Zout en Licht

Overdenking NCOK, Ds. Johan Trouwborst
Sleeuwijk 6 september 2019

 

Bij zout denk ik aan de zee. Aan het zoute water van de zee.

Als je op zee aan dek staat en je raakt de reling aan,

dan bemerk je het zout erop.

Een vochtig zilt laagje. Het zit overal op.

Op reling en bolders. Op masten en antennes.

Soms zie je kleine kristalletjes op een patrijspoort.

En de Nauten aan boord weten erover mee te praten.

Zij weten wat het doet.

Zout zet zich niet alleen af.

Het vreet zich ook in. Dat geeft roest.

Je kunt er niet tegenop schilderen, zegt de bootsman.å

Als je klaar bent, kun je weer van vooraf aan beginnen.

Zout geeft corrosie op de scheepshuid.

Daarom zijn onder water anoden aangebracht.

Opofferingsanoden worden ze wel genoemd.

Stukjes magnesium of blokjes zink.

Zij corroderen in rap tempo, zodat de scheepshuid wordt gespaard.

Zout kan bijten. Daar moet je je tegen weren.

Nu een andere gedachte bij zout.

Een herinnering uit mijn kinderjaren.

Ik ben vijf jaar. Sta bij mijn vader in de stuurhut.

Zojuist hebben we erts geladen uit een zeeschip bij de Maasvlakte.

Er was haast bij, want het schip had een scheur in de huid.

Om niet te zinken moest er rap worden gelost.

Afgeladen diep varen we door het Hartelkanaal, ook via de sluizen daar.

En gaandeweg verandert het water, van zout naar brak.

Met als gevolg dat ons schip nog dieper komt te liggen.

Eerst stonden de gangboorden blank, nu stroomt het water erdoor.

Op dat moment leer ik het positief drijfvermogen van zout water.

En dan nog een recente herinnering.

Afgelopen zomer – tijdens de snikhete dagen in juli –

wordt er in Uden een nieuw zoutdepot geopend.

Vijf duizend ton zout wordt erin opgeslagen.

Want in de winter, met koude en vorst is er veel zout nodig.

Onder extreme omstandigheden moet er gestrooid worden.

Want zout geeft grip op de weg.

In de Bijbel wordt ook met zout gestrooid.

Ook is de dubbele werking ervan bekend.

De Thora maakt duidelijk dat er zonder zout niet geofferd kan worden.

Zout is teken van het verbond.

Priesters moeten behalve van offerdieren ook onbeperkt van zout worden voorzien.

En bij de profeten wordt zout ook gewaardeerd.

In een sitrep (2Kon.2) aangaande Jericho krijgt Elisa te horen:

‘De ligging is goed, maar het water slecht

en de grond veroorzaakt misgeboorten’.

En wat doet de profeet dan? Hij voert een ritueel uit.

Hij vraagt een nieuwe schaal met zout erop.

Daarmee gaat hij naar de bron, strooit er zout in en spreekt:

‘Dit zegt de Heer: hierbij zuiver ik dit water.

Het zal geen sterfgevallen of miskramen meer veroorzaken.’

Het eerste optreden van de profeet is een zoutritueel.

Later blijkt hij ook de ongezouten waarheid te zeggen,

vooral aan het adres van koningen.

Wat zien we tot nu toe?

De positieve werking van zout.

Het zuivert en weert bederf.

Maar er is ook een andere kant aan hetzelfde zout.

De Thora (Dt 29) vertelt ook van bodemverontreiniging door zwavel en zout.

En van Abimelech wordt verteld dat hij de inwoners van Sichem doodt,

hij verwoest de stad en bestrooit de resten met zout.

Die kant zit er dus ook aan.

Zoute grond is onbewoonbaar en onvruchtbaar.

De Zeeuwen weten dat tot op de dag van vandaag.

Nu nog een andere stap.

Denken aan zout en licht, komen we als vanzelf bij de Bergrede.

Daaraan is ons thema ontleend.

Jezus zegt over de schouders van zijn leerlingen aan ons adres:

Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht der wereld.

Hij zegt dat nadat hij de zaligsprekingen heeft uitgesproken.

Die bekende volzinnen met zevenmaal hetzelfde woord.

Steeds klinkt het ‘zalig’ uit Jezus’ mond.

Zalig zijn de armen van geest, Zalig de treurenden,

Zalig de zachtmoedigen en barmhartigen enz..

De zaligsprekingen zijn dus niet gericht tot succesvolle figuren.

Nee, het zijn troostwoorden aan het adres van de armen.

Hier proef je dat het Evangelie onze wereld omkeert.

De ranking kantelt, want er gelden andere waarden.

Zo is de arme zalig en de treurende blij.

En de zachtmoedige bezit de wereld.

Het klinkt niet logisch. Het gaat ook tegen onze ervaring in.

Zitten wij wel op deze woorden te wachten?

Willen wij niet liever simpelweg gelukkig zijn? Wie wil dat niet?

Maar de vraag lijkt: willen we ook zalig zijn? Nou, dat valt nog te bezien.

Geluk en zaligheid staan hier vlak tegenover elkaar.

De blijde is gelukkig, de treurige zalig.

De rijke is gelukkig, de arme zalig, enz..

Oepke Noordmans – een Fries theoloog- zegt ervan:

Precies op de grens tussen geluk en zaligheid staat het kruis.

Alleen wat onder het kruis is doorgegaan verduurt de eeuwigheid.

En nog zo’n echte Noordmans zin:

Wanneer het mogelijk was de mensen op aarde gelukkig te maken,

was de zaligheid voorgoed verloren.

Eigenlijk is zaligheid dus geen optie.

Het is geen menselijke mogelijkheid.

Brengen de zaligsprekingen ons niet in het ongemak?

We voelen onze beperkingen. Wij lopen vast.

De leerlingen van Jezus liepen ook vast.

Ze vragen hem op een keer: wie zal dan zalig worden?

En de Heiland zegt:

Wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God.

Dan kan het dus zomaar zijn dat wij zout en licht zijn.

Misschien zelf wel onwetend.

Dat maakt niet uit.

Als de wereld het maar proeft en ziet!

 

Vragen
Wat spreekt jou aan in bovenstaande Bijbelteksten of de overdenking?
Wat zegt jou dat?
Hoe zou je daarmee om kunnen gaan?

 

Gebed:

Heer Jezus, dank U dat U ons zout en licht wil laten zijn. Dankuwel dat dit zijn uitwerking en effect mag hebben bij de Krijgsmacht. ook al is dit maar bij 1 persoon vandaag. U ziet het hart van ons U wilt juist op die plek bewogenheid geven voor de ander. Heer doe dit in mijn hart en stort Uw liefde uit. Misschien juist wel voor de persoon waarmee ik slecht door 1 deur kan gaan.

Dank- en gebedspunten

Koninklijk huis en regering.

Het werk van de geestelijk verzorgers.

De uitgezonden collega’s en hun familie.

Collega’s die ziek zijn of door een moeilijke tijd gaan.

Onze positie als Christen op de werkplek.

Uitbreiding ontmoetingskringen

Persoonlijke dank- en gebedspunten