In voorlopige hechtenis – week 44

Lezen: Hosea 5: 13-15
Tekst: ”Ik zal heengaan en wederkeren tot Mijn plaats, totdat zij zich schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bang zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken” (Hosea 5:15).

In voorlopige hechtenis

Een manager van flinke onderneming genoot groot aanzien en leidde een aangenaam en zorgeloos leven. Hij dacht, dat hij God niet nodig had.
Toen kwam het moment waarop hij werd gearresteerd. De beschuldiging was nogal fors: Hij werd verdacht de leider van een bende te zijn, die de transporteurs van zijn bedrijf overviel en beroofde. Dat kwam heftig binnen en de manager voelde zich de ellendigste van alle mensen, hoewel hij totaal onschuldig was. Zijn vertrouwde advocaat was juist nu op reis. Zijn vrienden bleven op veilige afstand, want het zou toch eens waar kunnen zijn? Het zal je maar overkomen, net een nachtmerrie.

Hij werd in voorlopige hechtenis genomen en daar kreeg hij een christelijk dagboek. Omdat hij toch verder niets te doen had, begon hij erin te lezen uit afleiding. Al snel boeide het boek hem meer dan gewoon, want God begon in zijn hart te werken. Hij kreeg de ene na de andere vraag waar hij geen antwoord op had. Toen een ambtenaar van het gerechtshof bij hem kwam, vertelde de manager openhartig over zijn geestelijke vragen. Daar was hij meer mee bezet, dan met zijn zaak. De ambtenaar die aan zijn zaak werkte, was zelf een gelovig christen. Op alle vragen gaf hij een Bijbels antwoord. Hij wees de manager op de blijde boodschap van de verzoenende dood van Jezus Christus, Zijn begrafenis en Zijn zegenrijke opstanding.

Toen zag de onschuldige manager in de cel, dat hij voor God schuldig was, als overtreder van Gods wet. Als totale zondaar nam hij door het geloof de Heere Jezus aan als zijn Verlosser. Al was hij nog in de cel, hij voelde zich vrij. Enkele dagen later kwam zijn zaak voor het gerecht. Hij werd vrijgesproken. Toen hij de cel verliet, was hij dubbel vrij: vrijgelaten uit voorlopige hechtenis en vrij van elke aanklacht van zijn geweten. God heeft de manager dus gevangen laten nemen, om hem tot bekering te brengen.

De boodschap is duidelijk. Zo lang je God niet nodig hebt, dan is Hij tegen je. Hij lijkt ver weg in de hemel, totdat je in de tegenheden je schuld voor God erkent. Dan bewijst Hij in Zijn lieve Zoon Zijn barmhartigheid en genade. Wanhoop dus nooit! Al kom je zelfs ver weg in voorlopige hechtenis, luister dan: “Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarheen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren”. Kortom: “Als Mijn volk zich zal schuldig kennen, dan zal Ik aan Mijn verbond gedenken.”

 

Naar: Volg Mij, tijdschrift voor geloofsopbouw, oktober 2017

24 uur in dienst en recht op ontbering – week 43

Lezen: Filemon: 8-20
Tekst: “Ik bid u dan voor mijn zoon, die ik in mijn banden heb geteeld, namelijk Onesimus”, vers 10

24 uur in dienst en recht op ontbering

Zo was het leven in dienst generaties lang. Is het er beter op geworden sinds de 8 tot 5-mentaliteit? Uitzending is in de plaats gekomen van de dienstplicht en dan blijft: 24 uur in dienst en recht op ontbering. Is het er veiliger op geworden? De ongelukken bij de commando’s en in Mali tonen aan van niet. Al met al hebben we geen inspraakleger gekregen met recht op balen.

In ons land ben jij voor de wet een burger met rechten, ook als militair. Jij mag niet als een slaaf behandeld worden. Naast je rechten heb je ook je plichten. Je moet bijvoorbeeld je meerderen gehoorzaam zijn. Je moet de orders opvolgen.

Onesi­mus in onze tekst is een slaaf. Het leven van een slaaf telt niet mee, maar Onesimus is het zat. Hij steelt wat van zijn heer Filemon en vlucht bij hem weg. Hij gaat helemaal naar Rome, naar Paulus in de gevangenis. Dat is niet vergeefs, want ondanks zijn ongehoorzaam­heid vergeeft de Heere zijn grote schuld. Nu moet Onesimus van Paulus terug naar zijn heer, want als slaaf is Onesimus 24 uur in dienst en heeft hij recht op ontbering. Dan schrijft Paulus deze aanbevelingsbrief aan zijn heer Filemon, die zelf ook christen is. Onesimus moet terug naar zijn heer met de brief van Paulus. Weet Onesimus de inhoud van de brief? Wat zal zijn heer doen? Hij is een onnutte slaaf, door weg te lopen. Daardoor kan hij gemarteld en zelfs gedood worden, zonder vorm van proces. Toch gaat Onesi­mus terug. Zijn schuld voor God is vergeven, nu moet zijn schuld voor de mensen hersteld worden. Herken jij dat uit je leven?

Als christenmilitair ben je heel eenvoudig 24 uur in dienst van Koning Jezus in Woord en daad. Je hebt recht op ontbering, niet op applaus. Desondanks is het een hele weg om op je fouten en gebreken terug te komen, maar het moet. Mis­schien heb je wel een onherstelbare fout begaan. Kom er op terug. Beken het eer­lijk, want: “Wie zijn zonde belijdt en laat, die zal barmhartigheid vinden”.  Schuld belijden doe je in de eerste plaats tegenover God, maar ook tegenover je naaste. Dat geeft vrede in het hart, hoe het ook zal gaan. Bij Onesimus is het meegevallen. Als slaaf en broeder in Christus is hij weer 24 uur in dienst en heeft hij recht op ontbering. Nu is hij gehoorzaam. Zoals zijn naam betekent, is hij sinds zijn bekering zeer nuttig.
Heere, geef mij de moed om mijn zonden te belijden voor u en de mensen. Geef mij gehoorzaamheid om nuttig te zijn in mijn werk, in de dienst.

Getrouw mijn plicht doen – week 42

Tekst: Genesis 3: 17-19 

“In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren.Genesis 3:19

Getrouw mijn plicht doen

In een strafkamp moest een vervolgde christen als metselaar renovatiewerk verrichten. Het werk viel hem zwaar. Bovendien had hij er geen plezier in. Dat bleef zo, totdat hij in het gebed het volgende vroeg: Heere, geef mij liefde tot mijn werk en de kracht om het vol te houden, want ik ben toch gevangen om Uw Naam! Hij kreeg liefde tot het werk, het viel hem minder zwaar en het lukte tot tevredenheid van zijn bewakers.

Wie niet werkt zal ook niet eten. Let er op, werk getrouw, want het is Gods opdracht. Het is wel schuld, dat er tegenwer­kingen en tegenslagen komen, maar dan moeten we niet bij de pakken neer gaan zitten. De tijd dat wij leven moeten wij eigenlijk net zo getrouw werken als de engelen in de hemel doen. Als we zo werken zullen we Gods zegen over ons werk ontvangen. Kunnen we dat nog wel?

Nee, niet in eigen kracht, want Adam had gezondigd en daarmee de dood verdiend. Toch zocht God hem op. God gaf hem de opdracht om te werken: “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”. Na de zondeval leven wij met Adams schuld. Toch geldt die opdracht ook voor ons, want God wil geen luie mensen. Nu moet jij getrouw je plicht doen, op het werk, in de dienst. Kan je dat alleen, of heb je de Heere nodig?

De Heere Jezus is gekomen om onze zonde te betalen, om onze ontrouw door Zijn getrouwheid te verzoenen. Hij wordt de tweede Adam genoemd, omdat hij in plaats van Adam wel aan de eisen van Zijn Vader heeft voldaan. Als je nu daar door genade in mag delen, is de vloek op de zonde opgeheven. Toch blijf je dagelijks zondigen. Toch blijft gelden: “in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”. Getrouw je plicht doen, kost moeite. Werken geeft zweet, soms heel veel. Juist wanneer je mag leven uit de de tweede Adam zal je op Hem willen lijken: O Zoon maak mij Uw beeld gelijk. Geef mij getrouwheid, Heere, in mijn werk, in de dienst.

Biddende soldaten – week 41

Psalm 79: 9 “Help ons o God onzes heils ter oorzaak van de eer Uws Naams; en red ons en doe verzoening over onze zonden om Uws Naams wil”.

Biddende soldaten

Mobilisatie 1914. Keurig in het gelid staat het korps Groene Jagers aangetreden. Koningin Wilhelmina inspecteert dit korps. Ze kijkt de mannen aan, die als het nodig is, hun leven voor het vaderland zullen geven. Dan blijft ze plotseling staan. Ze vraagt met luide stem: Wie van jullie kan er bidden? Verbaasd kijken de Jagers haar aan, want dit verwachten zij niet. Bidden? Wie? Onderzoekend zijn de ogen van de vorstin, vastberaden is haar houding. Dan komen er eindelijk acht soldaten naar voren. Het zijn er niet veel. Toch kijkt de koningin deze acht dankbaar aan, want deze acht zijn biddende soldaten, geen vloekende soldaten. Zij weet, die zijn blijven bidden en schamen zich niet voor de groep. Dan spreekt ze: “Aan zulke soldaten heb ik meer dan aan al die anderen. Zulke soldaten – biddende soldaten – kunnen ons vaderland redden!”

September 1914 – Inspectie door Koningin Wilhelmina van troepen op Waalsdorp

Dat heeft koningin Wilhelmina in 1914 gezegd, terwijl het hele korps Groene Jagers het kon horen! Op verzoek van de koningin zingen de acht soldaten een vers van psalm 79, “Gedenk niet meer aan het kwaad dat wij bedreven”. Het duurt niet lang of het hele korps zingt uit het hoofd mee, tot de laatste regel: “Bewijs ons eens genade”. Ze kunnen het dus wel allemaal zingen, in 1914 nog wel. Hoe zit dat met dan met bidden? Die bidden om in leven te blijven, geestelijk in leven blijven. Ze bidden voor de noden van zichzelf, van ons land en ons volk. Dat geldt niet voor die anderen.
Daarom blijft het nog steeds waar: aan biddende soldaten hebben we meer dan aan al die anderen.
De vijand is tijdens de Eerste Wereldoorlog niet over onze grenzen gekomen. De Heere heeft het gebed van de bidders gehoord. Er is toen veel gelovig gebeden. Sommige bidders geloofden vast, dat er geen oorlog zou komen. Zulke bidders hadden dat niet van zichzelf, maar zij kregen de zekerheid van de Heilige Geest. Daarom geloofden zij het zo vast. Aan biddende soldaten hebben we meer dan aan al die anderen
Daarom bidt zonder ophouden, ook in dienst, ook met de baret of de pet op. Schaam je niet, blijf bidden. Bidt met elkaar en zing, zing biddend: Help ons o God onzes heils ter oorzaak van de eer van Uw Naam.

Blijdschap door afhankelijkheid – week 40

Lezen: Jesaja 12:1-3
Tekst: „En gijlieden zult met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils.”

Admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter staat bekend als een gelovig mens. We kunnen van zijn levenshouding leren. Door in de Bijbel te lezen heeft hij zijn geloof gevoed. Daar nam hij ruim de tijd voor. Als De Ruyter aan land was, las hij hele avonden overluid zodat meteen zijn vrouw en kinderen onderwezen werden. Natuurlijk werd er in huize De Ruyter dan ook gezongen.

Ook de scheepsjournalen die De Ruyter als kapitein heeft bijgehouden, tonen aan dat hij een gelovig man is. Het oudste journaal dat we kennen is van 1633, als De Ruyter nog maar een jongeman is van 26 jaar. We lezen dan: „Wij kunnen God Almachtig niet ten volle loven en danken voor de genadige weldaad, die God ons dagelijks bewijst”. Zijn hart loopt over van vreugde. Ken jij dat? Als je nadenkt over je leven en over alles wat je op die dag uit Gods hand hebt ontvangen, dan wil je je dankbaarheid wel eens kwijt. Dat vertrouwt De Ruyter toe aan het papier van zijn scheepsjournaal.

Dat blijft zo, want veertig jaar later, op een zondag in 1673, schrijft De Ruyter in zijn journaal dat „onze dominee een mooie preek” had gehouden over Jesaja 12:3: „En gijlieden zult met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils.” Die preek was er bij De Ruyter goed ingegaan, maar dat niet alleen. Zijn predikant heeft ook het Heilig Avondmaal bediend. Wat een blijdschap: Ik voor u!

De Ruyter mocht aan boord zelf water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils. Zijn vreugde en blijdschap heeft hij van God gekregen. Door preek uit het Evangelie mocht hij delen in de geestelijke gaven die Christus heeft verdiend, zoals vrede, genade, liefde en zaligheid.
Als je grote dorst hebt, dan schep je met beide handen water en je bent verheugd als je dorst gelest is. Schep net als de Ruyter je blijdschap uit Gods Woord, de preek en de sacramenten, ook in dienst.

Na de slag bij Kijkduin in 1673 heeft De Ruyter tegen zijn vlop, ds. Westhovius, gezegd: „Nu mag men zeggen: heden heeft de Heere heil in Israël geschonken, onze gebeden verhoord, en voor ons gestreden.” Zoals De Ruyter het ziet, is het God alleen Die heeft gehandeld. Vechten met ’s lands vloot betekent voor hem eigenlijk: alles in Gods hand leggen. Dat kan door het gebed. In het gebed vond De Ruyter de lichamelijke en geestelijke kracht om de strijd vol te houden en de dood van goede vrienden te kunnen dragen.

Schep water met vreugde, maak gelovig gebruik van alle geestelijke weldaden die Christus verdiend heeft. De Heilige Geest deelt de gaven van Christus in rijke mate uit, ook in dienst, ook op uitzending.

Heere, schenk mij de vreugde in Uw zaligheid, schenk mij door Uw Woord, de preek en de sacramenten de blijdschap die mijn hart vervult. Mag ik zo een getuige van u zijn in de dienst.

Ik zal !! – week 26

Micha 7 : 5 – 7 (HSV)

5 Geloof een vriend niet, vertrouw niet op een huisvriend, bewaak de deuren van uw mond voor haar die in uw schoot ligt.

6 Want de zoon maakt de vader te schande, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder: iemands vijanden zijn zijn eigen huisgenoten.

7 Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen.

 

Psalm 37 : 39 en 40 (HSV)

39 Maar het heil van de rechtvaardigen komt van de HEERE, hun kracht ten tijde van benauwdheid.

40 De HEERE zal hen helpen en hen bevrijden; Hij zal hen bevrijden van de goddelozen en hen verlossen, want zij hebben tot Hem de toevlucht genomen.

 

Psalm 81 : 11b

11b Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

Heb je dat weleens? Dat je maar bidt en bidt en het antwoord blijft maar uit? Dat je je afvraagt of het wel ooit gaat gebeuren? In de Bijbel staat veel over het gebed geschreven. Jacobus zegt: “een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand” (Jacobus 5:16b).

 

De Heere Jezus zegt: “Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen” (Johannes 14:14).

 

We mogen dus vragen om dingen waar het stempel van de Heere Jezus op kan. ‘In Mijn naam’ betekent dat we het vragen namens de Heere Jezus. Hij heeft geleden en is voor ons gestorven en Hij kan bij de Vader verschijnen in volle rechtvaardigheid. Als Zijn Naam, Zijn stempel op ons gebed staat, zal de Vader het verhoren.

 

Nu is het probleem vaak dat we zo gericht zijn op onszelf en de vervulling van onze behoeften, dat we de kant van God een beetje verwaarlozen. En die kant is juist zo belangrijk. Hij is de belovende God. Het oude en nieuwe testament staan vol met beloften die beginnen met ‘Ik zal’, ‘Hij zal’, en vergelijkbare beloften. Er staan zoveel concrete beloften in Gods Woord, dat we er voor elke dag minstens één hebben.

 

Natuurlijk zijn er soms beloften waarvan we denken: ‘dat is mooi, die belofte komt mij goed uit’. In de praktijk blijkt dan soms dat Gods invulling anders is dan wij gehoopt en verwacht hadden. Maar dit doet niets af aan Gods geloofwaardigheid!

 

Het is goed om bij de moeilijke situaties in ons leven gepaste beloften te zoeken. Pleitend op die beloften gebeuren er een aantal dingen:

  1. We krijgen meer inzicht in Gods geopenbaarde wil (de Bijbel).
  2. We geven ons over aan Zijn wil (“Uw wil geschiedde”).
  3. We krijgen de vaste zekerheid dat Hij op Zijn tijd en wijze hoort en verhoort (“Mijn God zal mij horen”).
  4. We hebben de troost dat Hij van mijn situatie weet, hoe die ook afloopt (“de Heere denkt aan mij”).

Die laatste is zo troostrijk. In psalm 40:18 zegt David: “Ík ben wel ellendig en arm, maar de Heere denkt aan mij”.

 

Het leven kan soms tegenzitten. God gaat soms zulke onbegrepen wegen met ons. Hij laat soms dingen toe die wij niet begrijpen. Als we Jezus volgen zál het leven soms tegenzitten. Maar de God van hemel en aarde, de Koning der koningen, denkt aan ons. Dat is nog eens een belofte! Wat een troost.

 

Nog even terug naar dat stempel van de Heere Jezus; Als we een belofte lezen waarin God zegt: “Ik zal”, dan staat daarop Jezus’ stempel. Dan mogen we er vrijmoedig om vragen. “Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons” (2 Corinthe 1:20).

 

Als je één bent met Christus, als je Hem volgt en dient, heb je in Hem de vervulling van al Gods beloften.

 

Leef jij al uit de beloften?

 

Gebedspunten

We bidden deze week weer voor heel veel zaken. God is souverein in de wijze waarop Hij verhoort. Toch kan het, met het bovenstaande in gedachten, goed zijn om eens te bedenken op grond van welke beloften we God iets vragen. Als Hij het namelijk ergens beloofd heeft en wij vragen er om, zál Hij het op Zijn tijd en wijze doen.

 

We bidden voor:

De geestelijke strijd die altijd plaatsheeft waar Christus werkt. Ook bij Defensie. Maarten Luther zei: waar God Zijn Kerk bouwt, bouwt de duivel zijn kapel. Reken erop dat als jij iemand over Jezus vertelt dat Satan al zijn minions inzet om dat tegen te gaan;

Eensgezindheid onder de christenen bij Defensie.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Uitbreiding ontmoetingskring(en), o.a. in Stroe, GMaj Kootkazerne!

Een op te richten christelijke studentenvereniging aan de KMA.

De nieuwe kring in Ermelo en de doorstart van de kring in Hilversum.

Dank voor de kringen die in Doorn, Apeldoorn en Oirschot zijn gestart in de afgelopen maanden.