Gebed van een Duitse soldaat

Lezen: Jozua 1: 5-9
Tekst: “Heb Ik het u niet bevolen? Wees sterk en heb goeden moed, verschrik niet en ontzet u niet; want de HEERE uw God is met u alom waar gij heengaat”.

Gebed van een Duitse soldaat

Heere der legermachten, Die met Uw knecht Jozua en met meet andere krijgslieden was, door hen Uw volk heerlijke overwinningen gaf, wees ook met mij in mijn beroep. Ik weet wel dat het beroep aan vele verzoekingen en gevaren onderworpen is, maar ik weet ook dat U een machtige Beschermheer bent, Die zelfs in de allergrootste gevaren ons kunt bijstaan, beschermen en wonderlijk behouden.
Bewaar mij, Heere, voor de zonden die in ons beroep, meer dan in andere beroepen, gewoonte zijn. Laat ik zover biet vervoerd worden om samen te spannen met degene die kwaad doen, en zo ontzettend tegen de Hemel zondigen in wellust en dartelheid, vloeken en zweren, ongeregeldheid en gewelddadigheid.
Laat ik Uw vrees nooit uit mijn zin zetten, en laat het ver van mij zijn dat ik tegen U, mijn God, moedwillig zondigen zou, opdat Uw rechtvaardige hand mij, met anderen, niet wegrukke.
Mijn staat is zeker vol begeerlijkheden en gelegenheden om kwaad te doen. Daarom, bewaar mij Heere, dat ik geen oorlog tegen de Hemel voer, maar mijn ziel als in de handen draag, opdat ik onder zoveel verzoekingenen niet eeuwig verloren ga.
Indien ik strijd tegen de zonde, mijn geloof en vertrouwen op U stel, heilig en voorzichtig voor U wandel, zo zult U zegen en genade tot al mijn doen en verrichtingen geven.
Laat mij gehoorzaam zijn aan degene die U over mij gesteld hebt, dat ik hun bevel ijverig, getrouw en gewillig nakom. Vervul mijn hart met wijsheid en dapperheid om de vijanden met goede moed onder de ogen te zien, en altijd getrouw in mijn beroep gevonden zal worden.
Indien het de nood vereist, geweld met geweld te keren, land en volk te ebschermen, zo laat mij noch vreesachtig noch overmoedig zijn, maar geef mij heldenmoed, een sterke arm en overwinnende wapens.
Laat ik onschuldigen geen geweld, noch iemand enig onreacht aandoen, maar tevreden zijn met mijn toelage.
Wanneer ik in het midden onder de vijanden in mijn beroep strijd, zo bewaar mij voor de vliegende kogels. Laat ons na verkregen zegen, niet ons, maar Uw naam de eer daarvan geven.
aangezien het U zou kunnen behagen, Heere, mij in de strijd te laten sneuvelen, laat mij daarom toch alle dagen, zolang ik leef, mijn ziel in zodanige staat stellen, dat ik gerust zou kunnen sterven in de verzekering van Uw genade, zodat ik mij dan in het laatste van mijn leven beroepen kan op wat ik eerder aan u beloofd had, namelijk dat ik voor Uw eer, voor Uw Kerk en voor ’s lands welvaart mijn leven laat en als een kind van God neerval.
U zult, hoop ik, mijn ziel, die ik U bevolen heb, opnemen en mij, na U, mijn God en mijn naasten tot in de ddo trouw gediend te hebben, de kroon des levens geven.

Amen.

De overdenking van deze week is van ds. Leon Hartevelt

 

Dank- en gebedspunten(wekelijks)

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten