Aantal legerpredikanten blijft op peil

Op het aantal geestelijke verzorgers binnen de krijgsmacht hoeft niet verder te worden bezuinigd. Dat blijkt uit een brief die minister Hennis van Defensie dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister stelt in die brief de omvang van de geestelijke verzorging voor 2016 vast op 132 personen. De verdeling tussen de verschillende denominaties is dan als volgt: 45 protestantse, 43 rooms-katholieke en 38 humanistische geestelijke verzorgers. De bewindsvrouw moet nog een besluit nemen over het aantal joodse, Hindoestaanse en islamitische medewerkers. Nu werken er twee verzorgers voor elk van deze drie denominaties.

Irak,As Samawah, Camp Smitty, 16 november 2003. ©Jens Grijpstra, Koninklijke Marine Op zondag 16 november 09.00 uur vond er op Kamp Smitty een bijzondere kerkdienst plaats. Bijzonder omdat dit de laatste dienst van Pater Peelen van SFIR I en de eerste di

In 2011 waren er nog 150 geestelijke verzorgers in dienst. De dienst geestelijke verzorging hield echter al enkele jaren rekening met bezuinigingen, waardoor het aantal medewerkers is gedaald tot 125.

Het aantal geestelijke verzorgers moet naar beneden, vanwege de krimp van het aantal militairen. Het aantal soldaten nam vanwege bezuinigingen sinds 2011 af met circa 15 procent tot 43.216 in 2014. De prognose voor 2016 is dat dit verder terugloopt naar 41.194. Voor de geestelijke verzorging zou dit een verlies van 23 arbeidsplaatsen betekenen. De Tweede Kamer nam in 2012 echter een motie aan die werd ingediend door CU-Kamerlid Segers. Daarin stelde hij dat „geestelijke verzorging zo veel mogelijk moet worden ontzien bij bezuinigingen op Defensie.” De minister houdt zich aan die wens.

De bewindsvrouw baseert haar besluit op een advies uit 2014 van een stuurgroep onder leiding van dr. Ton Bernts van het onderzoekscentrum Kaski. De stuurgroep raadde aan om de primaire functie van de geestelijke verzorging, het beschikbaar zijn op de werkvloer, onverkort in stand te houden. En om het aantal geestelijke verzorgers gelijke tred te laten houden met de omvang van de krijgsmacht. De minister neemt dit advies over.

Hoofdkrijgsmachtpredikant Klaas-Henk Ubels, verantwoordelijk voor de protestantse geestelijke verzorging bij de krijgsmacht, kan zich vinden in het rapport van de commissie. „Er is op een zorgvuldige wijze gekeken in hoeverre de bezuinigingen binnen Defensie kunnen worden doorgevoerd naar de geestelijke verzorging. Door vacature­management is ons personeels­bestand de achterliggende jaren al drastisch afgenomen, zodat wij gelukkig geen mensen hoeven te ontslaan.”

Momenteel zijn er 42 protestantse geestelijke verzorgers in dienst, van wie er één dit jaar met pensioen hoopt te gaan. De minister heeft het aantal krijgsmachtpredikanten voor 2016 vastgesteld op 45. Ubels is daarom nog op zoek naar vier legerpredikanten. „De afgelopen tijd zijn wij een grote wervingscampagne gestart. We ontvingen wel 64 sollicitaties. Binnenkort hopen we een aantal benoemingen te kunnen melden.”

De deskundigen inventariseerden voor het eerst sinds 1991 de geestelijke behoeften en voorkeuren van de militairen. Bijna 60 procent van de militairen op de werkvloer heeft het afgelopen jaar weleens contact gehad met een geestelijk verzorger. Een kwart van hen voerden intensievere gesprekken.

Twee derde van de militairen vindt de geestelijke verzorging voldoende tot goed bereikbaar; een heel kleine groep vindt haar slecht bereikbaar.

Religie van militairen

Het onderzoek bracht voor het eerst de religieuze achtergrond van militairen in kaart. Bijna de helft zegt dat hij of zij zich niet verbonden voelt met een religie of levensbeschouwing. Het aandeel rooms-katholieken en protestanten is gelijk, beide 19 procent. Negen procent noemt zich humanistisch en 1 procent joods, islamitisch of Hindoestaans.

De helft (48 procent) van de soldaten zegt voorkeur te hebben voor een geestelijke verzorger van een bepaalde denominatie. Deze 48 procent is als volgt verdeeld: 16 procent voor een protestantse geestelijk verzorger, 15 procent voor een rooms-katholieke geestelijk verzorger, 13 procent voor een humanistische raadsman/-vrouw, 3 procent anders, en minder dan 1 procent voor een geestelijk verzorger uit een van de kleine denominaties; 52 procent geeft aan geen voorkeur te hebben.

Volgens de deskundigen geeft deze uitslag „aanleiding tot een bezinning op de vanzelfsprekende denominatieve nadruk in de organisatie van de geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht.”

Bron: Reformatorisch Dagblad, 25 februari 2015

Beeld: NIMH

Toespraak CDS jubileumcongres Diensten Geestelijke Verzorging

100 jaar DGV 20141127Majesteit,  excellenties,  beste geestelijk verzorgers van de Nederlandse krijgsmacht, dames en heren,

Allereerst wil ik u allen van harte feliciteren met honderd jaar geestelijke verzorging.

100 jaar geleden, in 1914, was het Koningin Wilhelmina die bij Koninklijk Besluit de geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht instelde. De Eerste Wereldoorlog was net uitgebroken en zogenaamde zielzorgers moesten zich ontfermen over gewonde en stervende militairen.

De 4 Nederlandse legerdivisies kregen elk 1 aalmoezenier en 2 veldpredikers. Een bescheiden begin van een indrukwekkend groeitraject. Veel veranderde in die 100 jaar, maar één ding bleef ongewijzigd;  de zorg voor de individuele militair stond en staat centraal.

Wat wel veranderde was de invulling van die zorg.

Voor de hele toespraak klik hier.

Bron tekst en fotografie: www.defensie.nl

100 jaar geestelijke verzorging in de krijgsmacht

VLB LW kapel IIEen bemoedigend woord. Of een schouderklopje. Soms een stroopwafel. Geestelijk verzorgers staan al 100 jaar klaar voor militairen in de krijgsmacht. Op missie, tijdens een bivak of gewoon op de kazerne. Legerpredikanten, aalmoezeniers, rabbijnen en een bont gezelschap aan raadslieden. In deze Kruispuntspecial komen zielszorgers aan het woord. Met het Woord.

Voor het volledige artikel klik op: 100 jaar GV

 

100 jaar geestelijke verzorging in de krijgsmacht is een uitgave van het Reformatorisch Dagblad.
Tekst: Gerard ten Voorde, Janita van Hoeven-ten Voorde
Vormgeving: Ton Hoeflaak
Beeld: NIMH, “Het militaire leven”, Niek Stam, Sjaak Verboom
© 2014 Reformatorisch Dagblad

Foto’s Kapel Vliegbasis Leeuwarden: Ministerie van defensie

Dwarsligger krijgsmachtbijbel voor militairen

Dwarsliggerbijbel 2Voor militairen is sinds vandaag een speciale uitgave van de Bijbel beschikbaar. Het is een compacte uitgave in dwarsliggerformaat waardoor het boekje in de linker bovenzak van een uniform past.

De nieuwe krijgsmachtbijbel is er in twee vertalingen: de Nieuwe Bijbelvertaling en de Herziene Statenvertaling. Daarmee worden alle kerken bereikt. Binnen Defensie is er regelmatig vraag naar bijbeltjes, vooral tijdens uitzendingen en bij intensieve militaire opleidingen hebben militairen steun aan hun geloof- en levensovertuiging.

Matroos der 1e klasse Paulette Westerbeek en korporaal 1 Jonathan Strijbis kregen de eerste exemplaren van hoofdkrijgsmachtpredikant dominee Klaas Henk Ubels. Dat gebeurde in Hilversum op landgoed De Zwaluwenberg in het bijzijn van Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht luitenant-generaal Ton van Ede.

Het project is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Koninklijke PIT Pro Rege en door de Stichting Herziene Statenvertaling. De Bijbels zijn verkrijgbaar via de krijgsmachtpredikanten of het Bureau HKP (Hoofdkrijgsmachtpredikant).

Bron: www.defensie.nl, 16 april 2014 (actualisatie 17 april 2014)

Onderzoek: weinig christenen getuigen – Thema ‘Verdedigingsleer’

Veel christenen getuigen niet van hun geloof, hoewel zij wel de verantwoordelijkheid voelen om dit te doen. Dat blijkt uit een onderzoek onder 1000 Canadese protestanten, berichtte de Engelse website christiantoday onlangs.

Bijna de helft (43 procent) van de ondervraagden gaf aan dat zij de verantwoordelijkheid voelen om hun religieuze overtuigingen over Jezus Christus te delen met niet-christenen. Daarentegen zei 78 procent dat zij dat de laatste zes maanden niet hebben gedaan.

De studie was bedoeld om „christenen meer over zichzelf te leren en over hun zendingsactiviteiten”, aldus de onderzoeksgroep LifeWay Research. Het bureau noemt het onderzoek „deel van een uitgebreid discipelschapsproject, dat in eerste instantie is gericht op het meten van geestelijke volwassenheid.”

Meer dan de helft van de ondervraagden gaf aan het als prettig te ervaren om hun geloof te delen. 59 procent had de afgelopen zes maanden niemand uitgenodigd om de kerk te bezoeken. 21 procent had dit bij één persoon gedaan, terwijl 10 procent aangaf drie of meer personen te hebben gevraagd. Zo’n 10 procent van de christenen zei dat hij dagelijks voor niet-christenen bad, 30 procent vertelde dat hij dat meerdere keren per week deed.

De voorzitter van LifeWay Research, Ed Stetzer, concludeert uit het onderzoek dat personen die al langer christen zijn meer doen aan evangelisatie dan personen die dat nog maar kort zijn. „Heel vaak zeggen we dat nieuwe christenen het meest actief zijn in het delen van hun geloof. Nu blijkt dat dat niet zo is”, stelt de onderzoeker.

Bron: www.refdag.nl, Redactie kerk, 17 januari 2014

Autonoom mensbeeld zit apologetiek in de weg – Thema ‘Verdedigingsleer’

Jos de Keijzer.

Hoe komt het dat apologetische argumenten meestal niet werken?

Voor ons christenen voorzien apologetische argumenten in een behoefte: ze verschaffen ons geloof een redelijke basis. Maar helpen de argumenten wanneer u over het tuinhek hangend met de buurman in gesprek gaat of wanneer u met een vriendin ergens koffie gaat drinken? Nauwelijks. Ik probeer in deze bijdrage uit te leggen waarom dat zo is, aan de hand van een blik op mensbeelden in de geschiedenis.

Scheidsrechter

De wortel van de beperkte effectiviteit van apologetiek ligt in het feit dat de eigen rede het uitgangspunt van de mens is geworden. De Canadese filosoof Charles Taylor laat zien hoe veranderingen in het mensbeeld er in de verlichting voor zorgden dat de menselijke rede ineens zo heel erg belangrijk werd. Het was niet zomaar een kwestie van hoogmoed, maar bittere noodzaak om het verstand een centrale plaats te bieden.

René Descartes walgde aan het begin van de verlichting, in de 17e eeuw, namelijk van de religieuze oorlogen van zijn tijd (hij vocht zelf in het leger). De elkaar bevechtende kerken claimden allemaal de waarheid te bezitten. Descartes ging toen op zoek naar een nieuwe basis op grond waarvan een normale dialoog mogelijk was. Hij vond die in de rede. Die alleen zou scheidsrechter over de waarheid moeten zijn.

Zo kwam de rede in het middelpunt te staan. Descartes begon bij zichzelf. Hij maakte de mens tot het beginpunt van denken over God en wereld: „Ik denk, dus ik ben.” Al denkend meende Descartes te kunnen bewijzen dat God bestond en dat de wereld er echt was. Een nieuw mensbeeld was ontstaan: een geïsoleerde mens die los van de wereld en los van God zichzelf als ijkpunt neemt.

Dit nieuwe mensbeeld verschilde aanzienlijk van het klassieke en het christelijke mensbeeld. De Griekse wijsgeer Plato zag de mens niet geïsoleerd, maar als onderdeel van een groter geheel. Alles wat je in de wereld tegenkomt, ontleent volgens hem betekenis aan ideeën die zich boven deze wereld bevinden. De mens vindt zijn betekenis door buiten zichzelf te kijken, naar zijn verbondenheid met deze ideeën. Je bent mens door je verbondenheid met het rationele principe waarvan de kosmos doortrokken is.

Bij het klassieke christelijke mensbeeld van kerkvader Augustinus is die verbondenheid met een betekenisvolle buitenwereld er nog steeds. De platonische ideeën hebben bij hem plaatsgemaakt voor God en de goddelijke scheppingsgedachten. Maar hij wijst de weg naar God al wel via de menselijke ziel. Er is dus bij hem al sprake van een zekere verinnerlijking. Bij Descartes werd die verinnerlijking eeuwen later geradicaliseerd.

Maar het atomistische mensbeeld van Descartes leidde tot allerlei problemen. Waar hij zelf nog vol zelfvertrouwen zichzelf, God en de wereld meende te kunnen bewijzen, bleek algauw dat dit optimisme niet vol te houden was. David Hume begon te twijfelen aan zijn zintuigelijke waarnemingen en even later stelde Immanuel Kant dat we vanuit ons eigen denken eigenlijk niets over God kunnen weten.

Het probleem van de elkaar bevechtende christelijke kerken werd dus opgelost door een nog veel groter probleem. Van een mensbeeld waarin de mens zichzelf als onderdeel van een groter geheel, een groter iets, verbonden met God beschouwde, was de mens nu alleen, geïsoleerd en op zichzelf geworpen. De mens was voortaan alleen, zonder God in de buitenwereld.

Brug

Terug naar de apologetiek. Je kunt je voorstellen dat die in de periode van de verlichting en erna probeerde in te spelen op de verandering die Descartes had aangebracht door de rede zo centraal te stellen. Als je nu met het verstand kunt bewijzen dat God bestaat, dan hebben we door middel van het denken de weg tussen mens en God weer hersteld en de verlichting met haar eigen wapen verslagen. Als iedereen de onweerlegbaarheid van de argumenten ziet, gaat men weer geloven in God. Dan komt alles goed.

Maar dat gebeurde niet. Waarom niet? Omdat kennis eenvoudig niet voldoet als middel om de brug tussen mens en God te slaan. Het begint met geloof. Het begint met een mens die reeds verbonden is met God. Je zou zelfs kunnen zeggen dat waar mensen zichzelf zien als onderdeel van een groter geheel en verbonden met God, het kenprobleem (van Hume en Kant) gewoon niet aan de orde komt. Pas zodra je begint met een mensbeeld van een autonome, geïsoleerde mens die zelf basis en beginpunt is, wordt het kennen een probleem. Ons vermogen te kennen is ons niet geschonken om autonoom, los van God, te functioneren. Je zou kunnen zeggen dat bij een gezond mensbeeld het kennen goed functioneert, maar dat bij een ongezond mensbeeld het kennen ook ziek blijkt te worden.

Een voorbeeld van een mens die zichzelf zag als onderdeel van een groter geheel en verbonden met God, en pas van daaruit denkend tot argumenten voor het bestaan van God probeerde te komen, is de middeleeuwse theoloog Anselmus. Zijn argument voor Gods bestaan was geen poging om eerst God te bewijzen om dan in God te gaan geloven. Zijn motto was juist: „Ik geloof opdat ik mag begrijpen.”

Aanklacht

Hierom werken apologetische argumenten dus meestal alleen voor mensen die reeds in God geloven: het begint met geloof en verbondenheid met het grotere geheel, pas daarna komt het kennen. Vanaf het moment dat Descartes het kennen geïsoleerd vooropstelde, ging het daarom bergafwaarts met het geloof.

Apologetiek kan hiervoor geen echte oplossing bieden, omdat het probleem te diep zit. Apologetiek is in zekere zin zelf onderdeel van het probleem van de moderne mens, voor zover het los van geloof God probeert te bewijzen. Een echte oplossing zou zijn om met een mensbeeld te beginnen dat weer verbonden is met het geheel (en met God). Maar we kunnen niet zomaar terug in de tijd, en het werkt ook niet wanneer de doelgroep wel het kennen en het kenprobleem vooropstelt.

Toch lijkt het erop dat met de komt van het postmoderne denken er zich nieuwe mogelijkheden voordoen. Je kunt het postmodernisme zien als één grote aanklacht tegen de gedachte dat het autonome denken de oplossing is. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor een apologetisch gesprek. Hoe precies, is moeilijk te zeggen. Het zal moeten blijken bij de schutting of aan de koffie.

Jos de Keijzer, promovendus aan Luther Seminary in Minnesota (VS). Heeft u een vraag voor deze rubriek of wilt u reageren? weerwoord@refdag.nl

 

Bron: www.refdag.nl, 7 januari 2014

Twee leden bestuur Protestantse Kerk bezoeken luchtmachtbasis in Turkije

IncirlikDr. A. J. Plaisier en mr. Marjoleine Engelbert-Clarenbeek, lid van het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland, hebben recent een bezoek gebracht aan de luchtmachtbasis Incirlik in Turkije.

Zij waren daar op uitnodiging van hoofdkrijgsmachtpredikant ds. K. H. Ubels, meldde de Protestantse Kerk vrijdag. De moderamenleden woonden een kerkdienst bij en voerden gesprekken met de aanwezige militairen. Er zijn 250 Nederlanders op de basis gestationeerd. Ze verdedigen de inwoners van Adana en het Turkse luchtruim en grondgebied tegen aanvallen met raketten uit Syrië.

Het krijgsmachtpastoraat wordt als „heel waardevol en buitengewoon nuttig” beschouwd, constateerde Engelbert. „Er is veel waardering voor onder de militairen.”

Foto’s Martijn Bronkhorst

Redactie Kerk

Bron: www.refdag, 22 november 2013

Incirlik

Breng vooral woorden van Jezus ter sprake – Thema ‘Verdedigingsleer’


Introductie

1 Petrus 3:15-16: “Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze, en met een goed geweten, opdat bij al het kwaad, dat men van u spreekt, zij, die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd gemaakt worden”.

De (Christelijke) Apologetiek is “de studie die zich bezighoudt met het verdedigen van het Christelijke geloof”. Dit is een Bijbelse opdracht, zoals het bovenstaande gedeelte uit de Petrusbrief onder andere laat zien; we moeten altijd bereid zijn hen, die ons vragen verantwoording van ons geloof af te leggen te antwoorden en dat op een manier die degenen die ons, ons geloof, te schande willen maken “beschaamd gemaakt worden”.

Bron: www.bijbelcollege.nl, 16 november 2013


 

Ds. G. A. van den Brink, hersteld hervormd predikant te Kralingseveer, www.refdag.nl, 15 november 2013:

Is er in een apologetisch gesprek plaats voor Jezus?

Je zou eens moeten kijken naar alle gesprekken die je voert over het christelijk geloof. Een gesprekje met je moeder over de preek. Een praatje over de heg met de buurman die nergens aan doet. Een niet-gelovige collega vraagt op maandag wat je gisteren hebt gedaan. Het huisbezoek. De Bijbelkring van de kerk. Een open ontmoeting bij de evangelisatiestand op de markt.

Het is niet moeilijk om in al die gesprekken een tweedeling te maken. Soms spreek je met iemand die nergens aan doet, en soms spreek je met iemand die zelf ook een christen is. Twee totaal verschillende typen gesprek! Misschien heb je bij deze verdeling een onbehaaglijk gevoel. Met geloofsgenoten praten over God en Jezus gaat je goed af. Maar tegenover niet-gelovigen stokt de adem in je keel. Je kunt uitvoerig discussiëren over de gereformeerde leer, maar je voelt je hulpeloos in een gesprek met iemand die niet in God gelooft. Of misschien is het precies andersom. Je hebt vijf bewijzen voor het bestaan van God, drie tegen evolutie en zes voor de schepping, je toont aan dat er leven is na de dood en dat de Bijbel onfeilbaar is, maar diep vanbinnen weet je dat er geen persoonlijk geloof is in de Heere Jezus Christus…

Waterscheiding

Deze tweedeling in onze gesprekken is onwenselijk. Het geeft de indruk dat er een waterscheiding is tussen kennis en vertrouwen, tussen hoofd en hart, tussen argumenten en overgave. Er zijn best veel christenen die weinig hebben met argumenten van apologeten. Zij herkennen er niet in wat voor hun persoonlijk geloofsleven zo belangrijk is. Anderen zijn juist bang dat zonder argumenten het christendom vervlakt tot goedgelovigheid. Is er een manier om deze kloof te overbruggen?

Ik denk van wel. Een belangrijke manier om deze tegenstelling te boven te komen, is om in het apologetische gesprek een grote plaats toe te kennen aan de woorden van Jezus. Joden, moslims en christenen gebruiken dezelfde argumenten om het bestaan van een God te verdedigen. Zij voeren dezelfde redenen aan voor hun geloof in de schepping. Zij verschillen ook niet in de overtuiging dat er leven is na de dood. Maar een christen heeft een belangrijk extra gegeven. Hij gelooft in de betrouwbaarheid van de woorden van Jezus.

Jezus was evenzeer een mens als wij. Toch had Hij op unieke wijze toegang tot kennis die wij niet bezitten (Joh. 3:11). Hij openbaarde Zijn geloof en overtuiging met grote zekerheid en vastberadenheid. Hij sprak als machthebbende (Mark. 1:22). Hij geloofde in het bestaan van één God (Mark. 10:18), in de schepping (Mark. 13;19), in het leven na de dood (Joh. 5:28-29), in de verantwoordelijkheid van de mens (Joh. 3:18,36), in de realiteit van de duivel (Matth. 4:1-11), in de hemel en de hel (Luk. 16:19-31).

Deze overtuigingen waren bij Hem zo sterk en zo krachtig, dat Hij zijn gehele leven inrichtte overeenkomstig dit geloof. En meer dan dat – Jezus’ overtuigdheid was zo sterk, dat Hij zelfs gewillig was om zichzelf in de dood over te geven. Hoe kon dat? Omdat Hij zeker geloofde dat Hij aan de andere zijde van het graf in een nieuw en eeuwig leven op zou staan (Joh. 10:18; Hebr. 12:2).

Er waren veel mensen die Jezus Zijn stelligheid en overtuigdheid kwalijk namen (Joh. 8:57-59). De sadduceeën geloofden niet in een leven na de dood en wilden Hem belachelijk maken (Mark. 12:17-28). De geestelijk leiders beschouwden Hem als een leugenaar en lasteraar (Matth. 9:3). Nog na zijn dood spraken de farizeeën minachtend over „deze verleider” (Matth. 27:63). Ook zijn eigen discipelen dachten aanvankelijk dat Hij Zich op schokkende wijze had vergist (Luk. 24:21).

Maar de opstanding van Jezus bewees dat alle overtuigingen die Jezus had, terecht waren. Alle waarheden waaraan Hij Zich in leven en sterven had toevertrouwd, bewezen toen hun kracht. Het geloof van Jezus werd niet beschaamd, maar integendeel, op de paasmorgen bleek op radicale en overtuigende wijze hoezeer Hij altijd de waarheid gesproken had (Joh. 8:40).

Vertrouwen

Wanneer je dit tot je door laat dringen, geeft het een belangrijke grond om sommige dingen van harte te geloven. Als iemand je vraagt: „Waarom geloof je in het bestaan van God?”, dan kun je zeggen: „Omdat Jezus erin geloofde, en ik beschouw Hem als betrouwbaar.” „En waarom geloof je in een leven na de dood?” „Omdat Jezus erin geloofde, en ik beschouw Hem als betrouwbaar.” „Hoe weet je dat de wereld door God geschapen is?” „Omdat Jezus daarin geloofde en ik weet dat Hij betrouwbaar is.”

Deze benadering in een apologetisch gesprek heeft twee belangrijke voordelen. Allereerst helpt het heel goed om het gesprek te brengen naar de kern van de Bijbelse boodschap: de Persoon van de Heere Jezus Christus. Je voorkomt dat het gesprek ontaardt in een scherpzinnig steekspel van argumenten. In plaats daarvan breng je het belang naar voren van geloof, vertrouwen, overgave. Het kan zijn dat je gesprekspartner smalend zijn neus ophaalt voor deze benadering. Dan zij dat maar zo; ook Jezus kreeg met zulke verachting te maken.

Een tweede belangrijk voordeel is dat je niet komt met je eigen mening maar met het woord van Jezus. Het is aan te raden om in een moeilijk gesprek te antwoorden met: „Jezus zegt…” Als iemand aan je vraagt wat jij vindt van echtscheiding, of van de hel, of van andere godsdiensten, kun je op deze manier antwoorden: Jezus zegt, en je noemt de relevante Schriftgegevens (Matth. 19:9; Matth. 10:28; Joh. 10:8). Zo’n antwoord laat zien hoe radicaal en direct de woorden van Jezus zijn. Het geeft dan ook een goede gelegenheid om je gesprekspartner te laten voelen dat de woorden van Jezus werkelijk ergens over gaan, en een appel doen op ons aller leven.

Ten slotte nog dit. Deze benadering stelt ook aan jouzelf een vraag. Geloof je werkelijk de belangrijkste boodschap die Jezus had? Hij kwam niet allereerst om te vertellen over de schepping, over engelen, over het bestaan van God of over de hel. Hij kwam om te getuigen van Zichzelf als de Zoon van God (Joh. 8:14). Hij kwam met de boodschap dat wie in Hem gelooft, eeuwig leven heeft (Joh. 11:25-26). Wie alles van Jezus gelooft behalve dit, gelooft Hem niet. Er is, kortom, geen christelijke apologetiek mogelijk zonder persoonlijke overgave aan Jezus Christus.

Literatuur

Chris Wright, The Uniqueness of Jesus (Grand Rapids: Kregel 2001).

D.A. Carson, Jesus the Son of God: A Christological Title Often Overlooked, Sometimes Misunderstood, and Currently Disputed (Wheaton: Crossway 2012).

Bron: www.refdag.nl, 15 november 2013

NCOK boekenlegger

Boekenlegger frontOns visitekaartje in de vorm van een handige boekenlegger.
Op de achterkant zijn alle boeken van de Bijbel in hun volgorde opgenomen én gerangschikt in begrijpelijke categoriën. Héél handig als spiekbriefje bij de Dienst-te-velde!

Klik voor volledige groote

Voor defensiepersoneel op aanvraag beschikbaar.
Stuur een e-mail naar contact@ncok.nl en vermeld daarin alstublieft de benodigde gegevens.

Boekenlegger back
De NCOK ondersteunt de ontmoetingskringen met nog meer handig materiaal, zoals aankondigingen in NCOKhuisstijl, informatiemateriaal, et cetera.

Heeft u specifieke gedachten of wensen, overleg dan gerust en neem contact met ons op via contact@ncok.nl