Zonder religie – over hoogtepunt heen – Thema ‘Verdedigingsleer’

In Nederland timmeren seculieren flink aan de weg, maar wereldwijd is het atheïsme allang over zijn hoogtepunt heen. Sterker nog: een seculiere eeuw heeft nooit bestaan. Religies hebben de toekomst.

De Amerikaanse wetenschappers Todd M. Johnson en Brian J. Grim houden zich al jaren bezig met cijfers over de ontwikkeling van wereldgodsdiensten. De twee onderzoekers van het Center for the Study of Global Christianity (Boston) en The Pew Forum for Religion and Public Life (Washington) hebben de handen ineengeslagen en hun gegevens over religieuze trends samengebracht in één boek: ”The World’s Religions in Figures” (uitg. John Wiley & Sons; 2013).

Dat de mens een religieus wezen is, staat als een paal boven water. Wereldwijd bestaan er zo’n 10.000 verschillende godsdiensten. De meeste mensen noemen zich christen, moslim, hindoeïst, boeddhist, of ze geloven dat er geen God bestaat (atheïsten) of menen daar geen uitspraken over te kunnen doen (agnosten).

De religieuze wereldkaart is de afgelopen honderd jaar sterk veranderd, meer dan in welke eeuw daarvoor. Johnson en Grim laten zien dat tussen 1910 en 2010 –hun peildata– het aandeel christenen van de wereldbevolking licht is teruggelopen: van 34,8 procent naar 32,8 procent. Toch noemt een derde van alle mensen zich nog christen.

Een tweede trend is de sterke opkomst van de islam. Aan het begin van de vorige eeuw noemde 12,6 procent van de wereldbevolking zich moslim, nu is dat 22,5 procent. Ook het atheïsme en het agnosticisme maakten in deze periode een spectaculaire groei door: van minder dan 1 procent tot ruim een tiende van de wereldbevolking.

Bij het boeddhisme en de Chinese volksreligies was de ontwikkeling precies andersom. In 1910 hing bijna een derde van de wereldbevolking een van deze godsdiensten aan; nu is dat nog slechts 13,5 procent.

De veranderingen in het religieuze landschap worden nog duidelijker wanneer de cijfers worden afgezet tegen de groei van de wereldbevolking. Die nam in de periode 1910-2010 gemiddeld met 1,38 procent per jaar toe. Het aantal atheïsten en agnosten groeide ruim vier keer sneller.

Het plaatje zag er de afgelopen tien jaar echter weer heel anders uit. De wereldbevolking nam in die periode toe met gemiddeld 1,2 procent per jaar, maar de groei van het aantal atheïsten en agnosten bleef daarbij ver achter: respectievelijk 0,05 procent en 0,32 procent. De oorzaak ligt grotendeels in de herleving van religie in China, met name van het christendom.

Geografisch zwaartepunt De afgelopen honderd jaar rekende steeds ongeveer een derde van de wereldbevolking zich tot het christendom. De belangrijkste ontwikkeling was de verschuiving van het geografisch zwaartepunt van het christendom van het noorden naar het zuiden. In 1910 woonde meer dan 80 procent van alle christenen in Europa en Noord-Amerika; nu is dat minder dan 40 procent. De gemiddelde christen is allang geen reformatorische Nederlander of lutherse Duitser meer, maar een charismatische latino, een anglicaanse Afrikaan of een gereformeerde Aziaat.

Deze veranderingen in het wereldwijde christendom beginnen langzaam door te dringen tot westerse christenen. De Rooms-Katholieke Kerk koos vorige maand voor het eerst in haar geschiedenis een paus uit Zuid-Amerika. Tekenend is ook dat conservatieve episcopale gemeenten in de Verenigde Staten (zoals Falls Church in Virginia, waar ooit president George Washington naar de kerk ging) zich onder toezicht stellen van behoudende anglicaanse bisschoppen uit Afrika.

Ondanks de enorme toename van evangelische en met name charismatische kerken, vooral in Zuid-Amerika, groeide het aantal rooms-katholieken wereldwijd sneller dan het aantal protestanten. Op dit moment is 51,5 procent van de in totaal 2,26 miljard christenen lid van de Rooms-Katholieke Kerk. In 1910 was dat nog 47,7 procent. In zending waren de rooms-katholieken misschien wat minder succesvol dan de protestanten, ze kregen wel meer kinderen en daardoor groeiden ze toch even wat harder.

Ook de tijd dat de meeste christenen Engels, Duits of Frans spraken, is voorbij. Sinds 1970 staat het Spaans op nummer één: voor bijna 370 miljoen christenen is dat de moedertaal. Met de snelle groei van het christendom in China is het Mandarijn inmiddels de vijfde ‘christelijke’ taal geworden, nog voor het Frans en het Duits. Het Engels staat nog op de tweede plaats (252 miljoen sprekers), het Nederlands op de 22e.

Islam Bleef het percentage christenen in honderd jaar tijd nagenoeg gelijk, de islam beleefde een gouden eeuw. Het aantal aanhangers van deze godsdienst, in de zevende eeuw gesticht door Mohammed op het Arabisch schiereiland, nam toe van 12,6 procent tot 22,5 procent van de wereldbevolking. Daarmee groeide de islam bijna anderhalf keer zo snel als de wereldbevolking. In sommige delen van de wereld, met name in Afrika, kan deze groei worden toegeschreven aan zendingsactiviteiten, maar meestal was een hoog geboortecijfer de oorzaak.

De islam telt in totaal bijna 1,6 miljard aanhangers. De meeste moslims wonen in Indonesië, gevolgd door India, Pakistan, Bangladesh en Iran. Met andere woorden: het centrum van de islam ligt niet in de Arabische wereld, maar ten oosten daarvan.

Ook in Noord-Europa maakte de islam een flinke groei door. In 1910 moesten moslims daar met een vergootglas worden gezocht: er waren er maar 600. Nu zijn dat er 2,8 miljoen. WestEuropa laat hetzelfde beeld zien: het aantal moslims nam in honderd jaar tijd toe van 51.000 naar 11,5 miljoen – 6,1 procent van de bevolking.

Politici zijn vaak zeer geïnteresseerd in dit soort cijfers. De westerse wereld werd het afgelopen decennium verschillende keren opgeschrikt door aanslagen van moslimradicalen en dat maakt de vraag actueel of de islam, en dan vooral de extremistische hoek, in de toekomst zal groeien. De cijfers van Johnson en Grim kunnen hen misschien wat geruststellen. De islamitische bevolking in Europa zal naar verwachting groeien van 5,6 procent nu naar 6,9 procent in 2050. Dat is een behoorlijke groei, maar de toename is ook weer niet zo groot als anti-islamisten ons willen doen geloven.

Agnosticisme Johnson en Grim maken in hun studie een duidelijk onderscheid tussen agnosten en atheïsten. Onder ”agnosticisme” vallen alle mensen die geloven dat het onmogelijk is om uitspraken te doen over het bestaan van God, maar ook andere niet-religieuzen zoals secularisten, materialisten en humanisten. Atheïsten daarentegen maken expliciet duidelijk dat ze niet in een god of God geloven.

Hoewel agnosten officieel geen godsdienst aanhangen, zijn ze toch vaak religieus actief, zo blijkt uit recent onderzoek van The Pew Forum. Zo’n 42 procent van de agnosten in de Verenigde Staten bidt ten minst één keer per maand en 41 procent van hen geeft aan dat godsdienst op zijn minst „enigszins belangrijk” is in hun leven.

Het agnosticisme maakte in de twintigste eeuw een spectaculaire groei door. Honderd jaar geleden waren er nauwelijks agnosten: 0,2 procent van de wereldbevolking. De decennia daarna groeide hun aantal echter enorm, mede door de opkomst van het communisme, het wetenschappelijk denken en de teleurstelling over twee wereldoorlogen. In de tien dichtstbevolkte landen ter wereld noemt tegenwoordig meer dan een kwart van de mensen zich agnost.

Wereldwijd is bijna 10 procent van de mensen agnost. Noord Korea is het land met het hoogste percentage: 56,1. Nederland staat op de zevende plaats, net als in 1910. Maar er is een groot verschil: toen was 1,3 procent van de bevolking agnost, nu 26,4 procent. Dat zijn ruim 4 miljoen mensen, meer dan alle inwoners van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht bij elkaar.

Atheïsme Atheïsten verwerpen elke gedachte dat er een God bestaat, wat vaak gepaard gaat met felle reacties op alle vormen van „georganiseerde” godsdienst. Het atheïsme maakte in de vorige eeuw een flinke groeispurt door, met name in communistische landen zoals de Sovjet-Unie, Vietnam en China. Albanië was het eerste land ter wereld dat officieel een atheïstische staat werd, maar in 1991 werd het staatsatheïsme weer afgezworen.

Met de val van het communisme in het laatste decennium van de vorige eeuw nam het aantal atheïsten wereldwijd af. Noemde in 1970 nog 4,5 procent van de wereldbevolking zich atheïst (en 14,7 procent agnost), in 2010 was dat nog 2 procent (tegenover 9,8 procent agnosten). En dat aantal zal naar verwachting verder afnemen.

China telt de meeste atheïstische inwoners, bijna 98 miljoen, gevolgd door Vietnam en NoordKorea. Dat laatste land kent echter wel het hoogste percentage atheïsten: 15,6, op de voet gevolgd door Zweden (11,7 procent).

Ooit was Nederland het meest atheïstische land ter wereld. In 1910 noemden 11.400 mensen zich atheïst – 0,2 procent van de bevolking. Inmiddels is Nederland uit de top tien verdwenen. Het telt 290.000 atheïsten, 1,7 procent van de bevolking.

Secularisatie De demografische gegevens in het boek van Johnson en Grim laten onder meer zien dat de zogenoemde secularisatietheorie –de gedachte dat moderniteit een afname van religiositeit veroorzaakt– slechts ten dele opgaat. Het aantal mensen dat een godsdienst aanhangt liep weliswaar terug van 99 procent in 1910 tot minder dan 89 procent in 2010, maar hun aandeel stijgt weer.

Als er in het verleden inderdaad sprake was van een secularisatieproces, dan bereikte dat rond 1970 zijn hoogtepunt: toen kruiste 19,2 procent van de wereldbevolking het vakje ”geen religie” aan. Sindsdien neemt het aantal mensen dat zich religieus noemt gestadig toe: van 80,8 procent in 1970 tot 88,2 procent in 2010.

Toekomst Op basis van dergelijke cijfers kan voorzichtig naar de toekomst worden gekeken. Hoe ziet het religieuze landschap er over veertig jaar uit, mocht de wederkomst van Christus nog niet hebben plaatsgevonden? In het jaar 2050 zal mogelijk zo’n 91 procent van de wereldbevolking zich religieus noemen. Christenen maken nu 32,8 procent van de wereldbevolking uit, en dat percentage zal in 2050 op circa 35,8 liggen. De islam blijft kleiner, maar groeit iets harder: van 22,5 procent naar 27,5 procent.

In Europa zullen atheïsme en agnosticisme misschien nog wat groeien, maar wereldwijd gezien zal hun aandeel afnemen van 11,8 procent nu naar 8,7 procent halverwege de 21e eeuw. In andere woorden: een seculiere eeuw, waar sommigen op hopen en anderen bang voor zijn, lijkt er niet te komen.

Toch zijn lang niet alle ontwikkelingen in cijfers te vangen. Geen enkele demograaf had kunnen voorspellen dat de religieuze verhoudingen in het Afrika ten zuiden van de Sahara in de vorige eeuw zó sterk zouden veranderen. De spectaculaire groei van het aantal christenen –van minder dan 10 procent in 1900 tot 60 procent nu– heeft niet alleen te maken met vruchtbaarheidscijfers, levensverwachting of leeftijdsopbouw. Ook met bekering.

tekst Maarten Stolk | foto: Fotolia

© Reformatorisch Dagblad | 6 april 2013