Het bewijs van discipelschap

Als Jezus Christus volmaakt één is met de Bijbel, dan betekent dit ook dat de band tussen de gelovige en de Bijbel gelijk moet zijn aan zijn relatie met Christus. Deze waarheid wordt in de Schrift meerdere malen bevestigd. Om te beginnen in Johannes 14. In dit hoofdstuk waarschuwt Jezus Zijn discipelen dat Hij binnenkort, wat Zijn lichamelijke aanwezigheid betreft, van hen weggenomen zal worden en dat er daarna een nieuw soort relatie tussen Hem en hen moet komen. De discipelen zijn onwillig en niet in staat om de komende verandering te accepteren of te begrijpen. Ze kunnen vooral niet begrijpen hoe, nu Christus op het punt staat hen te verlaten, zij Hem toch nog zullen kunnen zien of gemeenschap met Hem hebben als Hij hen (straks) verlaten heeft.
In Johannes 14:19 zegt Christus: Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien. We zouden het ook zo kunnen zeggen: maar u zult Mij blijven zien…
Naar aanleiding van deze opmerking van Jezus vraagt Judas (niet Iskariot, maar de andere Judas), in vers 22: Heere, hoe komt het dat U zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?
Judas bedoelt: Heer, als U weggaat, en als de wereld U niet meer zal zien, hoe zult U zichzelf dan nog aan ons kunnen openbaren? Dus wel aan Uw discipelen, maar niet aan hen die U niet volgen. Wat voor communicatie of gemeenschap zult U met ons kunnen blijven hebben, waar de wereld geen deel aan heeft?’
In vers 23 beantwoordt Jezus Judas’ vraag en zegt: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en we zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.
De sleutel om dit antwoord juist te verstaan, ligt in de uitdrukking ‘hij zal Mijn woord bewaren’ (NBG). De belangrijkste eigenschap die een ware discipel onderscheidt van de mensen uit de wereld, is dat een ware discipel Christus’ woord bewaart en doet wat Hij zegt (NBV).
Als we het antwoord dat Christus hier geeft, plaatsen achter de oorspronkelijke vraag, ‘Heere, hoe komt het dat U zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?’, dan vinden we in dit antwoord vier feiten geopenbaard die onmisbaar en zeer belangrijk zijn voor iedereen die graag een echte christen wil zijn. Laat me omwille van de duidelijkheid eerst even het antwoord herhalen dat Jezus gaf in vers 23:Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en we zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.
Dit zijn de vier essentiële feiten, die uit Christus’ antwoord naar voren komen:
1.      Het houden van Gods Woord is het eerste kenmerk die een discipel van Christus onderscheidt van de rest van de wereld.
2.      Het vasthouden aan Gods Woord is het doorslaggevende bewijs van de discipels liefde voor God, en andersom de belangrijkste motivatie van Gods liefde voor de discipel.
3.      Christus openbaart Zichzelf aan de discipel door Gods Woord, terwijl de discipel het leest en het (vast)houdt (oftewel gehoorzaamt).
4.      Door Gods Woord komen de Vader en de Zoon samen in het leven van de discipel en wonen blijvend bij hem in.

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

Gebed
Breng bovenstaande vragen en/of uitkomsten voor jou persoonlijk of voor de ander in gebed en vraag God om jouw onmogelijkheden mogelijk te maken.

Heer Jezus, het blijft een onuitsprekelijk wonder dat U in mij bent komen wonen door Uw Geest, en dat ik – gestuurd en gedreven door diezelfde Heilige Geest – op mijn beurt U weer ‘terug mag liefhebben’ door Uw Woord te koesteren en te doen wat U zegt. Laat Uw liefde mij en door mij heen de wereld om mij heen voortdurend veranderen! Amen.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten