Rust voor een vermoeide ziel

Jezus kwam als mens naar de aarde, om de mensheid te verlossen van onze zonden en elke vorm van gebondenheid. Maar Hij kwam ook naar de aarde met de bedoeling ons de hemelse Vader te openbaren.

Hij zei tegen Zijn discipelen: “De Vader heeft Mij gezonden” (zie Johannes 5:36). Hij zei ook: “Ik kan uit Mijzelf niets doen … Ik zoek niet naar Mijn eigen wil, maar naar de wil van de Vader die Mij gezonden heeft” (zie Johannes 5:30). En toen zei Hij: “Ik ga naar Mijn Vader” (zie Johannes 14:12).

Jezus zei drie dingen: “Ik kwam van de Vader. Terwijl Ik hier ben, zal Ik alleen Zijn wil doen. Binnenkort ga ik terug naar de Vader.” Het hele leven van Jezus – Zijn komst naar de aarde, Zijn doel terwijl Hij hier was en Zijn terugkeer naar de hemel – ging over het openbaren van de hemelse Vader.

Jezus zei de Farizeeën: “Let op Mijn leven, Mijn bediening, alle wonderen en goede werken die Ik doe, en jullie zullen de hemelse Vader zien. Alles wat Ik doe, is een weerspiegeling van wie Hij is en het is allemaal bedoeld om Hem aan jullie te onthullen.”

“Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.” (Mattheüs 11:27).

Jezus zegt dat het onmogelijk voor ons is om te weten wie de Vader is, tenzij Jezus Hem aan ons openbaart. Het is opvallend dat Hij in het volgende vers toevoegt: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.” (Mattheüs 11:28).

Jezus laat ons zien dat wij, als we rust willen voor onze ziel en een einde aan onze innerlijke worsteling, wij een openbaring moeten hebben van wie de Vader is. Je moet weten dat je een Vader in de hemel hebt die om je geeft! Niemand ontvangt deze openbaring los van Christus en in alles wat Hij doet en zegt, toont Hij ons het hart van de Vader.

 

Leo Harskamp vertaald dagelijks overdenkingen van David Wilkerson, stuur een email als u deze wilt ontvangen naar leoharskamp@gmail.com

Dank- en gebedspunten(wekelijks)

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten