Deel 13: De doop met de Heilige Geest

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest. Markus 1:8

Zeven verwijzingen in het Nieuwe Testament.
Nu we de afgelopen tijd de doop door onderdompeling in water hebben bestudeerd, kijken we de komende tijd naar de doop in de Heilige Geest. Sinds het begin van de twintigste eeuw staat dit onderwerp in het middelpunt van de belangstelling en heeft het tot discussies geleid in steeds groter wordende kringen binnen de christelijke Kerk. Vandaag de dag is het nog steeds een onderwerp van studie in bijna alle groeperingen binnen het christendom. Daarom zullen we dit onderwerp de komende dagen op een zorgvuldige, gedegen en bijbelse manier benaderen.

Eerst zullen we de passages in het Nieuwe Testament noemen waarin het woord ‘dopen’ wordt gebruikt in verband met de Heilige Geest. Omdat zeven het getal is van de Heilige Geest, is het heel toepasselijk dat er zeven van deze passages zijn. Vandaag kijken we naar vijf daarvan.
In Mattheüs 3:11 geeft Johannes de Doper aan wat het verschil is tussen zijn bediening en de bediening van Christus die aanstaande was. Hij gebruikt deze woorden: Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.
Hier moeten we opmerken, dat de meeste vertalingen het voorzetsel ‘met’ gebruiken in samenhang met het werkwoord ‘dopen’, maar in feite wordt hier in het Grieks het voorzetsel ‘in’ gebruikt. Dit gebruik is zowel van toepassing op dopen in water als op het dopen in de Heilige Geest. In beide gevallen wordt in het Grieks het voorzetsel ‘in’ gebruikt. Het enige voorzetsel dat in het Nieuwe Testament gebruikt wordt in samenhang met het werkwoord ‘dopen’ is dus ‘in’.
In Markus 1:8 zegt Johannes de Doper het volgende over Christus: Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest. Beide keren staat er in het Grieks het voorzetsel ‘in’.
In Lukas 3:16 worden de woorden van Johannes de Doper ons als volgt overgeleverd: Ik doop u wel met water, maar Hij komt Die sterker is dan ik, bij Wie ik niet waard ben de riem van Zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. De letterlijke vertaling is hier opnieuw ‘in’ de Heilige Geest.
In Johannes 1:33 wordt het getuigenis van Johannes de Doper over Christus als volgt weergegeven: En ik kende Hem niet; maar Hij Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had tegen mij gezegd: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het Die met de Heilige Geest doopt. Ook hier wordt weer steeds het Griekse voorzetsel ‘in’ gebruikt.
In Handelingen 1:5, kort voor Zijn hemelvaart, zegt Jezus tegen Zijn discipelen: Want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen. Letterlijk zei Jezus ook hier: ‘U zult ín de Heilige Geest gedoopt worden.’

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

Gebed
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en vraag God om jouw onmogelijkheden mogelijk te maken.
Lieve Heer Jezus, als zelfs Johannes de Doper zich al niet waardig achtte om Uw sandalen los te maken, dan besef ik dat ik eens te meer U hemelhoog mag en moet eren als de goddelijke Mensenzoon! Dank U dat U het bent die mensen doopt in de Heilige Geest. Laat dit de realiteit zijn in mijn leven – iedere dag! Amen.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 12: Gods Geest de kracht voor leven voor de gerechtigheid

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen. Romeinen 6:4

Het resultaat van de doop is afhankelijk van het persoonlijk geloof van degene die gedoopt wordt. Het is door het geloof van de werking van God, die Hem uit de doden heeft opgewekt (Kol. 2:12), of eenvoudiger gezegd: door geloof in wat God doet… Zonder dit geloof is het ritueel van de doop zonder waarde.

De gelovige die opgestaan is uit het watergraf van de doop om in nieuwheid van leven te gaan wandelen, doet dit niet in zijn eigen kracht, maar in de kracht van de majesteit van God, dezelfde kracht die Jezus heeft opgewekt uit het graf. Paulus onthult dat de kracht die Jezus heeft opgewekt uit het graf, de kracht van de Geest van heiliging was, dat is Gods eigen Heilige Geest (zie Romeinen 1:4). De gelovige die zo óndergaat in het water van de doop, verplicht zich tot een nieuw leven voor God en voor de gerechtigheid, dat geleefd moet worden in volledige afhankelijkheid van de kracht van de Heilige Geest.
Dit stemt overeen met Romeinen 8:10: Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. Alleen Gods Geest kan de gedoopte gelovige de kracht geven die hij nodig heeft voor dit nieuwe leven van gerechtigheid.

Het is een bekend gegeven dat kinderen zich gemiddeld veertig procent herinneren van wat zij horen, zestig procent van wat zij horen en zien, en tachtig procent van wat zij horen, zien en doen. Toen God de christelijke doop gaf aan de Gemeente, heeft Hij dit psychologische principe verbonden aan het onderwijs in dat voornaamste doel van Christus’ verzoeningswerk – opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven.

Volgens het Nieuwtestamentische patroon laten nieuwe gelovigen door een handeling – de doop – zien dat zij zich door het geloof met Christus vereenzelvigen: ten eerste in Zijn dood en begrafenis voor de zonde; ten tweede in Zijn opstanding tot nieuwheid van leven. Zo blijft de doop voortdurend een middel om de Gemeente het centrale doel van Christus’ verzoeningswerk voor te houden.

Ter afsluiting over de waterdoop wil ik nog opmerken dat de doop deze toestand van dood voor de zonde niet bewerkt, maar er de uiterlijke bezegeling van is dat de gelovige reeds door geloof aan deze ervaring deel heeft gekregen. In de gelezen verzen uit Romeinen 6 zegt Paulus duidelijk dat we eerst aan de zonde gestorven zijn, en daarna dat wij in Zijn dood gedoopt zijn. De doop is er de bezegeling en de verzekering van dat deze innerlijke gesteldheid reeds, door het geloof, in het hart aanwezig is van degene die gedoopt wordt.

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

Gebed
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en vraag God om jouw onmogelijkheden mogelijk te maken.
Dank U Heer Jezus, dat ik mij door de doop – mijn neergang in het watergraf – heb mogen vereenzelvigen met Uw dood, maar vervolgens ook met Uw opstanding tot het volle leven voor Uw gerechtigheid. Dank U dat Uw Geest mij daar voortdurend de kracht voor geeft. Amen.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 11: Hoeveel onderwijs vóór de doop?

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

En ​Petrus​ zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u ​gedoopt​ worden in de Naam van ​Jezus​ ​Christus, tot ​vergeving​ van de ​zonden; en u zult de gave van de ​Heilige​ Geest​ ontvangen. Handelingen 2:38

Hoewel het noodzakelijk is de verschillende voorwaarden te benadrukken waaraan diegenen moeten voldoen die de christelijke doop wensen, moeten we er ook voor oppassen ‘onderwijs’ te sterk te benadrukken, aangezien dit tot onbijbelse gevolgen kan leiden.
Op sommige plaatsen – in het bijzonder op sommige zendingsvelden – blijft men hardnekkig van mening dat alle mensen die om de doop komen vragen, eerst onderworpen moeten worden aan een langdurige periode van onderricht, die zich over weken, soms zelfs maanden, uitstrekt, voordat ze toegelaten worden tot de doop. Deze sterke nadruk op voorafgaand onderwijs baseert men gedeeltelijk op de woorden van Christus in Mattheüs 28:19 uit de oude Staten vertaling: Gaat dan henen, onderwijst alle volken, dezelve dopende… Juister is echter de modernere versie: Ga dan heen, onderwijs al de volken, doop hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest…
Natuurlijk moeten mensen die gedoopt willen worden eerst onderwijs ontvangen. De vraag is echter: Hoe lang moet deze voorbereidende periode van onderwijs duren? Moet de tijd die daarvoor nodig is gemeten worden in maanden, weken of in uren?

In Handelingen 2:41 lezen we dat de gebeurtenissen van de Pinksterdag op de volgende manier werden afgesloten: Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd.
De drieduizend mensen wiens doop hier wordt beschreven, waren enkele uren tevoren nog openlijk ongelovig en verwierpen de aanspraak van Jezus van Nazareth dat Hij de Messias van Israël of de Zoon van God was. Er kunnen nooit meer dan enkele uren onderwijs en studie zijn geweest tussen Petrus’ prediking en hun doop.

In Handelingen 8:12 wordt de volgende reactie van de bewoners van Samaria vermeld op de prediking van Filippus: Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk van God en van de Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, zowel mannen als vrouwen.
Hier wordt geen precieze tijdsduur van onderwijs aangegeven. Net als op de Pinksterdag zouden het maar een paar uur kunnen zijn geweest. Het zal zeker niet langer geweest zijn dan enkele dagen of op z’n hoogst één of twee weken.

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

Gebed
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en vraag God om jouw onmogelijkheden mogelijk te maken.
Heer, dank U voor de eenvoud, duidelijkheid en ‘uitlegbaarheid’ van de evangelieboodschap. Maak ook mij bekwaam om die geweldige rijkdom helder en beknopt met anderen te kunnen delen. Maar misschien wel meer nog, laat de klaarheid en heerlijkheid van Uw redding voortdurend spreken uit mijn leven! Amen.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 10: Jezus’ doop is een voorbeeld om na te volgen

Deze week wellicht een riskant onderwerp. In de kringen vraag ik de Heer altijd om wijsheid als dit onderwerp ter sprake komt en vooral leiding door Zijn Geest.
Toch moeten we dit onderwerp niet mijden meen ik. We zitten nu eenmaal in een serie over de fundamenten van ons geloof naar aanleiding van de tekst in:

Hebreeën 6:1-2:
Laten wij daarom het eerste onderwijs met betrekking tot Christus laten rusten, en doorgaan tot de volmaaktheid, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God, van de leer van de dopen, van de handoplegging, van de opstanding van de doden en van het eeuwig oordeel.

Voordat u de tekst gaat lezen met u kring wil ik benadrukken dat wij alleen uit geloof behouden zijn en de doop in die hoedanigheid niet zaligmakend is. Ik wens u heel veel zegen deze week met het behandelen van dit thema in Gods Geest

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

Jezus’ doop is een voorbeeld om na te volgen
Het Schriftgedeelte waarmee we de christelijke doop het best kunnen introduceren, beschrijft de doop van Jezus Christus zelf.
Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden. Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij? Maar Jezus antwoordde hem en zei: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij het Hem toe. En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb! (Mattheüs 3:13-17)

Jezus onderging niet dezelfde soort doop als alle andere mensen die door Johannes gedoopt werden. Johannes stelde twee belangrijke eisen: bekering en het belijden van zonden. Jezus Christus had echter nooit enige zonde begaan die Hij moest belijden, of waarvan Hij zich moest bekeren.
Dit is in overeenstemming met de woorden van 1 Petrus 2:21-22:
Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen; Hij Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is…
Johannes zelf erkende dit duidelijk, want in de passage die we zojuist gelezen hebben zegt hij: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij? (Mattheüs 3:14). Jezus antwoordt echter: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen. In dit antwoord van Jezus vinden we de reden waarom Jezus gedoopt werd, en de eigenlijke betekenis van de christelijke doop, in tegenstelling tot het tijdelijke karakter van de doop van Johannes. Jezus werd niet door Johannes gedoopt als een uiterlijk getuigenis dat Hij zich bekeerd had van Zijn zonden – want er waren geen zonden waarvan Hij zich moest bekeren. Volgens Jezus’ eigen uitleg werd Hij gedoopt opdat Hij alle gerechtigheid zou vervullen (of ‘voltooien’!).

Hiermee – evenals in veel andere facetten van Zijn leven en bediening – gaf Jezus bewust een voorbeeld om na te volgen. Door zich door Johannes te laten dopen, gaf Hij heel bewust een voorbeeld en een model van de doop waarin Hij wilde dat christenen Hem zouden volgen. Jezus werd niet door Johannes gedoopt omdat Hij zich van Zijn zonden had bekeerd. Petrus verklaart dat Jezus geen zonde gedaan heeft en dat er in Zijn mond geen bedrog is gevonden. Maar door zich zo te laten dopen, liet Hij een voorbeeld na voor alle christenen, opdat zij in Zijn voetstappen zouden treden.

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

Gebed
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en vraag God om jouw onmogelijkheden mogelijk te maken.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 9: Het gehoorzaamheidsmodel van het Nieuwe Testament

U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod.
En het tweede, hieraan gelijk, is:
U zult uw naaste liefhebben als uzelf.(Mattheüs 22:37-39)
We zouden kunnen concluderen dat de wet van de liefde het einde is van alle andere wetten en geboden. We moeten er echter voor waken dat we de indruk achterlaten dat de liefde van God iets vaags, onbepaalds of sentimenteels is. Integendeel, de liefde van God is altijd duidelijk en praktisch, en volgens het Nieuwe Testament wordt de liefde tot God en de liefde tot de mensen altijd op praktische manieren uitgedrukt.
Door de hele Bijbel wordt de belangrijkste test voor de liefde van de mens tot God uitgedrukt in één woord: ‘gehoorzaamheid’.
In het Oude Testament maakte God deze waarheid bekend in Jeremia 7:23. Hij zei daar tegen Zijn volk: ‘Wees mij gehoorzaam, dan zal ik jullie God zijn en zullen jullie mijn volk zijn’ (NBV). Ware liefde tot God wordt altijd uitgedrukt in gehoorzaamheid aan Hem.
Ook Jezus benadrukt gehoorzaamheid boven alle andere vereisten. In Johannes 14 benadrukt Hij dit driemaal achter elkaar. In vers 15 zegt Hij: Als u Mij liefhebt, neem dan mijn geboden in acht.
In vers 21: Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft.
En in vers 23-24 zet Hij de twee alternatieven, gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid, heel duidelijk naast elkaar: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen.
En dan, als tegenstelling: Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht.
In het licht van deze woorden is het duidelijk, dat het voor iedere christen puur zelfbedrog is om liefde tot Christus te belijden, zonder aan de wil van Christus te gehoorzamen die in Zijn woorden en Zijn geboden geopenbaard zijn.
Het belangrijkste gebod van Christus in het Nieuwe Testament is liefde. Maar als we de komende tijd verder gaan met het onderzoeken van het wezen en de uitwerking van de christelijke liefde, dan zullen we ontdekken dat het Nieuwe Testament ons het patroon biedt van een leven dat in elk onderdeel door deze liefde geleid wordt.
Het heeft betrekking op het individuele en persoonlijke leven van de gelovige en zijn relatie zowel tot God als tot zijn medemens. Het bestuurt en beïnvloedt het christelijke huwelijk en het leven van het christelijke gezin. Het is van toepassing op het leven en het gedrag van de hele christelijke Kerk. Het regelt de houding en de relatie van de gelovige tot de wereldlijke autoriteiten en de regering.
Om dit patroon in ons leven te volgen, moeten we twee dingen doen:
1.    Wij moeten biddend het onderwijs van het hele Nieuwe Testament bestuderen en toepassen.
2.  Wij moeten onze voortdurende afhankelijk van de bovennatuurlijke genade en kracht van de Heilige Geest erkennen.
Zo zullen wij in onze eigen ervaring de waarheid bewijzen van 1 Johannes 2:5: Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de ​liefde​ van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn.

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

Gebed
Heer Jezus, laat mij voortdurend ‘in U zijn’… Ik wil zo graag Heer, dat mijn liefde voor U voortdurend spreekt door mij – in woorden en in daden – naar de wereld om mij heen. Dank U wel dat U zelf wilt waarborgen dat ik voortdurend blijf in Uw liefde… Amen.
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en vraag God om jouw onmogelijkheden mogelijk te maken.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 8: De ware gerechtigheid

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is:
U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Mattheüs 22:37-39

Blindedarmontsteking
Er was eens man die naar de dokter ging met klachten over buikpijn. Na een kort onderzoek stelde de dokter vast dat het probleem van de man ‘appendicitis’ was.
‘Appendicitis?’ zei de man, ‘Wat is dat?’
‘Appendicitis,’ legde de dokter uit, ‘is een toestand van irritatie of ontsteking van de appendix, de blindedarm.’
‘O,’ zei de man toen hij deze uitleg hoorde, ‘ik heb nooit geweten dat ik een blindedarm had, laat staan dat die ontstoken kon zijn..!’

Op een vergelijkbare manier zijn veel christenen zich bewust van een diepgeworteld probleem in hun geestelijke ervaring – een probleem dat tot uitdrukking komt in symptomen als onstabiliteit, onzekerheid, gebrek aan veiligheid, gemis van vrede. Als men zulke christenen zou vertellen dat de grondoorzaak van hun probleem ligt in een gebrek aan begrip van fundamentele Nieuwtestamentische leringen, zoals het verband tussen ‘geloof’ en ‘werken’, of tussen ‘wet’ en ‘genade’, dan zouden ze bekennen: ‘Oh, tot vandaag heb ik nooit geweten dat het Nieuwe Testament iets over die dingen te vertellen had!’

We kunnen nu een korte schets geven van de conclusies die we in de afgelopen weken hebben getrokken in de bestudering van deze twee onderwerpen.
Ten eerste: verlossing wordt alleen door geloof ontvangen – geloof in Christus’ volbrachte verzoeningswerk – zonder welke menselijke werken dan ook.
Ten tweede: het geloof dat verlossing brengt, komt daarna altijd tot uitdrukking in daarbij behorende werken – dus in daarmee overeenstemmende daden.
Ten derde: de werken waardoor ‘zaligmakend geloof’ tot uitdrukking komt, zijn geen werken der wet. De gerechtigheid die God eist wordt niet verkregen door het houden van de wet van Mozes.

Deze conclusie leidt ons natuurlijk tot een volgende vraag: Als zaligmakend geloof niet tot uitdrukking komt in het houden van de wet, waarin dan wél? Wat zijn dan de juiste daden die wij mogen verwachten in het leven van ieder die zaligmakend geloof in Christus belijdt?
Het antwoord op deze vraag en tegelijkertijd de sleutel tot het begrijpen van het verband tussen wet en genade, wordt door Paulus gegeven in Romeinen 8:3-4: Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

De sleutel is hier: opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons – waarbij het woord ons duidt op door de Geest geleide christenen. Het is niet de wet zélf die in christenen vervuld moet worden, maar de eis van de wet.

Gebed
Vader, wat is het heerlijk om te groeien in kennis en in geloof en vertrouwen op Uw heerlijke levende Woord. U maakt zelf Uw doelen met mij zichtbaar, zodat ik in de kracht van Jezus een weg tot het leven mag zijn in een stervende wereld! Halleluja! Dank U wel! Amen.

Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en laat je hierin vooral leiden door de Heilige Geest.
Neem met elkaar meer tijd voor gebed als gebruikelijk.
Tip: plan voor werktijd in kleinere groepen gebed-samenkomsten. Kan een kwartiertje voor het werk zijn of desgewenst langer.
Bid specifiek en schrijf op waar je voor gebeden hebt. Ga Gods hand zien op jouw werkplek!

Vragen

  1. Wat wordt er bedoeld met de woorden ‘de eis van de wet’?
  2. Laat jij jezelf weer opnieuw een ‘slavenjuk’ opleggen?
  3. Hoe rechtvaardig jij  jouw goede werken?

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 7: Gods kinderen zijn niet onder de wet

In Romeinen 8:14 zegt Paulus: Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.

Gods ware, gelovige kinderen in Christus zijn degenen die geleid worden door de Geest van God. Dat is wat hen onderscheidt als kinderen van God. Over zulke mensen zegt Paulus in Galaten 5:18: Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.

Het geleid worden door de Geest van God – betekent dus ook dat zulke mensen niet onder de wet zijn. We kunnen het misschien kortweg en persoonlijk zo stellen: als jij een waarachtig kind van God bent door geloof in Christus, dan is het bewijs daarvan dat je wordt geleid door de Geest van God. Maar als je geleid wordt door de Geest van God, dan ben jij niet onder de wet. Je kunt daarom niet een kind van God en tegelijkertijd onder de wet zijn. Nog simpeler: Gods kinderen zijn niet onder de wet.

We kunnen dit contrast tussen de wet en de Geest illustreren met als voorbeeld dat we op twee verschillende manieren zouden proberen de weg naar een bepaalde plaats te vinden. De ene manier is het gebruiken van een kaart, de andere manier is het volgen van een privé-gids (een persoon die met je meeloopt). De wet komt overeen met de kaart; de Heilige Geest komt overeen met de persoonlijke gids.
Onder de wet wordt aan iemand een volledige, precieze en gedetailleerde kaart gegeven en er wordt hem gezegd dat hij op de weg komt die van de aarde naar de hemel loopt, mits hij ieder detail van de kaart foutloos volgt. Niemand is er echter ooit in geslaagd deze kaart foutloos te volgen.
Onder de genade neemt iemand Christus aan als zijn Verlosser. Daarna zendt Christus de Heilige Geest naar die persoon om zijn of haar persoonlijke Gids te zijn. De Heilige Geest, die van de hemel is gekomen, weet de weg naar de hemel al en heeft de kaart niet nodig. De gelovige in Christus die door de Heilige Geest geleid wordt, hoeft alleen maar zijn persoonlijke Gids te volgen om de hemel te bereiken, en hij heeft niet de leiding van de kaart (de wet) nodig.

Het Nieuwe Testament leert daarom volkomen logisch, dat zij die onder de genade zijn, geleid worden door Gods Geest, en niet afhankelijk zijn van de wet.
We concluderen daarom dat God nooit verwacht heeft dat de mens ware gerechtigheid zou verwerven door het helemaal of gedeeltelijk onderhouden van de wet.

Deze conclusie roept natuurlijk een heel interessante vraag op: Als God nooit van de mens heeft verwacht dat hij gerechtigheid zou verwerven door het onderhouden van de wet, waarom werd de wet dan ooit aan de mens gegeven? Volgende week zullen wij op deze vraag ingaan.

Vragen
1. Probeer eens voor jezelf na te gaan of jij onder wet leeft of vanuit de genade? Loop jij met een gedetailleerde kaart of heb je een gids?
2. Is het geloof bij jou vooral een verstandelijk redeneren? Is het een geloof wat puur op gevoel is vanuit het hart? Of iets van beiden?
3. waarin zou jij willen groeien?

Gebed
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en laat je hierin vooral leiden door de Heilige Geest.
Neem met elkaar meer tijd voor gebed als gebruikelijk.
Tip: plan voor werktijd in kleinere groepen gebed-samenkomsten. Kan een kwartiertje voor het werk zijn of desgewenst langer.
Bid specifiek en schrijf op waar je voor gebeden hebt. Ga Gods hand zien op jouw werkplek!

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 6: Het brengen van het evangelie is de hoogste taak van de kerk

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

In Oost-Afrika hoorde ik ooit een jonge Afrikaanse evangelist praten met een blanke zendeling. Hij maakte de volgende opmerking: ‘Uw kerken zijn alleen maar pakhuizen, waar mensen opgeslagen worden voor de hel.’

Op sommige mensen komt dit misschien over als een schokkende uitspraak. Toch realiseer ik me, omdat ik de situatie ken, dat deze jonge Afrikaan de waarheid sprak.

De grote meerderheid van de leden van die kerken had nog niet éénmaal de fundamentele feiten van het Evangelie gehoord en was nooit geconfronteerd met de noodzaak om een beslist en persoonlijk antwoord op deze feiten te geven. Ze hadden het heidendom ingeruild voor een vorm van christendom. Ze hadden misschien een catechismus uit het hoofd geleerd; ze hadden een vorm van doop achter de rug; ze waren aangenomen als leden van de kerk; velen van hen waren opgeleid op zendingsscholen. Maar van de essentiële feiten van het Evangelie en van de ervaring behouden te zijn, hadden ze geen kennis en begrip.

En dit Evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld gepredikt worden… (Mattheüs 24:14)
Het hoogste doel van elke ware christelijke kerk, de belangrijkste plicht van iedere prediker en de primaire verantwoordelijkheid van elke gelovige, is om aan allen die bereikt kunnen worden, op de duidelijkste en meest krachtige manier de fundamentele feiten van het Evangelie van Christus voor te houden en erop aan te dringen dat zij het beslissende persoonlijke antwoord te geven dat God verlangt. Aan deze hoogste taak moet elke andere taak en activiteit van de Kerk ondergeschikt en dienstbaar zijn.

Nogmaals wil ik met alle mogelijke duidelijkheid en nadruk deze fundamentele feiten van het Evangelie vermelden en het antwoord dat ieder mens daarop moet geven:

1. Christus werd door God de Vader aan de doodstraf overgeleverd voor onze zonden.
2. Christus werd begraven.
3. Op de derde dag wekte God Hem op uit de dood.
4. Wij ontvangen gerechtigheid van God door deze feiten te geloven.
5. Om verlossing te ontvangen, moet iedere individuele ziel een direct, persoonlijk antwoord geven aan Christus.

Dit antwoord kan men op elk van de volgende manieren beschrijven: het aanroepen van de Naam van Christus als Heer; tot Christus komen; Christus aannemen; drinken van het levende water dat alleen Christus kan geven.

Heb jij deze feiten geloofd? Heb jij dit persoonlijke antwoord gegeven? Zo niet, dan dring ik er bij je op aan dit nu te doen. Bid met me mee,

Gebed
Heer Jezus Christus, ik geloof dat U voor mijn zonden gestorven bent; dat U begraven bent; dat U weer bent opgestaan op de derde dag. Ik heb berouw van mijn zonden en ik kom tot U voor genade en vergeving. Door geloof in Uw belofte, ontvang ik U persoonlijk als mijn Verlosser en belijd ik U als mijn Heer. Kom in mijn hart, geef mij eeuwig leven, maak mij een kind van God. Amen!

Vragen
Hoe gaat jouw kerk om met de fundamentele feiten van het evangelie?
Hoe ga jij om met de fundamentele feiten van het evangelie?
Is jouw geloof vanuit het verstand of vanuit het hart?

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 5: Het belangrijkste is te weten dat je behouden bent

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

In 1 Johannes 5:13 staat: Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de ​Zoon van God.

Mevrouw H. kwam al enige weken regelmatig bij ons thuis om pianoles te geven. Wij wisten alleen dat ze een achtenswaardige, voorbeeldig levende vrouw was. Ze vertelde ons dat ze een actief aandeel had in de zendingscommissie van de kerk.
Op een dag hoorden we dat Mevrouw H. plotseling ernstig ziek was geworden. Ik voelde het als mijn plicht om haar in het ziekenhuis te bezoeken. Pas toen ik uitlegde dat ik prediker was, zei de verpleegster me dat ik haar vijf minuten kon bezoeken – geen moment langer.
Zonder verder gepraat zei ik tegen Mevrouw H. dat ze weleens op de drempel van de eeuwigheid zou kunnen staan. Ik vroeg haar of ze de zekerheid had dat haar zonden vergeven zijn en of ze klaar was om de Heer te ontmoeten. Ze antwoordde dat ze dat niet wist.

Ik vertelde haar toen heel duidelijk en eenvoudig de fundamentele feiten van het Evangelie:

1. Christus werd door God de Vader aan de doodstraf overgeleverd om onze zonden.
2. Christus werd begraven.
3. God wekte Hem op de derde dag op uit de dood.
4. Wij ontvangen gerechtigheid van God door deze feiten te geloven.
5. God vraagt een duidelijk, persoonlijk geloofsantwoord van ieder mens dat verlangt gered te worden.

Ik vroeg haar of ze dit geloofsantwoord wilde geven, en ze zei dat ze dat wilde. Ik sprak hardop een kort gebed uit en herhaalde de basisfeiten van het Evangelie, en ik deed een beroep op Gods belofte van behoud. Mevr. H. zei me elke zin na. Toen vroeg ik haar of ze nu geloofde dat ze behouden was, en ze zei :‘Ja’.

Vanaf het ogenblik dat ik met Mevr. H. over haar ziel begon te spreken, had ik minder dan vier minuten nodig gehad om haar het Evangelie uit te leggen en haar te leiden tot een beslissende ervaring en zekerheid van haar redding. Als direct gevolg van het verkrijgen van vrede in haar hart, herstelde Mevrouw H. op hoogst onverwachte wijze van haar lichamelijke ziekte en werd ze spoedig uit het ziekenhuis ontslagen. Een paar weken later hervatte Mevrouw H. weer haar pianolessen. Toen ze met de les klaar was, vroeg ik: ‘Ik begrijp dat u vele jarenlang trouw iedere week uw kerk bezocht hebt en dat u zelfs actief hebt deelgenomen aan het kerkelijk leven. Toch was u er helemaal niet klaar voor om te sterven en God te ontmoeten. Vindt u het goed als ik u vraag: ,,Over welke onderwerpen spreekt uw voorganger iedere zondag?’’

Ze antwoordde: ‘Meestal spreekt hij over het leven als christen en het groeien in de genade.’
‘Maar,’ antwoordde ik, ‘het had totaal geen zin om tegen u te preken over het leiden van het leven als christen of het groeien in de genade, want u was nog nooit opnieuw geboren en dus was het voor u volkomen onmogelijk om uw leven als christen te leiden of te groeien in de genade. Het is immers onmogelijk om een baby te laten opgroeien nog voordat hij ooit geboren is.’

Jezus zegt in Johannes 3:3: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het ​Koninkrijk van God​ niet zien.

‘Ja,’ antwoordde zij, ‘Ik realiseer mij nu dat dat waar is. Ik ga er met mijn voorganger over praten.’ Toen ik Mevr. H. de volgende week weer zag, vroeg ik: ‘En, hebt u met uw prediker gesproken?’ Ze antwoordde: ‘Ja, dat heb ik.’
‘En waarover heeft hij afgelopen zondag gepreekt?’ vroeg ik.
‘Hij preekte erover dat het belangrijkste is dat je weet dat je behouden bent.’
Oh, als die woorden toch iedereen die een kerk bezoekt op het hart konden worden gedrukt!
‘Het belangrijkste is te weten dat je gered bent!’

Vragen
Heb jij geloofszekerheid?
Herken je iets uit deze overdenking in je eigen leven?
Zou je daarover iets willen delen?

Gebed
Hemelse Vader, wilt U mij diep doordringen van deze heldere basisfeiten van het Evangelie… Heer, ik roep U aan, kom bij Jezus, laat Hem heel bewust binnen in mijn hart. Dank U Heer, dat het evangelie tot mij gepredikt is en dat U door Uw Geest in mijn hart heeft bewerkt dat ik ‘ja!’ tegen U zei! Amen.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

Deel 4: Geloof – Vier basisfeiten van het evangelie

Deze overdenking/studie komt van Derek Prince Ministries

Vorige week hebben we geloof bekeken in de ruimste betekenis, met betrekking tot alle beloften van God die we in de Bijbel vinden. Er is echter één boodschap van de Bijbel die van het allergrootste belang is, omdat die boodschap beslist over de eeuwige bestemming van elke menselijke ziel. Dat is wat we meestal het ‘Evangelie’ noemen.

Wanneer mensen over ‘het Evangelie’ spreken, hebben zij vaak iets enigszins vaags in gedachten, waarvan zij het gevoel hebben dat het onmogelijk op een heldere of verstandelijke manier te definiëren is. Zelfs in de prediking van ‘het Evangelie’ ligt er vaak zoveel nadruk op een emotionele reactie, dat de indruk ontstaat dat verlossing bestaat uit een emotionele ervaring.
Toch is dit onjuist en zeer misleidend. De echte boodschap van het Evangelie bestaat uit vaste, eenvoudige feiten; en verlossing is het kennen van deze feiten, die geloven, en ernaar handelen. Wat zijn die feiten?
Nu is het niet alleen ter wille van hem (Abraham) geschreven dat het hem toegerekend is, maar ook ter wille van ons, aan wie het zal worden toegerekend, aan ons namelijk die geloven in Hem Die Jezus, onze Heere, uit de doden opgewekt heeft, Die om onze overtredingen is overgeleverd en opgewekt om onze rechtvaardiging. (Romeinen 4:23-25)
Paulus vermeldt hier drie feiten van het Evangelie:
1. Jezus werd aan de doodstraf overgeleverd om onze overtredingen.
2. God wekte Jezus weer op uit de doden.
3. Als we dit geloven, dan zullen we voor God als rechtvaardigen worden aangenomen.

In 1 Korinthiërs 15:1-4 herinnerde Paulus de christenen te Korinthe aan de Evangelieboodschap die hij gepredikt had en waardoor ze gered werden:
Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften.
Zoals het Evangelie hier door Paulus wordt samengevat, bestaat het uit drie eenvoudige basisfeiten:
1. Christus stierf voor onze zonden.
2. Hij werd begraven.
3. Op de derde dag werd Hij opgewekt.

Als we naast elkaar zetten wat deze passages uit de brieven van Paulus ons leren, dan zien we de vier basisfeiten die samen het Evangelie vormen. Deze feiten gaan uitsluitend over Jezus Christus zelf – niet over Zijn aardse leven en onderwijs, maar over Zijn dood en opstanding:
1. Christus werd door God de Vader aan de doodstraf overgeleverd om onze zonden.
2. Christus werd begraven.
3. God wekte Hem op de derde dag op uit de doden.
4. Wij ontvangen gerechtigheid van God door deze feiten te geloven.