Praktische manieren om lief te hebben

Hoe hebben we lief op een praktische manier? Uit de bovenstaande passage uit Romeinen 12, heb ik een lijst met twaalf punten samengesteld die ons zullen helpen bij dat proces van Gods liefde praktisch uitdelen. We zullen de komende dagen elk punt kort behandelen. Sprekend in de metafoor die we gisteren zagen; ze zullen ons helpen om ‘de tuinslang aan de kraan te koppelen’.

1. Haat het kwade en heb het goede lief.

Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede.
(Romeinen 12:9)

Haat het kwade, heb het goede lief. Geen neutraliteit. Psalm 45:8 is een profetisch vers over Jezus de Messias:
U hebt gerechtigheid lief en haat goddeloosheid (zonde); daarom heeft Uw God U gezalfd (gezegend), o God, met vreugdeolie.

Waarom zegende God Jezus? Omdat Hij gerechtigheid liefhad en goddeloosheid haatte. Als je God en gerechtigheid liefhebt, kun je niet neutraal zijn wat betreft het kwade. Psalm 97:1- zegt: U die de Heere liefhebt, haat het kwade. Er kan geen compromis met het kwade zijn voor hen die de Heer oprecht liefhebben.

2. Heb hartelijk lief, en eer de ander.

Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon. (vers 10)

Heb elkaar hartelijk lief en ga elkaar voor in eerbetoon. Geef anderen meer eer dan je voor jezelf zoekt. Persoonlijk had ik best veel moeite met dat principe, want ik dacht: hoe kan ik iemand eer geven als ik vind dat hij niet zo goed is als ikzelf ben? Toen zag ik Paulus’ opmerking in 2 Korinthe 10:12, waar staat dat zij die zich afmeten aan zichzelf en zich vergelijken met andere mensen, bepaald niet verstandig zijn. Ik realiseerde me dat er maar één standaard is: Jezus. Als je jezelf afmeet aan Hem, dan is het gemakkelijk om andere mensen te eren.

3. Wees ijverig.

Wees niet traag wat uw inzet betreft. Wees vurig van geest. Dien de Heere. (vers 11)

Zoals we al eerder hebben gezegd, je kunt de Bijbel helemaal doorspitten, maar je zult geen goed woord vinden over luiheid. Dronkenschap is een zonde, maar luiheid is een nog veel grotere zonde. In feite wordt luiheid veel zwaarder veroordeeld dan b.v. dronkenschap.

4. Wees vurig van geest. Dien de Heer.

Het tweede gedeelte van vers 11 gaat over het dienen van de Heer met vurige toewijding. Ik houd van de uitspraak van Catherine, de dochter van William Booth: “Jezus heeft ons vurig lief en Hij wil vurig bemind worden”. Stel jezelf alsjeblieft deze vraag: heb ik de Heer vurig lief? Wat ik over mijn vrouw kan zeggen, is dat zij de Heer vurig liefheeft. Ze heeft Hem lief met vurige toewijding. Er is in de kerk vandaag weinig vurigheid, maar we hebben er wanhopig veel behoefte aan.

Gebed deze week

Vader, dank U wel dat ik voortdurend mag blijven groeien in het praktisch liefhebben van anderen. Ik haat het kwade en heb het goede lief; ook anderen heb ik van harte lief en zal ik meer eren dan mezelf; ik zal ijverig zijn en God dienen met vurigheid van geest. Amen.

Dank- en gebedspunten(wekelijks)

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

 

Deze overdenking komt uit het boek van Derik Prince: ‘Wees volmaakt, maar hoe?’.

Klik hier voor meer info

Godsvrucht heeft een aanwezigheid

We gaan nog even terug naar een stukje uit onze basistekst uit 2 Petrus 1:6 waar we kijken naar de volgende bouwsteen die we toevoegen aan de bouw van ons levenshuis, op onze weg naar volmaaktheid:

…(voeg) aan de volharding godsvrucht (toe)…

Hoe velen van ons horen vandaag het woord ‘godsvrucht’ nog wel eens genoemd worden? Het is bijna verdwenen uit ons taalgebruik en misschien zelfs wel uit onze woordenschat. Eén van de redenen hiervoor is dat er vandaag de dag heel weinig van gevonden wordt in de wereld om ons heen. Als je bij iemand in de buurt bent die de karaktereigenschap van godsvrucht heeft, dan doet hij of zij je denken aan God. Dat is mijn persoonlijke definitie van godsvrucht. Bij zo iemand merk je de tegenwoordigheid van God.

Ik wil kort een incident aanhalen van toen ik – tijdens WOII – diende in het Britse leger. Ik wil mezelf niet verheffen als een voorbeeld van godsvrucht, maar het is gewoon een sprekende illustratie. Direct nadat ik gered werd, heb ik de volgende vierenhalf jaar in het leger doorgebracht. Nu is het leger vast en zeker niet de moeilijkste plek om christen te zijn, maar het is zeker ook niet de gemakkelijkste.

In die tijd heb ik mijn getuigenis nooit losgelaten en ik heb nooit geschipperd wat betreft mijn getuigenis als gelovige in Jezus Christus. Kort voordat ik in Jeruzalem van mijn taak ontheven werd, diende ik in het ontvangstkantoor van het ziekenhuis op de Olijfberg. Mocht je ooit in Jeruzalem zijn geweest: wat nu een Luthers ziekenhuis is, was toen Nummer 16 Brits Algemeen Ziekenhuis.

Ik was korporaal en onder mij diende een jonge soldaat 1e klasse. In de tijd dat we samen dienden, was er nooit een gelegenheid of aanleiding geweest om iets tegen hem te zeggen over de Heer of over het Evangelie. Op een dag bevonden zich drie of vier mensen in het ontvangstkantoor en in de loop van het gesprek dat plaatsvond, vloekte hij, lelijk en smerig. Onmiddellijk keek hij naar mij, kreeg een kleur en zei: “Sorry, korporaal Prince, ik had niet gezien dat u hier was”.

Zoals ik al zei: ik had nooit iets tegen hem gezegd over God, noch vóór noch na die tijd. Maar door mijn aanwezigheid besefte hij dat er een God is Die bepaalde normen heeft. Ik denk dat God in zekere zin dit bedoelt met godsvrucht. We sluiten dit voorbeeld af met een citaat uit 1 Timotheüs 4:7-8 waar Paulus aan Timotheüs de volgende instructie geeft:

Maar verwerp de onheilige en onzinnige verzinsels en oefen uzelf in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft.

Gebed deze week

Heer, ik wil me toewijden om ook mijn denken schoon te houden van onheilige en onzinnige verzinsels, zodat ik in mijn spreken een getuige ben van mijn hemelse Vader. Amen.

Dank- en gebedspunten(wekelijks)

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

 

De tweede bouwsteen: kennis

In de loop der jaren heb ik heel wat mensen ontmoet met een basishouding hadden dat ze recht hebben op van alles, en die eigenlijk zeiden: “Dit werk is voor mij te onbelangrijk om aandacht aan te geven. Geef mij maar een gewichtiger taak, dan zal ik je eens laten zien wat ik waard ben!”
Wat mij betreft zal ik zo’n baan nooit aan die persoon geven, omdat dit tegengesteld is aan de principes van de Bijbel. Jezus zei: “Beproef hem in de kleinste dingen. Degene die trouw is in de kleine dingen, kun je ook vertrouwen voor de grote dingen” (zie Lukas 16:10) We zien dus dat uitmuntendheid iets is wat binnen het bereik ligt van iedereen die gelooft en oprecht is – en die bereid is tot een nederige houding. Opnieuw kijkend naar onze tekst in 2 Petrus 1:5 lezen we:
…(voeg) aan de deugd kennis (toe).
De bouwsteen die volgt op deugd (uitmuntendheid) is kennis. Ik wees er al op dat het geen wetenschappelijke kennis is die we nodig hebben, hoewel die zeker bruikbaar en nuttig kan zijn. Het is in de eerste plaats door het kennen van God – Zijn Woord en Zijn wil – dat je op een doeltreffende en geslaagde manier christen kunt zijn.
Daarna bekeken we enkele voorbeelden van onwetendheid waar de apostelen voortdurend mee te worstelen hadden, en die nog steeds bestaan in de huidige kerk. We zagen toen vijf voorbeelden van terreinen van onwetendheid.
In de eerste plaats dient iedere christen het geheimenis van Gods plan voor Israël te begrijpen. Iedere christen moet weten dat we als Kerk uit de heidenen (niet-Joden) niet helemaal onafhankelijk zijn van Israël. Gods doelen kunnen niet volledig in vervulling gaan totdat de volheid (het volle aantal) van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden (Romeinen 11:25-26).
Ten tweede, we moeten niet onwetend zijn van de verschillende waarschuwingen aan de Kerk, ontleend aan de ervaringen van Israël onderweg van Egypte naar het land Kanaän.
Bedenk dat een hele generatie is omgekomen in de woestijn, vanwege hun ongeloof. Paulus maakt duidelijk dat dit een waarschuwing voor ons is.
Vervolgens wijst Paulus op nog twee gebieden van onwetendheid binnen de Kerk: dat van de geestelijke gaven en dat van Gods plan voor de gelovigen die overleden zijn. Wat is de uiteindelijke bestemming van die gelovigen? Veel christenen denken dat de hemel het doel is – maar dat is niet zo. De hemel is een gezegende, wonderbare plaats. Maar het doel is de opstanding. Paulus zegt: …om hoe dan ook te komen (niet ‘in de hemel’, maar) tot de opstanding van de doden (Filippenzen 3:11). Ook op dit terrein hebben christenen vaak weinig kennis.
Tenslotte hebben we nog een laatste gebied van onwetendheid besproken – dat van Gods maat van de tijd: … dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag (2 Petrus 3:8). Voor God is de tijd anders dan voor ons, en het is belangrijk dat we die waarheid kennen.

Gebed

Hemelse Vader, dank U wel dat Uw eeuwige Woord, de Bijbel, zo rijk is en nooit uitgeput raakt als het gaat om de openbaring van Uzelf en Uw wil. Heer, help mij om voortdurend te blijven groeien in de kennis van Uw Woord en Uw wil. Amen.

 

Deze overdenking komt uit het boek van Derik Prince: ‘Wees volmaakt, maar hoe?’.

Klik hier voor meer info

Verwacht u de Here Jezus?

Lucas 18
8Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

Ben je gereed voor Zijn komst?
In bovenstaande tekst wordt gesproken over een onrechtvaardige rechter. Als wij zelfs van rechters al geen rechtvaardige rechtspraak kunnen verwachten, hoe zit het dan met de rest van de wereld?
Paulus zegt tegen Timoteus het volgende:
2 Tim.3
1Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: 2want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 3liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, 4verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, 5die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand. 

Het is wel duidelijk dat de huidige tijd een afspiegeling is van deze tekst. Vers 5 maakt ook nog eens duidelijk dat het over de kerk, over de gelovigen.
Verwachten wij de Here Jezus? Zijn wij gereed voor Zijn komst? Of is de volgende tekst uit 2 Tim4 ook op ons van toepassing?
3Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, 4dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren. 

Gisteren was het avondmaal bij ons in de kerk. De oudste zei: ‘van wie hou jij het meest? Dat zal het meest zichtbaar worden in jouw leven.’
Hou jij het meest van de Here Jezus? Dan wordt Hij het meest zichtbaar. Hou jij het meest van jezelf? Dan wordt jij verhoogd.

Jezus spreekt een gelijkenis uit over Zijn Koninkrijk:
Matteus 5:
1Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. 3Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; 4doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. 

Vragen:

  1. Welke voorbereidingen heb jij getroffen voor Zijn wederkomst?
  2. Herken jij dingen in jouw leven die wereldgelijkvormig zijn?
  3. Hoe ga je hiermee om?

Gebed deze week

We willen de Heer danken voor de missie van Marines for Christ (marinesforchrist.nl)die nog steeds doorgaat. Afgelopen donderdag zijn er weer 2 broeders naar Sint Maarten gevlogen. Graag gebed voor een zegening op hun werk en nieuwe arbeiders in januari.

Dank- en gebedspunten(wekelijks)

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten

 

In voorlopige hechtenis – week 44

Lezen: Hosea 5: 13-15
Tekst: ”Ik zal heengaan en wederkeren tot Mijn plaats, totdat zij zich schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bang zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken” (Hosea 5:15).

In voorlopige hechtenis

Een manager van flinke onderneming genoot groot aanzien en leidde een aangenaam en zorgeloos leven. Hij dacht, dat hij God niet nodig had.
Toen kwam het moment waarop hij werd gearresteerd. De beschuldiging was nogal fors: Hij werd verdacht de leider van een bende te zijn, die de transporteurs van zijn bedrijf overviel en beroofde. Dat kwam heftig binnen en de manager voelde zich de ellendigste van alle mensen, hoewel hij totaal onschuldig was. Zijn vertrouwde advocaat was juist nu op reis. Zijn vrienden bleven op veilige afstand, want het zou toch eens waar kunnen zijn? Het zal je maar overkomen, net een nachtmerrie.

Hij werd in voorlopige hechtenis genomen en daar kreeg hij een christelijk dagboek. Omdat hij toch verder niets te doen had, begon hij erin te lezen uit afleiding. Al snel boeide het boek hem meer dan gewoon, want God begon in zijn hart te werken. Hij kreeg de ene na de andere vraag waar hij geen antwoord op had. Toen een ambtenaar van het gerechtshof bij hem kwam, vertelde de manager openhartig over zijn geestelijke vragen. Daar was hij meer mee bezet, dan met zijn zaak. De ambtenaar die aan zijn zaak werkte, was zelf een gelovig christen. Op alle vragen gaf hij een Bijbels antwoord. Hij wees de manager op de blijde boodschap van de verzoenende dood van Jezus Christus, Zijn begrafenis en Zijn zegenrijke opstanding.

Toen zag de onschuldige manager in de cel, dat hij voor God schuldig was, als overtreder van Gods wet. Als totale zondaar nam hij door het geloof de Heere Jezus aan als zijn Verlosser. Al was hij nog in de cel, hij voelde zich vrij. Enkele dagen later kwam zijn zaak voor het gerecht. Hij werd vrijgesproken. Toen hij de cel verliet, was hij dubbel vrij: vrijgelaten uit voorlopige hechtenis en vrij van elke aanklacht van zijn geweten. God heeft de manager dus gevangen laten nemen, om hem tot bekering te brengen.

De boodschap is duidelijk. Zo lang je God niet nodig hebt, dan is Hij tegen je. Hij lijkt ver weg in de hemel, totdat je in de tegenheden je schuld voor God erkent. Dan bewijst Hij in Zijn lieve Zoon Zijn barmhartigheid en genade. Wanhoop dus nooit! Al kom je zelfs ver weg in voorlopige hechtenis, luister dan: “Ik zal uw gevangenis wenden, en u vergaderen uit al de volken, en uit al de plaatsen, waarheen Ik u gedreven heb, spreekt de HEERE; en Ik zal u wederbrengen tot de plaats, van waar Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren”. Kortom: “Als Mijn volk zich zal schuldig kennen, dan zal Ik aan Mijn verbond gedenken.”

 

Naar: Volg Mij, tijdschrift voor geloofsopbouw, oktober 2017

24 uur in dienst en recht op ontbering – week 43

Lezen: Filemon: 8-20
Tekst: “Ik bid u dan voor mijn zoon, die ik in mijn banden heb geteeld, namelijk Onesimus”, vers 10

24 uur in dienst en recht op ontbering

Zo was het leven in dienst generaties lang. Is het er beter op geworden sinds de 8 tot 5-mentaliteit? Uitzending is in de plaats gekomen van de dienstplicht en dan blijft: 24 uur in dienst en recht op ontbering. Is het er veiliger op geworden? De ongelukken bij de commando’s en in Mali tonen aan van niet. Al met al hebben we geen inspraakleger gekregen met recht op balen.

In ons land ben jij voor de wet een burger met rechten, ook als militair. Jij mag niet als een slaaf behandeld worden. Naast je rechten heb je ook je plichten. Je moet bijvoorbeeld je meerderen gehoorzaam zijn. Je moet de orders opvolgen.

Onesi­mus in onze tekst is een slaaf. Het leven van een slaaf telt niet mee, maar Onesimus is het zat. Hij steelt wat van zijn heer Filemon en vlucht bij hem weg. Hij gaat helemaal naar Rome, naar Paulus in de gevangenis. Dat is niet vergeefs, want ondanks zijn ongehoorzaam­heid vergeeft de Heere zijn grote schuld. Nu moet Onesimus van Paulus terug naar zijn heer, want als slaaf is Onesimus 24 uur in dienst en heeft hij recht op ontbering. Dan schrijft Paulus deze aanbevelingsbrief aan zijn heer Filemon, die zelf ook christen is. Onesimus moet terug naar zijn heer met de brief van Paulus. Weet Onesimus de inhoud van de brief? Wat zal zijn heer doen? Hij is een onnutte slaaf, door weg te lopen. Daardoor kan hij gemarteld en zelfs gedood worden, zonder vorm van proces. Toch gaat Onesi­mus terug. Zijn schuld voor God is vergeven, nu moet zijn schuld voor de mensen hersteld worden. Herken jij dat uit je leven?

Als christenmilitair ben je heel eenvoudig 24 uur in dienst van Koning Jezus in Woord en daad. Je hebt recht op ontbering, niet op applaus. Desondanks is het een hele weg om op je fouten en gebreken terug te komen, maar het moet. Mis­schien heb je wel een onherstelbare fout begaan. Kom er op terug. Beken het eer­lijk, want: “Wie zijn zonde belijdt en laat, die zal barmhartigheid vinden”.  Schuld belijden doe je in de eerste plaats tegenover God, maar ook tegenover je naaste. Dat geeft vrede in het hart, hoe het ook zal gaan. Bij Onesimus is het meegevallen. Als slaaf en broeder in Christus is hij weer 24 uur in dienst en heeft hij recht op ontbering. Nu is hij gehoorzaam. Zoals zijn naam betekent, is hij sinds zijn bekering zeer nuttig.
Heere, geef mij de moed om mijn zonden te belijden voor u en de mensen. Geef mij gehoorzaamheid om nuttig te zijn in mijn werk, in de dienst.

Getrouw mijn plicht doen – week 42

Tekst: Genesis 3: 17-19 

“In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren.Genesis 3:19

Getrouw mijn plicht doen

In een strafkamp moest een vervolgde christen als metselaar renovatiewerk verrichten. Het werk viel hem zwaar. Bovendien had hij er geen plezier in. Dat bleef zo, totdat hij in het gebed het volgende vroeg: Heere, geef mij liefde tot mijn werk en de kracht om het vol te houden, want ik ben toch gevangen om Uw Naam! Hij kreeg liefde tot het werk, het viel hem minder zwaar en het lukte tot tevredenheid van zijn bewakers.

Wie niet werkt zal ook niet eten. Let er op, werk getrouw, want het is Gods opdracht. Het is wel schuld, dat er tegenwer­kingen en tegenslagen komen, maar dan moeten we niet bij de pakken neer gaan zitten. De tijd dat wij leven moeten wij eigenlijk net zo getrouw werken als de engelen in de hemel doen. Als we zo werken zullen we Gods zegen over ons werk ontvangen. Kunnen we dat nog wel?

Nee, niet in eigen kracht, want Adam had gezondigd en daarmee de dood verdiend. Toch zocht God hem op. God gaf hem de opdracht om te werken: “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”. Na de zondeval leven wij met Adams schuld. Toch geldt die opdracht ook voor ons, want God wil geen luie mensen. Nu moet jij getrouw je plicht doen, op het werk, in de dienst. Kan je dat alleen, of heb je de Heere nodig?

De Heere Jezus is gekomen om onze zonde te betalen, om onze ontrouw door Zijn getrouwheid te verzoenen. Hij wordt de tweede Adam genoemd, omdat hij in plaats van Adam wel aan de eisen van Zijn Vader heeft voldaan. Als je nu daar door genade in mag delen, is de vloek op de zonde opgeheven. Toch blijf je dagelijks zondigen. Toch blijft gelden: “in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten”. Getrouw je plicht doen, kost moeite. Werken geeft zweet, soms heel veel. Juist wanneer je mag leven uit de de tweede Adam zal je op Hem willen lijken: O Zoon maak mij Uw beeld gelijk. Geef mij getrouwheid, Heere, in mijn werk, in de dienst.

Biddende soldaten – week 41

Psalm 79: 9 “Help ons o God onzes heils ter oorzaak van de eer Uws Naams; en red ons en doe verzoening over onze zonden om Uws Naams wil”.

Biddende soldaten

Mobilisatie 1914. Keurig in het gelid staat het korps Groene Jagers aangetreden. Koningin Wilhelmina inspecteert dit korps. Ze kijkt de mannen aan, die als het nodig is, hun leven voor het vaderland zullen geven. Dan blijft ze plotseling staan. Ze vraagt met luide stem: Wie van jullie kan er bidden? Verbaasd kijken de Jagers haar aan, want dit verwachten zij niet. Bidden? Wie? Onderzoekend zijn de ogen van de vorstin, vastberaden is haar houding. Dan komen er eindelijk acht soldaten naar voren. Het zijn er niet veel. Toch kijkt de koningin deze acht dankbaar aan, want deze acht zijn biddende soldaten, geen vloekende soldaten. Zij weet, die zijn blijven bidden en schamen zich niet voor de groep. Dan spreekt ze: “Aan zulke soldaten heb ik meer dan aan al die anderen. Zulke soldaten – biddende soldaten – kunnen ons vaderland redden!”

September 1914 – Inspectie door Koningin Wilhelmina van troepen op Waalsdorp

Dat heeft koningin Wilhelmina in 1914 gezegd, terwijl het hele korps Groene Jagers het kon horen! Op verzoek van de koningin zingen de acht soldaten een vers van psalm 79, “Gedenk niet meer aan het kwaad dat wij bedreven”. Het duurt niet lang of het hele korps zingt uit het hoofd mee, tot de laatste regel: “Bewijs ons eens genade”. Ze kunnen het dus wel allemaal zingen, in 1914 nog wel. Hoe zit dat met dan met bidden? Die bidden om in leven te blijven, geestelijk in leven blijven. Ze bidden voor de noden van zichzelf, van ons land en ons volk. Dat geldt niet voor die anderen.
Daarom blijft het nog steeds waar: aan biddende soldaten hebben we meer dan aan al die anderen.
De vijand is tijdens de Eerste Wereldoorlog niet over onze grenzen gekomen. De Heere heeft het gebed van de bidders gehoord. Er is toen veel gelovig gebeden. Sommige bidders geloofden vast, dat er geen oorlog zou komen. Zulke bidders hadden dat niet van zichzelf, maar zij kregen de zekerheid van de Heilige Geest. Daarom geloofden zij het zo vast. Aan biddende soldaten hebben we meer dan aan al die anderen
Daarom bidt zonder ophouden, ook in dienst, ook met de baret of de pet op. Schaam je niet, blijf bidden. Bidt met elkaar en zing, zing biddend: Help ons o God onzes heils ter oorzaak van de eer van Uw Naam.

Blijdschap door afhankelijkheid – week 40

Lezen: Jesaja 12:1-3
Tekst: „En gijlieden zult met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils.”

Admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter staat bekend als een gelovig mens. We kunnen van zijn levenshouding leren. Door in de Bijbel te lezen heeft hij zijn geloof gevoed. Daar nam hij ruim de tijd voor. Als De Ruyter aan land was, las hij hele avonden overluid zodat meteen zijn vrouw en kinderen onderwezen werden. Natuurlijk werd er in huize De Ruyter dan ook gezongen.

Ook de scheepsjournalen die De Ruyter als kapitein heeft bijgehouden, tonen aan dat hij een gelovig man is. Het oudste journaal dat we kennen is van 1633, als De Ruyter nog maar een jongeman is van 26 jaar. We lezen dan: „Wij kunnen God Almachtig niet ten volle loven en danken voor de genadige weldaad, die God ons dagelijks bewijst”. Zijn hart loopt over van vreugde. Ken jij dat? Als je nadenkt over je leven en over alles wat je op die dag uit Gods hand hebt ontvangen, dan wil je je dankbaarheid wel eens kwijt. Dat vertrouwt De Ruyter toe aan het papier van zijn scheepsjournaal.

Dat blijft zo, want veertig jaar later, op een zondag in 1673, schrijft De Ruyter in zijn journaal dat „onze dominee een mooie preek” had gehouden over Jesaja 12:3: „En gijlieden zult met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils.” Die preek was er bij De Ruyter goed ingegaan, maar dat niet alleen. Zijn predikant heeft ook het Heilig Avondmaal bediend. Wat een blijdschap: Ik voor u!

De Ruyter mocht aan boord zelf water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils. Zijn vreugde en blijdschap heeft hij van God gekregen. Door preek uit het Evangelie mocht hij delen in de geestelijke gaven die Christus heeft verdiend, zoals vrede, genade, liefde en zaligheid.
Als je grote dorst hebt, dan schep je met beide handen water en je bent verheugd als je dorst gelest is. Schep net als de Ruyter je blijdschap uit Gods Woord, de preek en de sacramenten, ook in dienst.

Na de slag bij Kijkduin in 1673 heeft De Ruyter tegen zijn vlop, ds. Westhovius, gezegd: „Nu mag men zeggen: heden heeft de Heere heil in Israël geschonken, onze gebeden verhoord, en voor ons gestreden.” Zoals De Ruyter het ziet, is het God alleen Die heeft gehandeld. Vechten met ’s lands vloot betekent voor hem eigenlijk: alles in Gods hand leggen. Dat kan door het gebed. In het gebed vond De Ruyter de lichamelijke en geestelijke kracht om de strijd vol te houden en de dood van goede vrienden te kunnen dragen.

Schep water met vreugde, maak gelovig gebruik van alle geestelijke weldaden die Christus verdiend heeft. De Heilige Geest deelt de gaven van Christus in rijke mate uit, ook in dienst, ook op uitzending.

Heere, schenk mij de vreugde in Uw zaligheid, schenk mij door Uw Woord, de preek en de sacramenten de blijdschap die mijn hart vervult. Mag ik zo een getuige van u zijn in de dienst.

Kan een mens zichzelf bekeren? – week 39

Kan u nu een beslissing maken om u voortaan aan de snelheidslimiet te houden? Of om niet meer te stelen? Of om niet meer te liegen?
Mensen kunnen zich afkeren van slechte gewoonten. Is dit geen vorm van bekering? Als ik een fietsendief ben dan kan ik toch vandaag besluiten om geen fietsen meer te stelen?

Als ik evangeliseer onder Christenen vraag ik meestal of betreffende persoon wederom geboren is. Als dan het antwoord ‘nee’ is, dan vraag ik hem of haar of er bekering in zijn of haar leven heeft plaats gevonden? Vaak krijg ik dan het antwoord dat dat niet aan hen is. Sommigen verwijzen mij dan naar Jeremia 31:18
Ik heb werkelijk Efraïm horen klagen: Gij hebt mij getuchtigd, als een ongetemd kalf werd ik getuchtigd; bekeer mij, dan zal ik mij bekeren, want Gij, Here, zijt mijn God.
Anderen verwijzen mij naar Klaagliederen 5:21 HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.
Het is jammer dat deze verzen op de persoon worden betrokken terwijl Jeremia het heeft over de stam Efraim. Efraim  staat hier het 10 stammenrijk. In Klaagliederen is het zelfs als een voorbede bedoeld voor Israel. Het is ondenkbaar dat Jeremia dit voor zichzelf bidt. Hij begrijpt als geen ander dat hijzelf niet in staat is om mensen te bekeren, maar dat God mensenharten kan neigen tot Hem. 

Jammer dat bovenstaande teksten zo vaak worden gebruikt terwijl God 134 keer in Zijn woord eist ‘Bekeert u!’
Dezelfde Jeremia zegt 2 hoofdstukken verder (33:3): Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet. In Ezechiel 18: vers 30 lezen we: Daarom zal Ik u richten, huis Israëls, ieder naar zijn eigen wegen, luidt het woord van de Here Here. Bekeert u en wendt u af van al uw overtredingen, dan zal u dat niet een struikelblok tot ongerechtigheid worden.

In 1 Johannes 3 lezen we: 21Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God, 22en ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht. 23En dit is zijn gebod: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft. 24En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft.

Het is vaak ons hart wat ons veroordeelt waardoor we niet de vrijmoedigheid hebben om tot God te naderen. Maar dit is toch precies datgene waarom Hij Zijn Zoon heeft gegeven opdat als jij in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven hebt.

Vragen:

  1. Heeft er bekering in je leven plaats gevonden?
  2. Word jij veroordeelt in je hart en mis je de vrijmoedigheid om tot God te naderen?
  3. Wie is het die jou veroordeelt, wie wordt ook wel de aanklager genoemd?

Gebed deze week:

Er komt mogelijk een project vanuit Marines for Christ om met wat vrijwilligers naar Sint Maarten af te reizen om daar te ondersteunen in wederopbouw.
Er zijn inmiddels contacten gelegd met CZSK en KLM. Er zijn al vrijwilligers die bereid zijn om zelfs een eigen ticket te betalen.
Bid dat de Heer deuren gaat openen en dat o.a. (oud)militairen bereid zijn om deze stap te zetten.

Wil je mee? Meld je dan aan

Dank- en gebedspunten(wekelijks)

Koninklijk huis en regering.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten