenementen.

Uniek voor de ECHOS Homes is de bundeling van al deze functies onder één dak.

De meerwaarde ligt vooral in de huiselijke sfeer en het welkome karakter dat het ECHOS Home uitstraalt, de flexibele menukaart, de betrokkenheid van de medewerkers, de flexibiliteit waarmee ingespeeld wordt op de wensen van de gasten en de mogelijkheid voor militairen om zich buiten de werkomgeving en hiërarchie te kunnen ontspannen.

Naast de bijdrage die de ECHOS Homes leveren aan de bijzondere personeelszorg van militairen, vervullen de ECHOS Homes in Nederland een belangrijke functie in het kader van de ontwikkeling van de nuldelijns ondersteuning aan veteranen.

In de ECHOS Homes zijn medewerkers aanwezig die de speciale cursus veteranenhelper hebben gevolgd.

De ECHOS Homes staan sinds 2010 vermeld in de Veteranennota en hebben in dit kader de status van ‘militaire accommodatie’.

Samen met andere particuliere initiatieven – verenigd in het samenwerkingsverband van de Veteranen Ontmoetingscentra (VOC) – zorgen de ECHOS Homes mede voor een landelijk dekkend netwerk van ontmoetingscentra waar de veteranen een sociale omgeving geboden wordt en waar informatie aanwezig is met betrekking tot de ‘sociale kaart’ van de veteranen.

Meer informatie: www.home-basesupport.net.

ECHOS Homes in Nederland

Den Helder – ECHOS Home ‘de Eendracht’

Havelte – ECHOS Home ‘het Baken’

Ermelo – ECHOS Home ‘de Schakel’

Harskamp – ECHOS Home ‘Baan Zulu’

Schaarsbergen – ECHOS Home ‘de Landing’

Oirschot – ECHOS Home ‘de Vrijheid’

Rotterdam – ECHOS Home ‘het Anker’

ECHOS Homes in buitenlandse oefen- en missiegebieden

Afghanistan, Kandahar – ECHOS Home ‘All Seasons

Bosnie, Sarajevo – ECHOS Home ‘The Source’

Duitsland, Hohne – ECHOS Home ‘Baan 41’

100 jaar geestelijke verzorging in de krijgsmacht

VLB LW kapel IIEen bemoedigend woord. Of een schouderklopje. Soms een stroopwafel. Geestelijk verzorgers staan al 100 jaar klaar voor militairen in de krijgsmacht. Op missie, tijdens een bivak of gewoon op de kazerne. Legerpredikanten, aalmoezeniers, rabbijnen en een bont gezelschap aan raadslieden. In deze Kruispuntspecial komen zielszorgers aan het woord. Met het Woord.

Voor het volledige artikel klik op: 100 jaar GV

 

100 jaar geestelijke verzorging in de krijgsmacht is een uitgave van het Reformatorisch Dagblad.
Tekst: Gerard ten Voorde, Janita van Hoeven-ten Voorde
Vormgeving: Ton Hoeflaak
Beeld: NIMH, “Het militaire leven”, Niek Stam, Sjaak Verboom
© 2014 Reformatorisch Dagblad

Foto’s Kapel Vliegbasis Leeuwarden: Ministerie van defensie

De Veteranendag-anjer: maak ‘m zelf!

Zelfgemaakte Witte Anjer IIOok zo onder de indruk van de vele handgemaakte witte anjers die op de laatste zaterdag van juni in de stand van de NCOK lagen?

Stuk voor stuk, witte anjer-voor-witte anjer werden ze uitgedeeld en gaandeweg de Nationale Veteranendag op revers, blouses, polo’s, overhemden, jasjes, etc., etc. bevestigd.

Weet je dat je zo’n witte anjer zelf kunt maken? Het is weinig moeite om zo’n klein kunstwerkje zelf te creëren!

Hoe? De handige, van foto’s voorziene, gebruiksaanwijzing maakt dit stap voor stap duidelijk.

Kijken hoe het moet?  Klik hier.

Dwarsligger krijgsmachtbijbel voor militairen

Dwarsliggerbijbel 2Voor militairen is sinds vandaag een speciale uitgave van de Bijbel beschikbaar. Het is een compacte uitgave in dwarsliggerformaat waardoor het boekje in de linker bovenzak van een uniform past.

De nieuwe krijgsmachtbijbel is er in twee vertalingen: de Nieuwe Bijbelvertaling en de Herziene Statenvertaling. Daarmee worden alle kerken bereikt. Binnen Defensie is er regelmatig vraag naar bijbeltjes, vooral tijdens uitzendingen en bij intensieve militaire opleidingen hebben militairen steun aan hun geloof- en levensovertuiging.

Matroos der 1e klasse Paulette Westerbeek en korporaal 1 Jonathan Strijbis kregen de eerste exemplaren van hoofdkrijgsmachtpredikant dominee Klaas Henk Ubels. Dat gebeurde in Hilversum op landgoed De Zwaluwenberg in het bijzijn van Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht luitenant-generaal Ton van Ede.

Het project is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Koninklijke PIT Pro Rege en door de Stichting Herziene Statenvertaling. De Bijbels zijn verkrijgbaar via de krijgsmachtpredikanten of het Bureau HKP (Hoofdkrijgsmachtpredikant).

Bron: www.defensie.nl, 16 april 2014 (actualisatie 17 april 2014)

Onderzoek: weinig christenen getuigen – Thema ‘Verdedigingsleer’

Veel christenen getuigen niet van hun geloof, hoewel zij wel de verantwoordelijkheid voelen om dit te doen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 1000 Canadese protestanten, berichtte de Engelse website christiantoday onlangs.

Bijna de helft (43 procent) van de ondervraagden gaf aan dat zij de verantwoordelijkheid voelen om hun religieuze overtuigingen over Jezus Christus te delen met niet-christenen. Daarentegen zei 78 procent dat zij dat de laatste zes maanden niet hebben gedaan.

De studie was bedoeld om „christenen meer over zichzelf te leren en over hun zendingsactiviteiten”, aldus de onderzoeksgroep LifeWay Research. Het bureau noemt het onderzoek „deel van een uitgebreid discipelschapsproject, dat in eerste instantie is gericht op het meten van geestelijke volwassenheid.”

Meer dan de helft van de ondervraagden gaf aan het als prettig te ervaren om hun geloof te delen. 59 procent had de afgelopen zes maanden niemand uitgenodigd om de kerk te bezoeken. 21 procent had dit bij één persoon gedaan, terwijl 10 procent aangaf drie of meer personen te hebben gevraagd. Zo’n 10 procent van de christenen zei dat hij dagelijks voor niet-christenen bad, 30 procent vertelde dat hij dat meerdere keren per week deed.

De voorzitter van LifeWay Research, Ed Stetzer, concludeert uit het onderzoek dat personen die al langer christen zijn meer doen aan evangelisatie dan personen die dat nog maar kort zijn. „Heel vaak zeggen we dat nieuwe christenen het meest actief zijn in het delen van hun geloof. Nu blijkt dat dat niet zo is”, stelt de onderzoeker.

Bron: www.refdag.nl, Redactie kerk, 17 januari 2014