Breng vooral woorden van Jezus ter sprake – Thema ‘Verdedigingsleer’


Introductie

1 Petrus 3:15-16: “Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze, en met een goed geweten, opdat bij al het kwaad, dat men van u spreekt, zij, die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd gemaakt worden”.

De (Christelijke) Apologetiek is “de studie die zich bezighoudt met het verdedigen van het Christelijke geloof”. Dit is een Bijbelse opdracht, zoals het bovenstaande gedeelte uit de Petrusbrief onder andere laat zien; we moeten altijd bereid zijn hen, die ons vragen verantwoording van ons geloof af te leggen te antwoorden en dat op een manier die degenen die ons, ons geloof, te schande willen maken “beschaamd gemaakt worden”.

Bron: www.bijbelcollege.nl, 16 november 2013


 

Ds. G. A. van den Brink, hersteld hervormd predikant te Kralingseveer, www.refdag.nl, 15 november 2013:

Is er in een apologetisch gesprek plaats voor Jezus?

Je zou eens moeten kijken naar alle gesprekken die je voert over het christelijk geloof. Een gesprekje met je moeder over de preek. Een praatje over de heg met de buurman die nergens aan doet. Een niet-gelovige collega vraagt op maandag wat je gisteren hebt gedaan. Het huisbezoek. De Bijbelkring van de kerk. Een open ontmoeting bij de evangelisatiestand op de markt.

Het is niet moeilijk om in al die gesprekken een tweedeling te maken. Soms spreek je met iemand die nergens aan doet, en soms spreek je met iemand die zelf ook een christen is. Twee totaal verschillende typen gesprek! Misschien heb je bij deze verdeling een onbehaaglijk gevoel. Met geloofsgenoten praten over God en Jezus gaat je goed af. Maar tegenover niet-gelovigen stokt de adem in je keel. Je kunt uitvoerig discussiëren over de gereformeerde leer, maar je voelt je hulpeloos in een gesprek met iemand die niet in God gelooft. Of misschien is het precies andersom. Je hebt vijf bewijzen voor het bestaan van God, drie tegen evolutie en zes voor de schepping, je toont aan dat er leven is na de dood en dat de Bijbel onfeilbaar is, maar diep vanbinnen weet je dat er geen persoonlijk geloof is in de Heere Jezus Christus…

Waterscheiding

Deze tweedeling in onze gesprekken is onwenselijk. Het geeft de indruk dat er een waterscheiding is tussen kennis en vertrouwen, tussen hoofd en hart, tussen argumenten en overgave. Er zijn best veel christenen die weinig hebben met argumenten van apologeten. Zij herkennen er niet in wat voor hun persoonlijk geloofsleven zo belangrijk is. Anderen zijn juist bang dat zonder argumenten het christendom vervlakt tot goedgelovigheid. Is er een manier om deze kloof te overbruggen?

Ik denk van wel. Een belangrijke manier om deze tegenstelling te boven te komen, is om in het apologetische gesprek een grote plaats toe te kennen aan de woorden van Jezus. Joden, moslims en christenen gebruiken dezelfde argumenten om het bestaan van een God te verdedigen. Zij voeren dezelfde redenen aan voor hun geloof in de schepping. Zij verschillen ook niet in de overtuiging dat er leven is na de dood. Maar een christen heeft een belangrijk extra gegeven. Hij gelooft in de betrouwbaarheid van de woorden van Jezus.

Jezus was evenzeer een mens als wij. Toch had Hij op unieke wijze toegang tot kennis die wij niet bezitten (Joh. 3:11). Hij openbaarde Zijn geloof en overtuiging met grote zekerheid en vastberadenheid. Hij sprak als machthebbende (Mark. 1:22). Hij geloofde in het bestaan van één God (Mark. 10:18), in de schepping (Mark. 13;19), in het leven na de dood (Joh. 5:28-29), in de verantwoordelijkheid van de mens (Joh. 3:18,36), in de realiteit van de duivel (Matth. 4:1-11), in de hemel en de hel (Luk. 16:19-31).

Deze overtuigingen waren bij Hem zo sterk en zo krachtig, dat Hij zijn gehele leven inrichtte overeenkomstig dit geloof. En meer dan dat – Jezus’ overtuigdheid was zo sterk, dat Hij zelfs gewillig was om zichzelf in de dood over te geven. Hoe kon dat? Omdat Hij zeker geloofde dat Hij aan de andere zijde van het graf in een nieuw en eeuwig leven op zou staan (Joh. 10:18; Hebr. 12:2).

Er waren veel mensen die Jezus Zijn stelligheid en overtuigdheid kwalijk namen (Joh. 8:57-59). De sadduceeën geloofden niet in een leven na de dood en wilden Hem belachelijk maken (Mark. 12:17-28). De geestelijk leiders beschouwden Hem als een leugenaar en lasteraar (Matth. 9:3). Nog na zijn dood spraken de farizeeën minachtend over „deze verleider” (Matth. 27:63). Ook zijn eigen discipelen dachten aanvankelijk dat Hij Zich op schokkende wijze had vergist (Luk. 24:21).

Maar de opstanding van Jezus bewees dat alle overtuigingen die Jezus had, terecht waren. Alle waarheden waaraan Hij Zich in leven en sterven had toevertrouwd, bewezen toen hun kracht. Het geloof van Jezus werd niet beschaamd, maar integendeel, op de paasmorgen bleek op radicale en overtuigende wijze hoezeer Hij altijd de waarheid gesproken had (Joh. 8:40).

Vertrouwen

Wanneer je dit tot je door laat dringen, geeft het een belangrijke grond om sommige dingen van harte te geloven. Als iemand je vraagt: „Waarom geloof je in het bestaan van God?”, dan kun je zeggen: „Omdat Jezus erin geloofde, en ik beschouw Hem als betrouwbaar.” „En waarom geloof je in een leven na de dood?” „Omdat Jezus erin geloofde, en ik beschouw Hem als betrouwbaar.” „Hoe weet je dat de wereld door God geschapen is?” „Omdat Jezus daarin geloofde en ik weet dat Hij betrouwbaar is.”

Deze benadering in een apologetisch gesprek heeft twee belangrijke voordelen. Allereerst helpt het heel goed om het gesprek te brengen naar de kern van de Bijbelse boodschap: de Persoon van de Heere Jezus Christus. Je voorkomt dat het gesprek ontaardt in een scherpzinnig steekspel van argumenten. In plaats daarvan breng je het belang naar voren van geloof, vertrouwen, overgave. Het kan zijn dat je gesprekspartner smalend zijn neus ophaalt voor deze benadering. Dan zij dat maar zo; ook Jezus kreeg met zulke verachting te maken.

Een tweede belangrijk voordeel is dat je niet komt met je eigen mening maar met het woord van Jezus. Het is aan te raden om in een moeilijk gesprek te antwoorden met: „Jezus zegt…” Als iemand aan je vraagt wat jij vindt van echtscheiding, of van de hel, of van andere godsdiensten, kun je op deze manier antwoorden: Jezus zegt, en je noemt de relevante Schriftgegevens (Matth. 19:9; Matth. 10:28; Joh. 10:8). Zo’n antwoord laat zien hoe radicaal en direct de woorden van Jezus zijn. Het geeft dan ook een goede gelegenheid om je gesprekspartner te laten voelen dat de woorden van Jezus werkelijk ergens over gaan, en een appel doen op ons aller leven.

Ten slotte nog dit. Deze benadering stelt ook aan jouzelf een vraag. Geloof je werkelijk de belangrijkste boodschap die Jezus had? Hij kwam niet allereerst om te vertellen over de schepping, over engelen, over het bestaan van God of over de hel. Hij kwam om te getuigen van Zichzelf als de Zoon van God (Joh. 8:14). Hij kwam met de boodschap dat wie in Hem gelooft, eeuwig leven heeft (Joh. 11:25-26). Wie alles van Jezus gelooft behalve dit, gelooft Hem niet. Er is, kortom, geen christelijke apologetiek mogelijk zonder persoonlijke overgave aan Jezus Christus.

Literatuur

Chris Wright, The Uniqueness of Jesus (Grand Rapids: Kregel 2001).

D.A. Carson, Jesus the Son of God: A Christological Title Often Overlooked, Sometimes Misunderstood, and Currently Disputed (Wheaton: Crossway 2012).

Bron: www.refdag.nl, 15 november 2013