Legerpredikanten blikken terug: Oh, oh, hij probeert ons te bekeren…

Zes krijgsmachtpredikanten en een humanistisch raadsvrouw vertelden eind 2008 over hun verwachtingen van een baan bij defensie. Vijf jaar later blikken ze terug.

V.l.n.r.: raadsvrouw Wilma Geerdink, die intensief met de predikanten optrok, ds. B. G. Breunesse, ds. J. van der Goot, ds. A. F. de Oude, ds. W. J. van Sintmaartensdijk, ds. P. van Duijvenboden en ds. H. A. Hoorn, voor het gebouw van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda, waar zij onlangs hun diploma kregen uitgereikt.
 

Zes krijgsmachtpredikanten en een humanistisch raadsvrouw vertelden eind 2008 –net na het afronden van hun tienwekelijkse opleiding– over hun beweegredenen om als geestelijk verzorger bij defensie te gaan werken. Bijna vijf jaar later blikken ze –op één na– terug op hun overstap van de kerk naar de kazerne.

“Bom in het grint”

Naam: Ds. J. (Jaap) van der Goot. Leeftijd: 59 jaar. Functie: Krijgsmachtpredikant bij de Koninklijke Luchtmacht, Vliegbasis Leeuwarden; heeft begin april een beroep aangenomen naar Dokkum-Aalsum-Wetsens.

Heeft u weleens spijt gehad van de beslissing het leger in te gaan?” Nee, absoluut niet. Ik moet er helaas dit jaar uit. Ik word zestig en mijn contract loopt af. Voor vijf jaar bijtekenen zit er voor mij niet in. Dat spijt mij wel. Ik ga terug naar een gemeente. Op zich is dat spannend, want je komt anders terug. Je bent vijf jaar in een volledig seculier bedrijf bezig geweest, waarbij je contact hebt gehad met allerlei mensen. Het verfrissende daarvan is dat je scherp onder woorden leert brengen wat geloof voor jou betekent.

Welke gebeurtenis uit de afgelopen jaren blijft u bij?” Tijdens mijn uitzending in Kandahar (Afhganistan) zat ik in een commissie voor goede doelen die de verbouwing van een plaatselijke school financieel ondersteunde. Op het moment dat de school openging en de kinderen het plein opliepen, ontplofte er een bom. Een dramatisch moment. Wij waren er zelf niet bij, omdat we niet buiten de legerbasis mochten komen. Een meisje dat op de mijn stapte, raakte ernstig gewond. Deze gebeurtenis heeft mij ontzettend geraakt en verward. Plotseling kwam de strijd dichtbij. Hoe durfden ze onze school zo aan te pakken? En hoe moest ik als gelovig christen die leeft van de vergeving van zonden, omgaan met mijn haatgevoelens? Het heeft me een paar dagen gekost om de dingen op hun plek te krijgen. Die zondag heb ik stilgestaan bij het bidden voor je vijand. Bij de school is een betonnen plein aangelegd, zodat er geen mijn in het grint verstopt kan worden.

Samen op een postzegel”

Naam: Ds. W. J. (Wouter Johan) van Sintmaartensdijk. Leeftijd: 50 jaar. Functie: Krijgsmachtpredikant bij de Koninklijke Luchtmacht, Vliegbasis Gilze-Rijen.

U was in 2008 benieuwd welke rol het geloof speelt in een niet-kerkelijke setting. En?” Met name een uitzending werpt mensen terug op de fundamenten waarop zij leven. In die maanden is er grote saamhorigheid. Ontmoet je elkaar normaal van ongeveer acht uur ’s morgens tot vier uur ’s middags, nu zit je 24 uur per dag met z’n allen op een postzegel. Je merkt al snel of het koppie een beetje hangt, of dat de oogjes niet goed staan. Je bevindt je in een snelkookpan: onder hoge druk. Er is latente dreiging. Soms krijg je geloofsvragen, maar lang niet altijd. Gesprekken hoeven ook niet altijd over God of Jezus te gaan. Je kijkt mee, je luistert mee. Als een soort Emmaüsganger die onderweg gesprekken voert over alles wat het leven betreft. Mensen staan tijdens een uitzending zéér open voor het contact met de geestelijke verzorging.Behalve de Bijbel gebruikte ik andere bronnen, zoals film, een boek of muziek, om een thema voor de zondag te bedenken. Bijvoorbeeld het lied ”Stück vom Himmel” van Herbert Grönemeyer. Daarin komen grote vragen op levensbeschouwelijk gebied voor en de vraag of het uitoefenen van geweld gerechtvaardigd is. Ik heb ook eens gesproken over het gebod ”Gij zult niet doden”.

Wat moet er in de basisuitrusting van een legerpredikant zitten?” Mijn advies is: Zorg dat je zo veel mogelijk oppikt van het militaire gedeelte van de opleiding. Je moet weten hoe militairen opereren. Het eerste halfjaar mag je argeloos vragen stellen, daarna word je een beetje meewarig aangekeken.

Wachtrij voor de deur”

Naam: Ds. B. G. (Bart) Breunesse. Leeftijd: 53 jaar. Functie: Predikant van de protestantse gemeente in Dedemsvaart.  

U bent weer gemeentepredikant. Waarom?” Ik had een contract voor vijf jaar gekregen. Gaandeweg bleek dat defensie geen mogelijkheden zag om dat contract te verlengen. Toen een gemeente na drieënhalf jaar een beroep op mij deed, ben ik vroegtijdig weggegaan. Dit had ik van tevoren niet kunnen denken. Ik had best nog vijf, tien jaar willen blijven. Ik heb veel geleerd en afgeleerd.

Wat, bijvoorbeeld?” Bij defensie heb je met allerlei slag mensen te maken. Je zit midden in de wereld. Ik vraag me nu sterk af hoe de kerk iets kan betekenen voor de wereld; voor de voedselbank of voor hangjongeren. Verder ben ik nu iets consequenter dan voorheen in het bezoeken van leden aan de rand van de gemeente.Als militairen in de gaten hebben dat een gesprek met „die dominee” geen consequenties heeft –een geestelijk verzorger heeft verschoningsrecht en valt niet onder een commandant– komen ze werkelijk met van alles. Regelmatig gebeurde het dat er een wachtrij voor de deur stond, als ik kwam aanrijden bij de kazerne. Gemeenteleden mijden de pastorie toch een beetje, al wordt er van het inloopspreekuur –dat ik driemaal per week op een onopvallende plek in de kerk houd– ook wel gebruik gemaakt.

Mist u het werk bij defensie?”Ik mis de collegialiteit van een grote en brede collegakring. Vorige week ontmoette ik mijn oude collega’s tijdens een afscheid. Toch een mooie wereld, dacht ik toen. Maar wat ik nu doe, is ook geen straf. In de kerk zijn er genoeg uitdagingen.

De oorlog in je lijf”

Naam: Ds. A. F. (André) de Oude. Leeftijd: 50 jaar. Functie:Krijgsmachtpredikant bij de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn, het Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum Koninklijke Marechaussee.

Welke gebeurtenis uit de afgelopen jaren blijft u bij?” Ik ben bij de politietrainingsmissie in Afghanistan geweest, in Kunduz. Schitterend om te doen, maar een halfjaar lang bij je vrouw en kinderen weg zijn, is niet niks. De hoeveelheid mensen die bij me kwamen, heeft mijn stoutste verwachtingen overtroffen. Kijk, die militairen zijn bezig met hun werk, maar als ze daarna op hun bed gaan liggen, merken ze dat ze hun thuis missen en dat ze stuk zijn van de spanning. Daarom klopte er nogal eens iemand om 22.00 uur aan. Dat heeft veel van me gevraagd. Ik ben overbelast teruggekomen.Wat zo’n missie met je doet, bleek toen ik, eenmaal terug in Nederland, op de eerste maandag van de maand het oefenalarm hoorde. Ik stond in de garage een stuk hout te zagen en lag plotseling plat op de grond. Zo zit de oorlog in je lijf. Op een nacht werd ik wakker omdat de ademhaling die ik hoorde, niet van mijn buddy was met wie ik in Afghanistan een kamer deelde. Ik schrok ontzettend. Het enige wat ik kon denken was: waar is mijn wapen en hoe kom ik hier weg? Maar toen ik mijn been voorzichtig uit bed wilde steken, merkte ik dat ik aan de verkeerde kant van het bed lag. Hoe kon dat nu? Pas toen realiseerde ik me dat de ademhaling die ik hoorde, van mijn vrouw was.

U hoopte in gesprek te raken met mensen over het geloof. Is dat gebeurd?” Een geestelijk verzorger is iemand die meeloopt, zoals een herder met zijn schapen. Soms was er inderdaad een diepgaand gesprek. Iemand vertelde schoorvoetend dat hij tegen wil en dank niet van God los kon komen. Een ander vroeg me de oren van het hoofd en kwam uiteindelijk tot geloof. Natuurlijk wil ik er zijn voor al die mensen die niet geloven. Dit komt echt bij het hart van je werk.

U bent ‘verhuisd’ van de marechaussee op Schiphol naar Apeldoorn. Is er verschil?” Een groot verschil, omdat ik nu ook heel jonge mensen tegenkom. Hun problemen zijn anders. Velen hebben geen enkele ervaring met de kerk, waardoor ze openstaan voor het geloof. Bij ouderen zie je soms aan de oogjes dat ze denken: Oh oh, hij probeert ons te bekeren…

Gekke oefeningen”

Naam: A. W. (Wilma) Geerdink. Leeftijd: 51 jaar. Functie: Hoofd geestelijke verzorging bij de Koninklijke Marechaussee, Koningin Beatrixkazerne in Den Haag, werkzaam voor Interservices.

Hoe is het om als vrouw in een mannenwereld te werken?” Er zijn militairen, mannen en vrouwen, die soms bewust een vrouw opzoeken, bijvoorbeeld als ze over hun geaardheid willen praten. Maar we moeten dit ook niet groter maken dan het is. Wel denk ik dat het handig is dat er vrouwen bij defensie werken. Ze kijken anders naar dingen. Een man met een probleem werkt toe naar een oplossing, een vrouw wil vooral haar ei kwijt en het probleem benoemen. Dat merk ik ook bij defensie. Als er iets is, wil ik daarover graag van gedachten wisselen. Maar voor je het weet, is de commandant erbij gehaald en wordt je probleem opgelost, haha. Dit is een actiegerichte wereld.

Wat biedt u de mensen die bij u komen?” Vooral een luisterend oor. Ik kom niet meteen met advies of met mijn eigen gedachten. Wanneer je mensen teruggeeft wat zij vertellen, komen ze tot hun eigen oplossingen – als een probleem al op te lossen is.

Heeft u weleens spijt gehad van uw beslissing het leger in te gaan?”  Nee. En al helemaal niet van het besluit geestelijk verzorger te worden. Maar ik moet zeggen dat ik tijdens de tienwekelijkse opleiding bij momenten heb gedacht: Waar ben ik aan begonnen? Dat had te maken met de fysieke inspanningen en de gekke oefeningen die we moesten doen. Op introductiebivak, met achttien man in een tent. ’s Morgens komen ze controleren of je schoenen er netjes uitzien. In het begin is de aanpak vrij mild, maar uiteindelijk word je ’s nachts uit je bed gehaald om een tent op te zetten. Als het niet goed gebeurt, laten ze je dat gerust een paar keer opnieuw doen. Als ik nu bij defensie was gegaan omdat ik zo graag op de heide kampeer… Toch vind ik deze opleiding nuttig en nodig. Ik weet van collega’s dat ze tijdens de opleiding een toptijd hebben gehad.

Nog maar net geland”

Naam: Ds. P. (Piet) van Duijvenboden. Leeftijd: 50 jaar.Functie: Krijgsmachtpredikant bij de Koninklijke Luchtmacht, AOCS Nieuw-Milligen, CML Soesterberg en MLM Soesterberg.

U hoopte iets van het Evangelie te kunnen meegeven. Is dat gebeurd?” Ik houd rond de christelijke feestdagen diensten op de basis en daarbij krijg ik alle medewerking. Mensen worden in de gelegenheid gesteld erheen te gaan. Op alle feest- en gedenkdagen van de luchtmacht, maar ook tijdens diners voor officieren en onderofficieren krijg ik de gelegenheid om te mediteren of een gebed uit te spreken. Dat christenen een duidelijke minderheid vormen –10 tot 15 procent bidt mee– laat onverlet dat ik alle ruimte krijg om dominee te zijn. Zeker hier in Nieuw-Milligen is men welwillend. Tijdens de 1 juliviering, wanneer ook de doden worden herdacht die in het voorgaande jaar gevallen zijn, staat heel de eenheid aangetreden voor het gebed. De pet af. En of militairen nu meebidden of niet, ze horen het wel. Mijn identiteit als protestants geestelijk verzorger mag zichtbaar zijn, zonder dat dit tot discussies of grote bezwaren leidt. Ik ben dankbaar en verwonderd dat dit zo is.

Hoe verklaart u de ruimte die er is?” De motieven zijn vele. Een stuk geschiedenis speelt mee. Het gebed bij de 1 juliviering en aan het begin van het kerstdiner heeft oude papieren. Militairen zijn over het algemeen traditioneel, ze houden van een bepaalde stijl. En dan zijn er nog de mensen die vinden dat deze religieuze uitingen een waardevolle extra dimensie geven.

Heeft u weleens spijt gehad van uw beslissing het leger in te gaan?” Nee, niet zodanig dat ik er wakker van heb gelegen. Maar er zijn momenten dat ik het directe contact met gemeenteleden mis. Het kringwerk, dooponderricht, de belijdeniscatechese: het handwerk van de gemeentepredikant. Ik moet mezelf theologisch uitdagen, want mijn omgeving doet het niet. Tegelijk heb ik er andere zaken voor teruggekregen. Een serieuze vraag of ik mij beroepbaar wilde stellen, heeft mij tot de conclusie gebracht dat ik hier echt nog op mijn plek zit. Eigenlijk ben ik nog maar net geland. De vruchtbare jaren moeten nog komen.”

Bron: www.refdag.nl, 11 mei 2013

tekst: Eunice Hoekman-van Stuijvenberg

beeld RD, Anton Dommerholt

Zonder religie – over hoogtepunt heen – Thema ‘Verdedigingsleer’

In Nederland timmeren seculieren flink aan de weg, maar wereldwijd is het atheïsme allang over zijn hoogtepunt heen. Sterker nog: een seculiere eeuw heeft nooit bestaan. Religies hebben de toekomst.

De Amerikaanse wetenschappers Todd M. Johnson en Brian J. Grim houden zich al jaren bezig met cijfers over de ontwikkeling van wereldgodsdiensten. De twee onderzoekers van het Center for the Study of Global Christianity (Boston) en The Pew Forum for Religion and Public Life (Washington) hebben de handen ineengeslagen en hun gegevens over religieuze trends samengebracht in één boek: ”The World’s Religions in Figures” (uitg. John Wiley & Sons; 2013).

Dat de mens een religieus wezen is, staat als een paal boven water. Wereldwijd bestaan er zo’n 10.000 verschillende godsdiensten. De meeste mensen noemen zich christen, moslim, hindoeïst, boeddhist, of ze geloven dat er geen God bestaat (atheïsten) of menen daar geen uitspraken over te kunnen doen (agnosten).

De religieuze wereldkaart is de afgelopen honderd jaar sterk veranderd, meer dan in welke eeuw daarvoor. Johnson en Grim laten zien dat tussen 1910 en 2010 –hun peildata– het aandeel christenen van de wereldbevolking licht is teruggelopen: van 34,8 procent naar 32,8 procent. Toch noemt een derde van alle mensen zich nog christen.

Een tweede trend is de sterke opkomst van de islam. Aan het begin van de vorige eeuw noemde 12,6 procent van de wereldbevolking zich moslim, nu is dat 22,5 procent. Ook het atheïsme en het agnosticisme maakten in deze periode een spectaculaire groei door: van minder dan 1 procent tot ruim een tiende van de wereldbevolking.

Bij het boeddhisme en de Chinese volksreligies was de ontwikkeling precies andersom. In 1910 hing bijna een derde van de wereldbevolking een van deze godsdiensten aan; nu is dat nog slechts 13,5 procent.

De veranderingen in het religieuze landschap worden nog duidelijker wanneer de cijfers worden afgezet tegen de groei van de wereldbevolking. Die nam in de periode 1910-2010 gemiddeld met 1,38 procent per jaar toe. Het aantal atheïsten en agnosten groeide ruim vier keer sneller.

Het plaatje zag er de afgelopen tien jaar echter weer heel anders uit. De wereldbevolking nam in die periode toe met gemiddeld 1,2 procent per jaar, maar de groei van het aantal atheïsten en agnosten bleef daarbij ver achter: respectievelijk 0,05 procent en 0,32 procent. De oorzaak ligt grotendeels in de herleving van religie in China, met name van het christendom.

Geografisch zwaartepunt De afgelopen honderd jaar rekende steeds ongeveer een derde van de wereldbevolking zich tot het christendom. De belangrijkste ontwikkeling was de verschuiving van het geografisch zwaartepunt van het christendom van het noorden naar het zuiden. In 1910 woonde meer dan 80 procent van alle christenen in Europa en Noord-Amerika; nu is dat minder dan 40 procent. De gemiddelde christen is allang geen reformatorische Nederlander of lutherse Duitser meer, maar een charismatische latino, een anglicaanse Afrikaan of een gereformeerde Aziaat.

Deze veranderingen in het wereldwijde christendom beginnen langzaam door te dringen tot westerse christenen. De Rooms-Katholieke Kerk koos vorige maand voor het eerst in haar geschiedenis een paus uit Zuid-Amerika. Tekenend is ook dat conservatieve episcopale gemeenten in de Verenigde Staten (zoals Falls Church in Virginia, waar ooit president George Washington naar de kerk ging) zich onder toezicht stellen van behoudende anglicaanse bisschoppen uit Afrika.

Ondanks de enorme toename van evangelische en met name charismatische kerken, vooral in Zuid-Amerika, groeide het aantal rooms-katholieken wereldwijd sneller dan het aantal protestanten. Op dit moment is 51,5 procent van de in totaal 2,26 miljard christenen lid van de Rooms-Katholieke Kerk. In 1910 was dat nog 47,7 procent. In zending waren de rooms-katholieken misschien wat minder succesvol dan de protestanten, ze kregen wel meer kinderen en daardoor groeiden ze toch even wat harder.

Ook de tijd dat de meeste christenen Engels, Duits of Frans spraken, is voorbij. Sinds 1970 staat het Spaans op nummer één: voor bijna 370 miljoen christenen is dat de moedertaal. Met de snelle groei van het christendom in China is het Mandarijn inmiddels de vijfde ‘christelijke’ taal geworden, nog voor het Frans en het Duits. Het Engels staat nog op de tweede plaats (252 miljoen sprekers), het Nederlands op de 22e.

Islam Bleef het percentage christenen in honderd jaar tijd nagenoeg gelijk, de islam beleefde een gouden eeuw. Het aantal aanhangers van deze godsdienst, in de zevende eeuw gesticht door Mohammed op het Arabisch schiereiland, nam toe van 12,6 procent tot 22,5 procent van de wereldbevolking. Daarmee groeide de islam bijna anderhalf keer zo snel als de wereldbevolking. In sommige delen van de wereld, met name in Afrika, kan deze groei worden toegeschreven aan zendingsactiviteiten, maar meestal was een hoog geboortecijfer de oorzaak.

De islam telt in totaal bijna 1,6 miljard aanhangers. De meeste moslims wonen in Indonesië, gevolgd door India, Pakistan, Bangladesh en Iran. Met andere woorden: het centrum van de islam ligt niet in de Arabische wereld, maar ten oosten daarvan.

Ook in Noord-Europa maakte de islam een flinke groei door. In 1910 moesten moslims daar met een vergootglas worden gezocht: er waren er maar 600. Nu zijn dat er 2,8 miljoen. WestEuropa laat hetzelfde beeld zien: het aantal moslims nam in honderd jaar tijd toe van 51.000 naar 11,5 miljoen – 6,1 procent van de bevolking.

Politici zijn vaak zeer geïnteresseerd in dit soort cijfers. De westerse wereld werd het afgelopen decennium verschillende keren opgeschrikt door aanslagen van moslimradicalen en dat maakt de vraag actueel of de islam, en dan vooral de extremistische hoek, in de toekomst zal groeien. De cijfers van Johnson en Grim kunnen hen misschien wat geruststellen. De islamitische bevolking in Europa zal naar verwachting groeien van 5,6 procent nu naar 6,9 procent in 2050. Dat is een behoorlijke groei, maar de toename is ook weer niet zo groot als anti-islamisten ons willen doen geloven.

Agnosticisme Johnson en Grim maken in hun studie een duidelijk onderscheid tussen agnosten en atheïsten. Onder ”agnosticisme” vallen alle mensen die geloven dat het onmogelijk is om uitspraken te doen over het bestaan van God, maar ook andere niet-religieuzen zoals secularisten, materialisten en humanisten. Atheïsten daarentegen maken expliciet duidelijk dat ze niet in een god of God geloven.

Hoewel agnosten officieel geen godsdienst aanhangen, zijn ze toch vaak religieus actief, zo blijkt uit recent onderzoek van The Pew Forum. Zo’n 42 procent van de agnosten in de Verenigde Staten bidt ten minst één keer per maand en 41 procent van hen geeft aan dat godsdienst op zijn minst „enigszins belangrijk” is in hun leven.

Het agnosticisme maakte in de twintigste eeuw een spectaculaire groei door. Honderd jaar geleden waren er nauwelijks agnosten: 0,2 procent van de wereldbevolking. De decennia daarna groeide hun aantal echter enorm, mede door de opkomst van het communisme, het wetenschappelijk denken en de teleurstelling over twee wereldoorlogen. In de tien dichtstbevolkte landen ter wereld noemt tegenwoordig meer dan een kwart van de mensen zich agnost.

Wereldwijd is bijna 10 procent van de mensen agnost. Noord Korea is het land met het hoogste percentage: 56,1. Nederland staat op de zevende plaats, net als in 1910. Maar er is een groot verschil: toen was 1,3 procent van de bevolking agnost, nu 26,4 procent. Dat zijn ruim 4 miljoen mensen, meer dan alle inwoners van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht bij elkaar.

Atheïsme Atheïsten verwerpen elke gedachte dat er een God bestaat, wat vaak gepaard gaat met felle reacties op alle vormen van „georganiseerde” godsdienst. Het atheïsme maakte in de vorige eeuw een flinke groeispurt door, met name in communistische landen zoals de Sovjet-Unie, Vietnam en China. Albanië was het eerste land ter wereld dat officieel een atheïstische staat werd, maar in 1991 werd het staatsatheïsme weer afgezworen.

Met de val van het communisme in het laatste decennium van de vorige eeuw nam het aantal atheïsten wereldwijd af. Noemde in 1970 nog 4,5 procent van de wereldbevolking zich atheïst (en 14,7 procent agnost), in 2010 was dat nog 2 procent (tegenover 9,8 procent agnosten). En dat aantal zal naar verwachting verder afnemen.

China telt de meeste atheïstische inwoners, bijna 98 miljoen, gevolgd door Vietnam en NoordKorea. Dat laatste land kent echter wel het hoogste percentage atheïsten: 15,6, op de voet gevolgd door Zweden (11,7 procent).

Ooit was Nederland het meest atheïstische land ter wereld. In 1910 noemden 11.400 mensen zich atheïst – 0,2 procent van de bevolking. Inmiddels is Nederland uit de top tien verdwenen. Het telt 290.000 atheïsten, 1,7 procent van de bevolking.

Secularisatie De demografische gegevens in het boek van Johnson en Grim laten onder meer zien dat de zogenoemde secularisatietheorie –de gedachte dat moderniteit een afname van religiositeit veroorzaakt– slechts ten dele opgaat. Het aantal mensen dat een godsdienst aanhangt liep weliswaar terug van 99 procent in 1910 tot minder dan 89 procent in 2010, maar hun aandeel stijgt weer.

Als er in het verleden inderdaad sprake was van een secularisatieproces, dan bereikte dat rond 1970 zijn hoogtepunt: toen kruiste 19,2 procent van de wereldbevolking het vakje ”geen religie” aan. Sindsdien neemt het aantal mensen dat zich religieus noemt gestadig toe: van 80,8 procent in 1970 tot 88,2 procent in 2010.

Toekomst Op basis van dergelijke cijfers kan voorzichtig naar de toekomst worden gekeken. Hoe ziet het religieuze landschap er over veertig jaar uit, mocht de wederkomst van Christus nog niet hebben plaatsgevonden? In het jaar 2050 zal mogelijk zo’n 91 procent van de wereldbevolking zich religieus noemen. Christenen maken nu 32,8 procent van de wereldbevolking uit, en dat percentage zal in 2050 op circa 35,8 liggen. De islam blijft kleiner, maar groeit iets harder: van 22,5 procent naar 27,5 procent.

In Europa zullen atheïsme en agnosticisme misschien nog wat groeien, maar wereldwijd gezien zal hun aandeel afnemen van 11,8 procent nu naar 8,7 procent halverwege de 21e eeuw. In andere woorden: een seculiere eeuw, waar sommigen op hopen en anderen bang voor zijn, lijkt er niet te komen.

Toch zijn lang niet alle ontwikkelingen in cijfers te vangen. Geen enkele demograaf had kunnen voorspellen dat de religieuze verhoudingen in het Afrika ten zuiden van de Sahara in de vorige eeuw zó sterk zouden veranderen. De spectaculaire groei van het aantal christenen –van minder dan 10 procent in 1900 tot 60 procent nu– heeft niet alleen te maken met vruchtbaarheidscijfers, levensverwachting of leeftijdsopbouw. Ook met bekering.

tekst Maarten Stolk | foto: Fotolia

© Reformatorisch Dagblad | 6 april 2013

Ruimte voor religie in leger neemt af

Bijeenkomst werkgroep militairen HHK

ERMELO – De ruimte voor religie in het leger neemt af. Dat constateerde ds. M. Boersma zaterdag tijdens een bijeenkomst van de werkgroep militairen van de Hersteld Hervormde Kerk.

Ds. Boersma, in Wezep actief als legerpredikant, stelde dat de organisatie van de geestelijke verzorging in de krijgsmacht voor militairen niet altijd even duidelijk is. „Defensiepersoneel weet doorgaans het verschil niet tussen een humanistisch raadsman en de legerpredikant. Ze denken dikwijls dat ze met maatschappelijk werkers te maken hebben.”

Het leger vormt een afspiegeling van de maatschappij waar godsdienst achter de voordeur lijkt te horen. Dit maakt dat ook een legerpredikant nogal eens zijn best moet doen om tijdens een oefening een kerkdienst te organiseren. Ook een kerstdienst is niet vanzelfsprekend meer.

Een laagdrempelige, voor ieder toegankelijke kerkdienst in het leger is overigens moeilijk te vergelijken met een kerkdienst in de eigen gemeente, stelde ds. Boersma. Votum, zegen, Evangelieverkondiging en gebed blijfven voor hem het minimum waaraan een dergelijke dienst moet voldoen. Hij kan zich voorstellen dat betrokken christenen een dergelijke dienst maar karig vinden.

De snelle overplaatsing van de ene kazerne naar de andere is niet bevorderlijk om een band te krijgen met de militairen, stelde ds. Boersma verder. In de twaalf jaar dat hij geestelijk verzorger is, werd hij vijf keer overgeplaatst.

De voorzitter van de werkgroep, ds. J. den Boer, zei dat christelijke soldaten een belangrijke taak in het leger hebben. „Hoe harder je maten schreeuwen, hoe meer behoefte ze hebben aan jou. Maar ze willen wel echtheid zien.”

De Urker predikant –hij was voorheen beroepsmilitair en legerpredikant– las zaterdag Psalm 121, een psalm waarover hij tijdens een uitzending in Afghanistan eens gepreekt had. Deze psalm had daar, omringd door gevaar en midden tussen de bergen, een bijzondere lading, aldus ds. Den Boer.

Iets van de spanning tijdens en na uitzendingen bleek uit het verhaal van oud-militair Wim Vrugteveen uit Espel. Hij werd in 2007 uitgezonden naar Afghanistan. Nadat hij terug was uit Afghanistan was hij bij een restaurant van McDonald’s om er wat te eten. Toen hij een ballon hoorde knallen sprong hij op, gereed om in actie te komen.

Vrugteveen noemde de uitzending desondanks „de mooiste tijd” bij Defensie vanwege het kameraadschap. „Je gaat voor elkaar door het vuur.”

Emeritus predikant ds. Tj. de Jong mediteerde over de parallel tussen de militaire krijgsdienst en de geestelijke krijgsdienst.

Tekst en foto RD

© Reformatorisch Dagblad | 25 maart 2013

Positief denken over leger

Marechaussee Harm Engels: „Tijdens mijn uitzendingen naar Joegoslavië en Haïti heb ik Gods bewarende hand ervaren.”

Regelmatig krijgt Harm Engels (68) te maken met mensen uit de reformatorische gezindte die het niet goed vinden dat hun zoon of dochter militair wordt. „Veertig jaar geleden was het een eer om in het leger te gaan. Nu trekken velen zich in hun eigen kring terug en willen ze liever niet te veel van het militair-zijn weten.”

De secretaris van de werkgroep militairen van de Hersteld Hervormde Kerk, woonachtig in Hoogeveen, diende ruim veertig jaar bij de Koninklijke Marechaussee en klom daar op tot de rang van majoor. Engels werkte op de Veluwe, in Den Haag, in Zuid-Nederland en werd uitgezonden naar het toenmalige Joegoslavië en naar Haïti. Terugziend op zijn carrière zegt hij dat hij opnieuw het leger zou ingaan als hij voor die keuze zou staan.

De oud-militair maakt zich zorgen over de houding in de gereformeerde gezindte ten opzichte van het leger. Ouders die hem vertellen dat hun zoon of dochter gaat dienen in de krijgsmacht, laten merken daarmee niet blij te zijn. „Er zijn zelfs kerkenraadsleden die –al of niet openlijk– zeggen dat er bij militairen geen sprake kan zijn van een waar geloof. Een dergelijke opmerking maakten ambtsdragers vroeger ook wel tegen mij.”

Engels vindt dat onbegrijpelijk. Als onderbouwing voor een legermacht verwijst hij naar Romeinen 13, waar staat dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt. De veteraan vraagt zich af of die mensen daadwerkelijk menen dat er bijvoorbeeld onder de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog geen ware gelovigen waren. „De bevrijders hadden ons kunnen laten zitten, maar dat deden ze niet. Deze militairen deden hun werk. Is de taak van de huidige Nederlandse militair zo veel anders? Hij zet zich toch in voor vrede?”

De oud-marechaussee merkt op dat ouders soms Psalm 1 aanhalen om hun kinderen ervan te weerhouden in het leger te gaan: „Welgelukzalig is de man die (…) niet zit in het gestoelte der spotters.” Engels: „Er werken bij Defensie gelovigen en ongelovigen, zoals dat ook elders in de maatschappij het geval is.”

Hij onderkent dat ouders soms de vrees hebben dat hun kind in een andere, meer onbeschermde omgeving dan gezin en eigen kerkelijke gemeente terechtkomt. „Maar ook een conducteur bij de NS komt veel verleidingen tegen. Natuurlijk doen zich ook in het leger ontsporingen voor, zoals het drugsgebruik bij de Luchtmobiele Brigade dat onlangs bekend werd, maar is dat misschien een gevolg van de ondervonden stress van eerdere uitzendingen? Komt er onder de jeugd uit reformatorische gezinnen ook geen overmatig alcohol- en drugsgebruik voor?”

Een uitzending kán gevaarlijk zijn.

„Dat is waar. In het ultieme geval dient de militair bereid te zijn om zijn leven te geven. Militairen die in gevaarvolle omstandigheden terechtkomen, kunnen later te maken krijgen met het posttraumatische stresssyndroom. Maar is dat een reden om tegen het leger te zijn? Niet iedereen is geschikt voor het beroep van militair. Het testen op stressbestendigheid is van groot belang en het is goed dat daar nog steeds aandacht voor is.”

Militairen op uitzending kunnen toch niet naar de kerk, althans niet naar een reguliere gemeente?

„Dat betekent toch niet dat God daar dan niet is? Een militair in een slaapzak in een land ver weg kan ’s nachts, in de eenzaamheid kijkend naar de sterren, onder de indruk komen van de almacht van God en ervaren dat Hij nabij is. Het leger kent verleidingen en gevaren, maar mogelijkheden om God te ontmoeten zijn er ook. Hij is alomtegenwoordig, ook tijdens de uitzendingen. Op zondag bezocht ik graag de diensten van de geestelijke verzorging.”

Hoe hebt u dat zelf ervaren?

„Bij mijn uitzendingen naar Joegoslavië (1993) en Haïti (1994) heb ik het nodige meegemaakt, maar vooral ook Gods bewarende hand ervaren. Het geluid van voor mijn voeten inslaande kogels is me niet onbekend. Tijdens een colonnetransport werd er door auto’s heen geschoten. Het mondingsvuur van de wapens van de strijdende partijen was duidelijk zichtbaar. Dichtbij exploderende mortiergranaten en de scherven daarvan horen inslaan, went nooit. De dreiging van met kalasjnikovs zwaaiende Bosniërs bij wegversperringen zorgde altijd voor spanning. We moesten ook voortdurend alert zijn op antitankmijnen, die in de grasbermen nauwelijks zichtbaar waren.”

Wat deed dit met u?

„In die omstandigheden heb ik nooit angst gekend. Ik geloof dat God mij heeft bewaard en ik mag Hem daarvoor danken. Maar door een uitzending kan een militair, door welke oorzaak ook, getraumatiseerd raken. Terug in Nederland ontstaan er soms spanningen. Huwelijken en relaties krijgen dan sterk te lijden onder deze omstandigheden. De militair kan zelfs geestelijk ontheemd raken.

Defensie heeft een goed vangnet. Daarnaast zouden de kerken meer aandacht kunnen schenken aan de militairen en hun omstandigheden. Ook aan hun gezinnen en relaties gedurende de uitzending. Een luisterend oor en een bemoedigend woord kunnen soms veel betekenen. Mede daarom is de werkgroep militairen vanuit de Hersteld Hervormde Kerk opgericht.”

tekst Jan van Reenen

beeld RD

Bron: Reformatorisch Dagblad, 22 maart 2013

Werkgroep militairen Hersteld Hervormde Kerk

De werkgroep militairen van de Hersteld Hervormde Kerk organiseert morgen een contactdag voor militairen in Ermelo. Het thema van de bijeenkomst is: ”Geestelijk verzorgd of bezorgd?”

Ds. J. den Boer, voorzitter van de werkgroep, was zo’n drie jaar geleden een van de initiatiefnemers. Zelf was hij jarenlang beroepsmilitair alvorens in 1994 predikant te worden. Als legerpredikant werd hij uitgezonden naar Bosnië en Afghanistan. Twee zonen van hem zijn beroepsmilitair. „Hun ervaringen tijdens uitzendingen waren heftig en hadden toen ze eenmaal thuis waren nog steeds een grote impact op hen.”

Desondanks wil de hersteld hervormde predikant te Urk jongeren niet ontmoedigen om in het leger te dienen. „Sinds het afschaffen van de dienstplicht is er in onze gezindte helaas veel begrip voor onze militairen verdwenen. Dat is jammer, want zij willen vanuit hun levensovertuiging meewerken aan vrede in de wereld. Dat moeten we steunen. Een belangrijke taak van de werkgroep is het onder de aandacht brengen van de militairen bij de kerkenraden, zodat zij hun een goede geestelijke begeleiding kunnen geven.”

Verder vindt de predikant het van belang dat de werkgroep een forum vormt voor militairen om hun verhaal te doen. „Militairen krijgen ook na hun uitzending met enorme spanningen te maken, die zich kunnen uiten in drugsgebruik, geweld, relatieproblemen en vereenzaming. Militairen zijn geen praters, maar doeners en hebben er doorgaans na een uitzending moeite mee om hun verhaal te vertellen, wat juist zo nodig is.”

Daar komt bij dat de kerkelijke omgeving hen vaak niet begrijpt, zegt ds. Den Boer. „Vooral de oud-Indiëgangers vormen een vergeten groep, die kampt met veel problemen. Aan hen willen we de komende tijd in het bijzonder aandacht schenken.”

De Urker predikant hoopt dat ook militairen van andere kerken zich bij de werkgroep aansluiten. „Laten we samen optrekken. Het gaat om zielen van mensen, en niet om kerkmuren. Het is jammer dat het deputaatschap voor militairen van de Gereformeerde Gemeenten na de opschorting van de opkomstplicht in 1997 heeft opgehouden te bestaan. Misschien kunnen we samen met deze kerk en andere kerkverbanden iets organiseren.”

tekst Jan van Reenen

beeld RD

Bron: Reformatorisch Dagblad, 22 maart 2013

Gevraagd: geestelijke zorg voor militairen

Oud-generaal Van Putten spreekt voor predikanten Gereformeerde Bond

DOORN – Er komt heel wat af op jonge militairen die worden uitgezonden. Ze moeten op voorhand een afscheidsbrief schrijven, want aan hun leven kan plotseling een einde komen. Oud-generaal Dick van Putten: „Het zou mooi zijn als meer predikanten zouden willen dienen als geestelijk verzorger.”

Van Putten, ouderling in de hervormde gemeente van Gouda, sprak gisteren in Doorn op de predikantencontio van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) over zijn voormalig werk als commandant van de Koninklijke Marechaussee.

De oud-generaal kwam in zijn functie veel in contact met geestelijk verzorgers binnen de krijgsmacht. „Van mij zouden ze de verticale lijn van het kruis nog wel wat meer mogen benadrukken. Veel jonge militairen die worden uitgezonden, beseffen dat het erop aankomt, dat hun leven in gevaar is.”

Het is Van Putten regelmatig gevraagd: Is het eenzaam aan de top? „Ja, dat is het”, zo zei hij tegen de ruim honderd aanwezige predikanten, „maar wel met een mooi uitzicht. Toch hoop ik niet dat u die eenzaamheid kent. Dat kan niet de bedoeling zijn. Na het wonder op de bruiloft in Kana daalde Jezus af naar Kapernaüm. Afdalen, dat is een thema geworden in mijn leven. We willen graag omhoog, naar het feest. Maar we moeten naar beneden. Niet boven mensen staan, maar naast hen. Dan is er ook geen eenzaamheid meer.”

Obadja, die aan het hof van koning Achab werkte, is een belangrijk voorbeeld voor Van Putten. „Ook al was de koning goddeloos, Obadja bleef op zijn post, midden in de wereld. En hij bracht Achab in contact met Elia en daarmee met de God van Israël. Laten we daarom midden in de wereld blijven; alleen zo kun je anderen bereiken met het Evangelie.”

Van Putten vertelde over de verschillende functies die hij de afgelopen decennia vervulde. Zo was hij onder meer verantwoordelijk voor de contacten met alle buitenlandse ambassadeurs in Nederland. Regelmatig had hij contact met koningin Beatrix. „Ik mag natuurlijk niet uit de school klappen, maar haar openheid is echt iets wat opvalt.”

Koningin Beatrix is beschermvrouw van de marechaussee. „Toen we haar eens een cadeau wilden aanbieden, vroeg ze een boompje voor in de tuin bij Kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche. Ik vond dat maar niets, en wilde absoluut niet met dat boompje op de foto.”

Toen volgde de feestelijke ontmoeting met de koningin. „Aan het einde van ons gesprek zei ze: „Mij is ter ore gekomen dat u me een geschenk gaat aanbieden dat u zelf niets vindt.” Ze was dus uitstekend geïnformeerd. Ze testte mijn botanische kennis, nam afscheid en voegde eraan toe: „Ik ben blij dat u meer verstand heeft van veiligheid.”

Bron: © Reformatorisch Dagblad, 4 januari 2013

Foto: ANP

Giften

Om de landelijke activiteiten mogelijk te maken worden beperkt kosten gemaakt. Denk aan de website, onderhouden van contacten met partnerorganisaties, ondersteuning van de landelijke jaarlijkse ontmoetingsdag, enz. Om de kosten beheersbaar te houden worden giften op prijs gesteld. Zo is de tijd van de landelijk organisatoren en kringbegeleiders in wezen hun gift in natura. Uw girale gift – waarvoor dank – kunt u overmaken op:

IBAN: NL54INGB0003838890

BIC: INGBNL2A

T.n.v.: Stichting Giftenbeheer

O.v.v.: NCOK

De ‘Stichting Giftenbeheer’, gevestigd in Den Helder, heeft de status ‘ANBI’. Een ANBI is een algemeen nut beogende instelling. Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.

Dit houdt in dat giften, rekening houdend met uw fiscale drempel, aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting.

Zie verder de informatiepagina van de Belastingdienst over giften.