„Met louter militaire inzet komt er geen vrede”

Bij een militaire vredesmissie is een integrale aanpak nodig, betoogde generaal Arie Vermeij voor christenmilitairen in Schaarsbergen.

HHK houdt contactdag voor christenmilitairen en oorlogsveteranenHHK WM 31mrt2015 André Dorst

Militaire slagkracht is soms noodzakelijk, maar met louter militaire middelen worden wereldconflicten nooit opgelost. Bij een militaire vredesmissie is een integrale aanpak noodzakelijk, zo stelde Arie T. Vermeij, generaal buiten dienst, zaterdag in Schaarsbergen.

De werkgroep militairen van de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) organiseert jaarlijks een contactdag voor christenmilitairen, oorlogsveteranen en veteranen van de naoorlogse missies en betrokkenen. De bijeenkomst, zaterdag in Schaarsbergen, had als thema ”Bewapend met en gewapend tegen…”.

Voor ruim dertig belangstellenden vertelde Vermeij over zijn militaire loopbaan en de vele missies in het buitenland. Behalve de militaire aspecten wilde de generaal vooral de geloofsaspecten bij internationale missies voor het voetlicht halen.

Kameraad Vermeij ging als militair voor het eerst op missie als deelnemer van de interim-vredesmacht in Libanon. „Die missie van 1976 tot 1985 onder de vlag van de Verenigde Naties was een typische militaire operatie waarbij nauwelijks of geen aandacht was voor wederopbouw. De geestelijke verzorging was minimaal. In dergelijke situaties besef je als militair wel dat de Heere uiteindelijk je enige kameraad is die nog overblijft”, aldus Vermeij, terugkijkend op die missie.

Toen Nederland daarna in Bosnië opnieuw een militaire missie vervulde, was er ook een plan van wederopbouw met aandacht voor verzoening tussen burgers. Bij de missie in Afghanistan was Vermeij plaatsvervangend commandant en in die functie persoonlijk betrokken bij militair geweld tegen de taliban.

Niet doden Vermeij vertelde hoe hij destijds worstelde met het gebod „Gij zult niet doden”. De woorden uit Romeinen 13:4, „de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs”, gaven echter rust. Het Nederlandse leger handelde immers als verlengstuk van de wettige –Afghaanse– overheid.

Hoewel de taliban soms met wapens bestreden moeten worden, weet de generaal dat die uiteindelijk het best worden bestreden met de wederopbouw van het land. Vermeij, lid van een hervormde gemeente, bekende dat hij op buitenlandse missies geneigd was een scherpe dogmatische belijning te laten varen, alsmede opvattingen over kerkelijke structuren.

Op de veldpost in Afghanistan werden in de ”Chapel Fraise” negen kerkdiensten per zondag gehouden. Ondanks de uiteenlopende denominaties beleefde de generaal daar eenheid vanwege de focus op het hart van het christelijk geloof.

Vaak onbegrepen De contactdag werd geopend door ds. J. den Boer uit Nieuwleusen met een meditatie naar aanleiding van Psalm 22. De predikant, voorzitter van de HHK-werkgroep militairen en voormalig legerpredikant, wees op de weinig gewaardeerde en vaak onbegrepen positie van militairen in de christelijke gemeente.

De predikant benadrukte het verlangen van de werkgroep om zo breed en interkerkelijk mogelijk te opereren onder de militairen.

„In het leger vallen de kerkmuren gelukkig weg en telt alleen de uitstraling van een oprecht geloof. Enerzijds is het niet gemakkelijk om christen te zijn in het leger, anderzijds gaat het getuigenis vanzelf omdat de christelijke levenswandel opvalt en collega’s vaak uitleg vragen”, aldus ds. Den Boer, die in 2006 als legerpredikant met het Nederlandse leger meeging op missie naar Afghanistan.

© Reformatorisch Dagblad | Pagina 8 | 30 maart 2015 | Beelden: André Dorst en Riekelt Pasterkamp